DNA-replicatie en DNA-polymerase begrippenlijst

Deze Begrippenlijst over DNA-replicatie en DNA-polymerase bevat belangrijke termen en uitleg die essentieel zijn voor het eindexamen biologie. Ideaal voor leerlingen die zich voorbereiden op hun examens.

WolfMila2·44 flashcards·44 vragen
eindexamenbiologygenetics
0
Ken ik
1 / 44
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is DNA-replicatie?

Tik om om te draaien
Achterkant

Het proces waarbij DNA-moleculen zich kopiëren om twee identieke DNA-strengen te vormen.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(44 vragen)

Vraag 1 van 44

1. Wat is de primaire functie van DNA-polymerase tijdens DNA-replicatie?

Termen in deze set(44)

Basisbegrippen DNA-replicatie(16)

Wat is DNA-replicatie?

Het proces waarbij DNA-moleculen zich kopiëren om twee identieke DNA-strengen te vormen.

Waar vindt DNA-replicatie plaats?

In de celkern bij eukaryoten en in het cytoplasma bij prokaryoten.

Wat zijn de fasen van DNA-replicatie?

- Initiatie - Elongatie - Terminatie

Waar begint de DNA-replicatie?

Op specifieke plaatsen genaamd 'oorsprongen van replicatie'.

Wat is een replicatievork?

De structuur die ontstaat wanneer DNA-strengen uit elkaar worden gehaald tijdens replicatie.

Waar zijn de nucleotiden van DNA uit opgebouwd?

- Suiker - Fosfaatgroep - Stikstofbase

Welke richting gaat DNA-replicatie?

Van 5' naar 3'-richting.

Wat is semiconservatieve replicatie?

Elke nieuwe DNA-streng bestaat uit één oude en één nieuwe streng.

Wat is een primer?

Een korte streng RNA die nodig is om DNA-synthese te starten.

Wat doet helicase?

Het enzym dat de DNA-strengen ontrolt voordat replicatie begint.

Wat is leading strand?

De DNA-streng die continu in de 5' naar 3' richting wordt gesynthetiseerd.

Wat is lagging strand?

De DNA-streng die in stukjes (Okazaki-fragmenten) wordt gesynthetiseerd.

Wat doet DNA-ligase?

Verbindt de Okazaki-fragmenten op de lagging strand.

Vul de lege plek in: DNA-replicatie is __________.

een essentieel proces voor celdeling.

Wat controleert de nauwkeurigheid van DNA-replicatie?

- DNA-polymerase - Correctiemechanismen

Waar worden fouten in DNA-replicatie gecorrigeerd?

Tijdens de elongatiefase door DNA-polymerase.

DNA-polymerase en functie(16)

Wat is DNA-polymerase?

Een enzym dat verantwoordelijk is voor de synthese van DNA tijdens replicatie.

Functie van DNA-polymerase?

Voegt nucleotiden toe aan de groeiende DNA-streng en zorgt voor complementaire basenparing.

Waar vindt DNA-polymerase plaats?

In de celkern tijdens de S-fase van de celcyclus.

Waar bindt DNA-polymerase aan?

Aan de replicatievork, specifiek aan de enkelstrengige DNA-matrix.

Waarmee begint DNA-polymerase de synthese?

Met een korte primer die door primase is gemaakt.

Waaruit bestaat de primer?

Een korte streng RNA die nodig is voor de start van DNA-synthese.

Waar komen de nucleotiden vandaan?

Uit de nucleotide pools in de cel, bestaande uit dATP, dTTP, dCTP en dGTP.

Wat is de richting van synthese?

DNA-polymerase synthetiseert DNA van 5' naar 3' richting.

Wat is de rol van DNA-polymerase III?

De belangrijkste enzym bij het verlengen van de DNA-strengen tijdens replicatie.

Waar is DNA-polymerase I voor verantwoordelijk?

Verwijdert RNA-primer en vervangt deze door DNA-nucleotiden.

Is DNA-polymerase foutcorrectie mogelijk?

Ja, DNA-polymerase heeft een exonucleaseactiviteit voor foutcorrectie.

Verschil tussen DNA-polymerase I en III?

I: verwijdert primers; III: verlengt DNA-strengen.

Wat is een belangrijk kenmerk van DNA-polymerase?

Het kan alleen nucleotiden toevoegen aan een bestaande streng.

Wat is de rol bij leidende en vertraagde streng?

DNA-polymerase verlengt zowel leidende als vertraagde strengen, maar op verschillende manieren.

Invloed van temperatuur op DNA-polymerase?

