Eindexamen: Celcyclus en kanker

Studiekaartjes over de celcyclus en kanker, gericht op eindexamen biologiestudenten in Nederland. Deze kaarten behandelen belangrijke concepten, vragen en definities die relevant zijn voor het eindexamen.

BramDragon·64 flashcards·64 vragen
eindexamenbiologycell_biology
0
Ken ik
1 / 64
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de celcyclus?

Tik om om te draaien
Achterkant

De celcyclus is de reeks van fasen die een cel doorloopt om zich te delen en nieuwe cellen te produceren: G1, S, G2, en M-fase.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(64 vragen)

Vraag 1 van 64

1. Wat is de belangrijkste functie van de S-fase in de celcyclus?

Termen in deze set(64)

Celcyclus(16)

Wat is de celcyclus?

De celcyclus is de reeks van fasen die een cel doorloopt om zich te delen en nieuwe cellen te produceren: G1, S, G2, en M-fase.

Fasen van de celcyclus

- G1-fase: Groei en voorbereiding - S-fase: DNA-replicatie - G2-fase: Voorbereiding op mitose - M-fase: Mitose en cytokinese

Wat gebeurt er in de G1-fase?

In de G1-fase groeit de cel, maakt eiwitten aan en bereidt zich voor op DNA-replicatie.

Vul de lege ruimte in: De S-fase is verantwoordelijk voor __________.

DNA-replicatie.

Wat is de M-fase?

De M-fase omvat mitose en cytokinese, waarbij de cel zich splitst in twee dochtercellen.

Waarvoor staat 'G' in G1 en G2?

'G' staat voor 'gap', wat verwijst naar de rustperiodes tussen de actieve fasen van de celcyclus.

Wat is cytokinese?

Cytokinese is het proces waarbij het cytoplasma van een moedercel zich splitst in twee dochtercellen.

Waaruit bestaat mitose?

Mitose bestaat uit vier fasen: profase, metafase, anafase en telofase.

True or False: De celcyclus is continu en zonder onderbrekingen.

False. De celcyclus heeft specifieke fasen en controles die de voortgang reguleren.

Wat gebeurt er in de G2-fase?

In de G2-fase controleert de cel of het DNA correct is gerepliceerd en bereidt het zich voor op de mitose.

Vergelijk G1-fase en G2-fase.

G1-fase: celgroei en voorbereiding op replicatie. G2-fase: controle van replicatie en voorbereiding op mitose.

Wat is de rol van cyclines?

Cyclines zijn eiwitten die de voortgang van de celcyclus reguleren door activatie van cycline-afhankelijke kinasen (CDK's).

Vul de lege ruimte in: De fase waarin DNA wordt gerepliceerd is __________.

S-fase.

Wat is profase?

Profase is de eerste fase van mitose waar chromosomen zichtbaar worden en de kernmembranen degraderen.

Wat is het belang van de celcyclus?

De celcyclus is essentieel voor groei, herstel en reproductie van cellen in organismen.

Wat gebeurt er tijdens anafase?

Tijdens anafase worden de zusterchromatiden van elkaar gescheiden en naar de tegenovergestelde polen van de cel getrokken.

Regulatie van de celcyclus(16)

Wat reguleert de celcyclus?

Celdeling, groei, en differentiatie worden gereguleerd door eiwitten zoals cyclines en cycline-afhankelijke kinases (CDK's).

Wat zijn cyclines?

Cyclines zijn eiwitten die de activiteit van CDK's reguleren. Hun niveaus fluctueren tijdens de celcyclus.

Waarvoor zijn CDK's verantwoordelijk?

CDK's activeren specifieke eiwitten door fosforylering, wat essentieel is voor de voortgang van de celcyclus.

Waar vindt de controle van de celcyclus plaats?

De controle vindt plaats op cruciale punten: G1, G2 en de metafase van de mitose.

Waar staat p53 voor?

p53 is een tumorsuppressoreiwit dat DNA-schade herkent en de celcyclus kan stoppen.

Wat doet Rb-eiwit?

Rb remt de celcyclus door de transitie van G1 naar S-fase te blokkeren, preventie van ongereguleerde celdeling.

Wat is de rol van checkpoint-eiwitten?

Ze controleren of de celcyclus op het juiste moment doorgaat en of er fouten zijn in DNA of andere processen.

Waarvoor is de G1-checkpoint?

De G1-checkpoint controleert op DNA-schade en voldoende middelen voordat de cel naar de S-fase gaat.

Wat is het effect van overactiviteit van cyclines?

Overactiviteit kan leiden tot ongecontroleerde celdeling en mogelijk kanker.

Cyclines versus CDK's, verschil?

Cyclines reguleren CDK-activiteit; CDK's zijn de enzymatische partners die de celcyclus bevorderen.

Wat is de functie van het G2-checkpoint?

Het G2-checkpoint controleert of DNA correct is gerepliceerd en of de cel gereed is om mitose te ondergaan.

Vul in: p53 is een ________.

tumorsuppressoreiwit.

Wat doet het M-checkpoint?

Controleert of de chromosomen goed zijn uitgelijnd op de spoelfiguur voor de celdeling.

Waarvoor staat CDK?

Cycline-afhankelijke kinase, enzymen die cruciale stappen in de celcyclus bevorderen.

Waar werken tumorsuppressoren op?

Ze werken op het remmen van de celcyclus en voorkomen van ongecontroleerde groei.

Wat is het gevolg van defecte checkpoint-eiwitten?

Defecte checkpoints kunnen leiden tot genmutaties en kankerontwikkeling.

Kanker en celcyclus(16)

Wat is de celcyclus?

De celcyclus is de cyclus van groei en deling van een cel. Bestaat uit: - Interfase - Mitose - Cytokinese

Hoe leidt een fout in de celcyclus tot kanker?

Fouten in de celcyclus kunnen leiden tot ongereguleerde celdeling, wat resulteert in tumoren.

Waar bevindt de controlepunt G1 zich?

G1 controleert of de cel klaar is voor DNA-replicatie. - Controleert schade - Vraagt om groeifactoren

Waarvoor staat ontaarding?

Ontaarding is het proces waarbij normale cellen veranderen in kankercellen.

Waar bevindt de controlepunt G2 zich?

Het G2 controlepunt controleert of DNA correct is gerepliceerd en of de cel klaar is voor mitose.

Vul in: Mutaties in __________ kunnen leiden tot kanker.

genen die betrokken zijn bij celgroei en -deling.

Wat zijn proto-oncogenen?

Proto-oncogenen zijn normale genen die celgroei bevorderen. - Wanneer gemuteerd, worden ze oncogenen.

Wat zijn tumorsuppressorgenen?

Tumorsuppressorgenen remmen celdeling. - Bij verlies van functie kan kanker ontstaan.

Waar zorgt p53 voor in de celcyclus?

p53 is een tumorsuppressoreiwit dat schade aan DNA herstelt of celdeling stopt.

Fout of waar: Kanker is altijd erfelijk.

Fout. De meeste kankers zijn veroorzaakt door omgevingsfactoren en levensstijl.

Wat is een maligniteit?

Maligniteit verwijst naar kankercellen die invasief zijn en zich verspreiden naar andere weefsels.

Voorbeeld van een omgevingsfactor die kanker kan veroorzaken?

Roken, UV-straling, en bepaalde chemicaliën.

Wat is metastase?

Metastase is de verspreiding van kanker van de ene naar de andere locatie in het lichaam.

Hoe beïnvloedt een mutatie in een tumorsuppressorgen kanker?

Het verlies van functie leidt tot ongeremde celdeling en tumorvorming.

Wat is de rol van cyclines in de celcyclus?

Cyclines zijn eiwitten die de voortgang van de celcyclus reguleren door activatie van cycline-afhankelijke kinasen.