Een hogere temperatuur kan de enzymactiviteit verhogen, maar te hoog kan denaturatie veroorzaken.

Wat is de relatie tussen DNA-polymerase en replicatiefouten?

DNA-polymerase heeft een lage foutfrequentie door correctie, maar fouten kunnen toch voorkomen.

Regulatie en fouten tijdens replicatie(12)

Wat is de functie van DNA-polymerase?

DNA-polymerase voegt nucleotiden toe tijdens de DNA-replicatie en controleert de juistheid.

Vul in: Correctie van fouten gebeurt door _____ enzymen.

herstel

Waarvoor staat 'proofreading' in DNA-replicatie?

Proofreading is de controle en correctie van fouten door DNA-polymerase tijdens replicatie.

Waar komt het grootste aantal fouten voor?

Tijdens de synthese van het nieuwe DNA-streng.

Waarvoor zijn exonucleases belangrijk?

Exonucleases verwijderen verkeerd geplaatste nucleotiden en zorgen voor nauwkeurigheid.

Waar of niet waar: DNA-replicatie is foutloos.

Niet waar; DNA-replicatie bevat kleine aantallen fouten.

Vergelijk DNA-polymerase I en III.

I: herstel en vervanging, III: belangrijkste replicatie-enzym.

Wat is de rol van een helicase?

Helecase ontwindt de dubbele helix van het DNA voor replicatie.

Noem een mechanisme dat fouten corrigeert.

- Exonuclease activiteit - Mismatch repair

Wat veroorzaakt mutaties in DNA?

Onjuiste toevoeging van nucleotiden tijdens replicatie.

Wat is de rol van ligase?

Ligase verbindt fragmenten van DNA, zoals Okazaki-fragmenten, op de lagging strand.

Vul in: Mutaties kunnen _____ gevolgen hebben voor een organisme.

negatieve, positieve of neutrale

Vragen in deze set(44)

1. Wat is de primaire functie van DNA-polymerase tijdens DNA-replicatie?

A.Het toevoegen van nucleotiden aan de groeiende DNA-streng.
B.Het verwijderen van RNA-primer.
C.Het denatureren van DNA.
D.Het koppelen van aminozuren.

2. Wat is de rol van DNA-polymerase bij het corrigeren van fouten?

A.Het voegt nucleotiden toe en controleert op fouten
B.Het knipt DNA-strengen
C.Het ontdoet DNA van eiwitten
D.Het synthetiseert RNA

3. Wat is de rol van DNA-polymerase tijdens DNA-replicatie?

A.Het voegt nucleotiden toe aan de nieuwe DNA-streng.
B.Het opent de DNA-strengen.
C.Het sluit de Okazaki-fragmenten aan elkaar.
D.Het stabiliseert de replicatievork.

4. In welke fase van de celcyclus is DNA-polymerase actief?

A.S-fase.
B.G1-fase.
C.G2-fase.
D.M-fase.

5. Wat doet een exonuclease tijdens de DNA-replicatie?

A.Het vervangt verouderde DNA-segmenten
B.Het verwijdert verkeerd geplaatste nucleotiden
C.Het synthetiseert een nieuwe DNA-streng
D.Het bindt DNA-fragmenten aan elkaar

6. Welke richting wordt de nieuwe DNA-streng gesynthetiseerd?

A.Van 3' naar 5'.
B.Van 5' naar 3'.
C.In beide richtingen.
D.Van de replicatievork naar de oorsprong.

7. Wat is de rol van de primer in relatie tot DNA-polymerase?

A.Het biedt een startpunt voor DNA-synthese.
B.Het zal DNA-nucleotiden verwijderen.
C.Het bevordert de denaturatie van DNA.
D.Het stabiliseert de DNA-streng.

8. Wat is een gevolg van een misfolded nucleotide tijdens de replicatie?

A.Er ontstaan energiecrises
B.Er zijn geen gevolgen voor het DNA
C.Het kan leiden tot mutaties
D.Het versnelt de replicatie

9. Wat is het effect van helicase op het DNA?

A.Het opent de dubbele helix.
B.Het voegt nucleotiden toe.
C.Het corrigeert fouten.
D.Het bindt Okazaki-fragmenten.

10. Welk type nucleotiden gebruikt DNA-polymerase voor DNA-synthese?

A.dATP, dTTP, dCTP en dGTP.
B.ATP, UTP, CTP en GTP.
C.dAMP, dTMP, dCMP en dGMP.
D.rATP, rTTP, rCTP en rGTP.