Vul in: Kanker ontstaat vaak door een combinatie van __________.

genetische en omgevingsfactoren.

Diagnose en behandeling van kanker(16)

Wat is een biopt?

Een biopt is een monster van weefsel dat wordt genomen voor diagnostische doeleinden om kanker te onderzoeken.

Welke methoden worden gebruikt voor kankerdiagnose?

- Beeldvorming (MRI, CT-scan) - Biopsie - Bloedonderzoek - Endoscopie

Waarvoor staat de afkorting PET-scan?

PET staat voor Positron Emissietomografie. Het is een beeldvormingstechniek die metabolische activiteit onderzoekt.

Waarvoor dienen tumor markers?

Tumor markers zijn stoffen in het bloed die kunnen wijzen op de aanwezigheid van kanker. Voorbeelden zijn PSA en CA-125.

Waaruit bestaat de behandeling van kanker?

- Chirurgie - Chemotherapie - Radiotherapie - Immunotherapie

Wat is het doel van chemotherapie?

Chemotherapie is gericht op het doden van snel delende kankercellen door het verstoren van de celcyclus.

Vul de lege ruimte in: Radiotherapie gebruikt _____ om kankercellen te doden.

ioniserende straling

Wat is het verschil tussen palliatie en curatieve behandeling?

Palliatieve behandeling richt zich op verlichting van symptomen, terwijl curatieve behandeling gericht is op genezing van kanker.

Wat is immunotherapie?

Immunotherapie is een behandeling die het immuunsysteem stimuleert om kankercellen te bestrijden.

Wat is een veelvoorkomende bijwerking van chemotherapie?

Bijwerkingen kunnen zijn: misselijkheid, vermoeidheid, haaruitval en een verzwakt immuunsysteem.

Wanneer wordt een operatie toegepast bij kanker?

Een operatie wordt vaak toegepast wanneer de kanker in een vroeg stadium is en nog niet is uitgezaaid.

Is het waar dat niet alle kankers kunnen worden behandeld?

Waar. Sommige kankers zijn agressiever en moeilijker te behandelen, afhankelijk van het type en het stadium.

Wat is het doel van een screening?

Het doel van screening is het vroegtijdig opsporen van kanker, vaak voordat symptomen verschijnen.

Vul de lege ruimte in: _____ kan worden gebruikt om kanker in de darm op te sporen.

Colonoscopie

Wat zijn de voordelen van vroege diagnose?

- Hogere overlevingskans - Minder ingrijpende behandelingen - Betere prognose

Wat is een voorbeeld van een doelgerichte therapie?

Een voorbeeld is trastuzumab, dat specifiek gericht is op HER2-positieve borstkanker.

Vragen in deze set(64)

1. Wat is de belangrijkste functie van de S-fase in de celcyclus?

A.DNA-replicatie
B.Celgroei
C.Cytokinese
D.Mitose

2. Wat reguleert de celcyclus?

A.Eiwitten zoals cyclines
B.DNA-replicatie
C.Celmetabolisme
D.Celademhaling

3. Wat is de belangrijkste functie van het G1 controlepunt?

A.Het controleren van DNA-replicatie
B.Het beoordelen van cellulaire schade
C.Het initiëren van mitose
D.Het reguleren van cytoplasma deling

4. Wat is het doel van een biopt?

A.Diagnostisch onderzoek van weefsel
B.Verhoging van het immuunsysteem
C.Verlichten van symptomen
D.Verhogen van de bloeddruk

5. In welke fase van de celcyclus vindt de controle plaats op DNA-replicatie?

A.G1-fase
B.S-fase
C.G2-fase
D.M-fase

6. Wat gebeurt er als cyclines overactief zijn?

A.Ongecontroleerde celdeling
B.Vertraagde celdeling
C.Verhoogde apoptose
D.Verminderde celgroei

7. Wat gebeurt er bij een mutatie in een proto-oncogen?

A.Het gen bevordert celdeling
B.Het gen remt celdeling
C.Het gen stopt celdeling
D.Het gen heeft geen invloed op celdeling

8. Welke techniek wordt gebruikt om de metabolische activiteit van tumoren te bekijken?

A.PET-scan
B.MRI-scan
C.Röntgenfoto
D.Echo

9. Wat zijn cyclines?

A.Eiwitten die mitose bevorderen
B.Eiwitten die de celcyclus reguleren
C.DNA-replicatie enzymen
D.Structuren binnen de cel

10. Wat is de belangrijkste functie van CDK's?

A.Fosforyleren van eiwitten
B.DNA-replicatie stimuleren
C.Celgroei remmen
D.Eiwitsynthese bevorderen

11. Welke van de volgende factoren is géén omgevingsfactor die kanker kan veroorzaken?

A.Roken
B.UV-straling
C.Genetische mutatie
D.Chemische stoffen

12. Wat is geen gebruikelijke methode voor kankerdiagnose?

A.MRI
B.Biopsie
C.Bloedonderzoek
D.Fysieke inspanning

13. Wat vindt er plaats tijdens de M-fase?

A.Celdood
B.DNA-replicatie
C.Mitose en cytokinese
D.Celgroei

14. Wat controleert de G1-checkpoint?

A.DNA-schade en middelen
B.Chromosoomuitlijning
C.Fosforylering van eiwitten
D.Celmetabolisme

15. Wat is de rol van het p53-eiwit in de celcyclus?

A.Bevorderen van mitose
B.Herstellen van DNA-schade
C.Activeren van oncogenen
D.Remmen van cytokinese

16. Welke behandeling richt zich op het doden van kankercellen door ioniserende straling?

A.Radiotherapie
B.Chemotherapie
C.Immunotherapie
D.Palliatieve zorg

17. Wat is het doel van de G1-fase?

A.DNA-replicatie
B.Voorbereiden op mitose
C.Celgroei en voorbereiding
D.Cytokinese

18. Wat is de rol van Rb-eiwit in de celcyclus?

A.Remt transitie naar S-fase
B.Stimuleert celdeling
C.Verhoogt cycline-niveaus
D.Versterkt DNA-reparatie

19. Wat gebeurt er als een tumorsuppressorgen niet functioneert?

A.Celdeling wordt geremd
B.Celdeling wordt ongeremd
C.Er is geen effect op de celdeling
D.De cel sterft af

20. Wat is een voorbeeld van een tumor marker?

A.PSA
B.Glucose
C.Cholesterol
D.Calcium

21. Wat gebeurt er in de anafase?

A.Chromosomen worden zichtbaar
B.Zusterchromatiden worden gescheiden
C.Cytoplasma splitst
D.Kernmembranen degraderen

22. Wat doet het M-checkpoint?

A.Controleert chromosomenuitlijning
B.Activeert celgroei
C.Voorkomt DNA-schade
D.Remt apoptose

23. Wat is metastase?

A.De vorming van nieuwe tumoren
B.De verspreiding van kankercellen naar andere delen van het lichaam
C.De afname van tumor groei
D.De regulatie van celcyclus

24. Wat is een mogelijke bijwerking van chemotherapie?

A.Haaruitval
B.Verhoogde eetlust
C.Verbeterde slaap
D.Toegenomen energieniveau

25. Wat is de functie van cytokinese?

A.Duplicatie van chromosomen
B.Splitsten van het cytoplasma
C.Activatie van cyclines
D.Versterking van de celwand

26. Waarvoor staat p53?

A.Een tumorsuppressoreiwit
B.Een enzym voor replicatie
C.Een type cycline
D.Een celgroei-stimulator

27. Wat is een maligniteit?

A.Goedaardige cellen
B.Invasieve kankercellen
C.Gezonde cellen
D.Cellen in de rustfase