11. Wat is de functie van een helicase in het replicatieproces?

A.Het voegt nucleotiden toe aan de nieuwe streng
B.Het ontdoet DNA van histonen
C.Het ontwindt de dubbele helix
D.Het corrigeert fouten in nucleotiden

12. Wat is een essentieel kenmerk van semiconservatieve replicatie?

A.De nieuwe strengen zijn identiek aan de oude strengen.
B.Er zijn geen fouten in de nieuwe strengen.
C.Elke nieuwe streng bevat één oude en één nieuwe streng.
D.De replicatie vindt alleen plaats in de celkern.

13. Welke richting synthetiseert DNA-polymerase DNA?

A.Van 5' naar 3'.
B.Van 3' naar 5'.
C.In beide richtingen.
D.Geen specifieke richting.

14. Welke van de volgende stellingen is waar?

A.DNA-replicatie is altijd foutloos
B.Fouten kunnen zich voordoen tijdens de synthese van nieuwe strengen
C.DNA-polymerase is alleen verantwoordelijk voor herstel
D.Mutaties zijn altijd schadelijk

15. Wat is de functie van een primer in DNA-replicatie?

A.Het startpunt voor DNA-synthese.
B.Het verbindt de DNA-strengen.
C.Het opent de DNA-helix.
D.Het corrigeert replicatiefouten.

16. Wat is de functie van DNA-polymerase I?

A.Het verwijderen van RNA-primer en vervangen door DNA.
B.Het verlengen van DNA-strengen.
C.Het initiëren van de replicatie.
D.Het stabiliseren van enkelstrengig DNA.

17. Wat is het belangrijkste verschil tussen DNA-polymerase I en III?

A.I is sneller dan III
B.III is verantwoordelijk voor herstel, I voor replicatie
C.I is betrokken bij de belangrijkste replicatie, III bij herstel
D.I is betrokken bij de belangrijkste replicatie, III bij herstel

18. Waar vindt DNA-replicatie plaats in eukaryote cellen?

A.In het ribosoom.
B.In de celkern.
C.In het cytoplasma.
D.Op het celmembraan.

19. Wat doet DNA-polymerase III?

A.Het verlengt de DNA-strengen.
B.Het verwijdert de primers.
C.Het bindt aan de replicatievork.
D.Het denatureert het DNA.

20. Wat wordt bedoeld met 'proofreading' in de context van DNA-replicatie?

A.Het knippen van RNA-strengen
B.Het controleren en corrigeren van fouten door enzymen
C.Het dupliceren van DNA-strengen
D.Het synthetiseren van nieuwe eiwitten

21. Wat zijn Okazaki-fragmenten?

A.Korte stukjes DNA op de leading strand.
B.Korte stukjes DNA op de lagging strand.
C.RNA-primers die DNA-synthese starten.
D.Verbindingsplaatsen voor nucleotiden.

22. Wat is een belangrijk kenmerk van DNA-polymerase met betrekking tot fouten?

A.Het heeft exonucleaseactiviteit voor foutcorrectie.
B.Het kan fouten volledig negeren.
C.Het kan geen fouten maken.
D.Het kan alleen fouten detecteren.

23. Welke van de volgende processen corrigeert fouten tijdens DNA-replicatie?

A.Translatie
B.Exonuclease activiteit
C.Transcriptie
D.Ligatie

24. Welke term beschrijft een replicatievork?

A.De plaats waar nucleotiden worden toegevoegd.
B.De structuur die ontstaat als DNA-strengen uit elkaar gaan.
C.Een type enzym dat DNA repliceert.
D.Een fout in de DNA-sequentie.

25. Wat is de invloed van temperatuur op de activiteit van DNA-polymerase?

A.Te hoge temperaturen kunnen het enzym denatureren.
B.Koudere temperaturen verhogen enzymactiviteit.
C.Temperatuur heeft geen invloed op enzymactiviteit.
D.Alle enzymen functioneren het beste bij 0 graden Celsius.

26. Waarvoor is DNA-ligase verantwoordelijk?

A.Het knipt DNA in fragmenten
B.Het corrigeert nucleotiden
C.Het verbindt Okazaki-fragmenten op de lagging strand
D.Het ontwindt de dubbele helix

27. Wat gebeurt er tijdens de terminatiefase van DNA-replicatie?

A.DNA-strengen worden geopend.
B.De nieuwe DNA-strengen worden gesynthetiseerd.
C.De replicatie eindigt en strengen worden losgekoppeld.
D.Nucleotiden worden toegevoegd.

28. Wat vormt de basis voor complementaire basenparing tijdens DNA-synthese?

A.De nucleotiden die door DNA-polymerase worden toegevoegd.
B.De primer die wordt gebruikt.
C.De temperatuur van de cel.
D.De enzymactiviteit.