28. Wat wordt bedoeld met palliatieve behandeling?

A.Verlichting van symptomen
B.Genezing van kanker
C.Preventie van kanker
D.Versterking van het immuunsysteem

29. Wat gebeurt er in de profase?

A.Chromosomen worden gerepliceerd
B.De cel bereidt zich voor op deling
C.Chromosomen worden zichtbaar
D.Cytoplasma wordt verdeeld

30. Wat gebeurt er bij defecte checkpoint-eiwitten?

A.Ongecontroleerde celdeling
B.Verhoogde apoptose
C.Vertraagde groei
D.Normale celdeling

31. Wat controleert het G2 controlepunt?

A.De celcyclus start
B.De voorwaarden voor DNA-replicatie
C.Of DNA correct is gerepliceerd
D.De snelheid van celdeling

32. Welke van de volgende heeft geen rol in de behandeling van kanker?

A.Chirurgie
B.Chemotherapie
C.Radiotherapie
D.Diëtetiek

33. Wat is een kenmerk van de G2-fase?

A.Groei van de cel
B.DNA-replicatie
C.Controle van DNA-replicatie
D.Celdeling

34. Wat is het effect van CDK-inhibitoren?

A.Remmen de celcyclus
B.Activeren DNA-reparatie
C.Versterken celdeling
D.Stimuleren eiwitsynthese

35. Wat is ontaarding in de context van kanker?

A.Het proces van cellulaire differentiatie
B.De transformatie van normale cellen naar kankercellen
C.De afbraak van tumoren
D.De normalisatie van celdeling

36. Wat is het doel van chemotherapie?

A.Doden van snel delende kankercellen
B.Versterken van het immuunsysteem
C.Vermijden van operatie
D.Verminderen van pijn

37. Welke van de volgende processen vindt NIET plaats in de celcyclus?

A.Mitose
B.DNA-replicatie
C.Cytokinese
D.Apoptose

38. Wat is het belangrijkste verschil tussen cyclines en CDK's?

A.Cyclines reguleren CDK-activiteit
B.CDK's zijn eiwitten
C.Cyclines zijn enzymen
D.CDK's zijn tumorsuppressoren

39. Welke van de volgende beweringen is juist over kanker?

A.Kanker is altijd erfelijk
B.De meeste kankers zijn door omgevingsfactoren veroorzaakt
C.Kanker kan alleen bij ouderen ontstaan
D.Kanker is alleen te wijten aan genetische factoren

40. Wat is een veelvoorkomende reden voor een operatie bij kanker?

A.Kanker is in een vroeg stadium
B.Patiënt heeft geen symptomen
C.Er zijn geen behandelingsopties beschikbaar
D.Kanker is niet agressief

41. Wat is de primaire rol van de celcyclus?

A.Energieproductie
B.Genezing van verwondingen
C.Groei en deling van cellen
D.Afvalverwerking

42. Welke rol speelt het G2-checkpoint?

A.Controleert DNA-replicatie
B.Stimuleert celdeling
C.Remt eiwitsynthese
D.Bevordert apoptose

43. Wat zijn cyclines?

A.Eiwitten die celdood bevorderen
B.Eiwitten die de celcyclus reguleren
C.Eiwitten die DNA herstellen
D.Eiwitten die tumoren vormen

44. Wat is het doel van screening voor kanker?

A.Vroegtijdige opsporing van kanker
B.Versterking van het immuunsysteem
C.Behandeling van kanker
D.Verhoogde eetlust

45. In welke fase van de celcyclus vindt DNA-replicatie plaats?

A.G1-fase
B.S-fase
C.G2-fase
D.M-fase

46. Wat gebeurt er bij een verhoogde activiteit van p53?

A.Minder celdeling
B.Meer celdeling
C.Ongecontroleerde groei
D.Verhoogde apoptose