29. Welke uitspraak is niet waar over DNA-replicatie?

A.Fouten kunnen optreden tijdens de replicatie
B.Mutaties kunnen negatieve gevolgen hebben
C.DNA-replicatie vereist geen enzymen
D.Proofreading helpt fouten te verminderen

30. Wat is de functie van DNA-ligase?

A.Het opent de DNA-strengen.
B.Het corrigeert fouten.
C.Het verbindt Okazaki-fragmenten.
D.Het synthetiseert nieuwe nucleotiden.

31. Wat is een verschil tussen leidende en vertraagde streng tijdens DNA-replicatie?

A.Leidende streng wordt continu gesynthetiseerd, terwijl vertraagde streng in fragmenten wordt gesynthetiseerd.
B.Vertraagde streng is de eerste die wordt gesynthetiseerd.
C.Ze worden beide op dezelfde manier gesynthetiseerd.
D.Leidende streng heeft geen primer nodig.

32. Wat veroorzaakt mutaties in het DNA?

A.Correcte toevoeging van nucleotiden
B.Verlies van genen
C.Onjuiste toevoeging van nucleotiden tijdens replicatie
D.Veranderingen in omgevingstemperatuur

33. Wat controleert de nauwkeurigheid van DNA-replicatie?

A.DNA-ligase.
B.DNA-polymerase.
C.Helicase.
D.De primer.

34. Wat gebeurt er met replicatiefouten tijdens DNA-replicatie?

A.DNA-polymerase kan veel fouten corrigeren.
B.Fouten worden nooit gecorrigeerd.
C.Ze worden altijd door de cel gedetecteerd.
D.Ze worden alleen gecorrigeerd door externe factoren.

35. Hoe kunnen mutaties invloed hebben op een organisme?

A.Ze hebben altijd een positief effect
B.Ze hebben nooit invloed
C.Ze kunnen negatieve, positieve of neutrale gevolgen hebben
D.Ze maken organismen resistent tegen ziekten

36. Welke van de volgende beweringen is NIET waar over DNA-replicatie?

A.Het proces is semiconservatief.
B.Het vindt plaats in de celkern van eukaryoten.
C.Het kan alleen plaatsvinden met RNA-primers.
D.Helicase speelt een essentiële rol.

37. Wat is het effect van RNA-primer op DNA-synthese?

A.Het is noodzakelijk voor de start van de synthese.
B.Het vertraagt de synthese.
C.Het voorkomt dat DNA-polymerase functioneert.
D.Het maakt de DNA-streng korter.

38. Wat is een oorsprong van replicatie?

A.De plaats waar DNA-polymerase werkt.
B.De plaats waar de DNA-strengen worden geopend.
C.De plaats waar nucleotiden worden toegevoegd.
D.De plaats waar DNA-ligase activeert.

39. Wat is de rol van primase in relatie tot DNA-polymerase?

A.Het maakt de primer die nodig is voor DNA-synthese.
B.Het verwijdert de RNA-primer.
C.Het stabiliseert de DNA-streng.
D.Het synthetiseert eiwitten.

40. Wat is het verschil tussen de leading strand en de lagging strand?

A.De leading strand is continu en de lagging strand niet.
B.De lagging strand is langer dan de leading strand.
C.De leading strand heeft meer fouten.
D.De lagging strand wordt sneller gesynthetiseerd.

41. Wat is een kenmerk van de complementaire basenparing?

A.Adenine paren met Thymine en Guanine met Cytosine.
B.Alle basen kunnen willekeurig paren.
C.Adenine paren met Guanine.
D.Cytosine paren met Thymine.

42. Tijdens welke fase van DNA-replicatie worden de nucleotiden toegevoegd?

A.Initiatie.
B.Elongatie.
C.Terminatie.
D.Correctie.

43. Wat gebeurt er als DNA-polymerase zijn werk niet goed doet tijdens de replicatie?

A.Er kunnen mutaties ontstaan in het DNA.
B.De DNA-streng zal sneller groeien.
C.Het DNA wordt volledig gerepareerd.
D.De primer blijft permanent aan het DNA hangen.

44. Wat beschrijft het proces van DNA-replicatie het beste?

A.Het proces waarbij DNA-moleculen zich kopiëren om twee identieke DNA-strengen te vormen.
B.Het proces waarbij cellen zich delen zonder DNA te repliceren.
C.Het proces waarbij RNA wordt omgezet in DNA.
D.Het proces waarbij eiwitten worden gesynthetiseerd uit DNA.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.