47. Welke van de volgende beweringen over kanker is waar?

A.Alle kanker is te genezen
B.Kanker kan niet worden voorkomen
C.Kanker ontstaat vaak door genetische en omgevingsfactoren
D.Kanker is altijd zichtbaar in een vroeg stadium

48. Wat is een voorbeeld van een doelgerichte therapie?

A.Trastuzumab
B.Ibuprofen
C.Paracetamol
D.Aspirine

49. Wat gebeurt er als er een fout is in de celcyclus?

A.Celdeling stopt altijd
B.Celcyclus gaat door zonder effect
C.Celdood of kanker kan ontstaan
D.Celgroei verbetert

50. Waarvoor staat CDK?

A.Cycline-afhankelijke kinase
B.Celdeling-katalyserend eiwit
C.Celgroei-stimulator
D.Cycline-geassocieerde inhibitor

51. Wat is een proto-oncogen?

A.Een gen dat tumorgroei remt
B.Een gen dat cellulaire differentiatie bevordert
C.Een normaal gen dat celdeling bevordert
D.Een gen dat celdood induceert

52. Wat is een kenmerk van immunotherapie?

A.Stimuleren van het immuunsysteem
B.Verlagen van de bloeddruk
C.Vermijden van chirurgie
D.Versterken van botten

53. Wat is de functie van de checkpoint in de celcyclus?

A.Om celdood te induceren
B.Om de voortgang van de cyclus te reguleren
C.Om energie te produceren
D.Om cellen te verouderen

54. Wat zijn checkpoints in de celcyclus?

A.Controlepunten voor foute processen
B.Eiwitten die celdeling stimuleren
C.Cyclines die celdeling activeren
D.Enzymen voor DNA-reparatie

55. Wat gebeurt er bij een fout in de celcyclus?

A.Cellen stoppen met delen
B.Cellen delen ongecontroleerd
C.Cellen groeien niet
D.Cellen sterven af

56. Wat is een belangrijk voordeel van vroege diagnose van kanker?

A.Hogere overlevingskans
B.Lagere behandelingskosten
C.Minder tijdsdruk
D.Geen symptomen

57. Welke fase komt direct na de M-fase?

A.G1-fase
B.S-fase
C.G2-fase
D.Cytokinese

58. Wat gebeurt er bij een defect Rb-eiwit?

A.Ongecontroleerde celdeling
B.Vertraagde celdeling
C.Normale groei
D.Verhoogde apoptose

59. Welk van de volgende is geen voorbeeld van een omgevingsfactor die kanker kan veroorzaken?

A.Roken
B.UV-straling
C.Familiegeschiedenis
D.Chemische stoffen

60. Welke van de volgende is een methode om darmkanker op te sporen?

A.Colonoscopie
B.Echo
C.Röntgenfoto
D.CT-scan van het hoofd

61. Wat gebeurt er tijdens de G1-fase van de celcyclus?

A.De cel groeit en bereidt zich voor op DNA-replicatie
B.De cel splitst zich in twee dochtercellen
C.DNA wordt gerepliceerd
D.De kernmembranen degraderen

62. Wat is de functie van cyclines in de celcyclus?

A.Ze reguleren de activiteit van CDK's.
B.Ze zijn verantwoordelijk voor de DNA-replicatie.
C.Ze remmen de celgroei binnen de celcyclus.
D.Ze maken de celcyclus onomkeerbaar.

63. Welke van de volgende uitspraken over tumorsuppressorgenen is juist?

A.Ze remmen celdeling.
B.Ze bevorderen celdeling.
C.Ze zijn altijd gemuteerd in kankercellen.
D.Ze hebben geen rol in de celcyclus.

64. Wat is de functie van tumor markers in de kankerdiagnose?

A.Ze wijzen op de aanwezigheid van kanker in het lichaam.
B.Ze worden uitsluitend gebruikt voor het behandelen van kanker.
C.Ze meten de grootte van een tumor.
D.Ze zijn alleen nuttig bij het vaststellen van de ziektegeschiedenis.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.