Celcyclus regulatie

Deze begrippenlijst biedt een overzicht van belangrijke termen en concepten met betrekking tot de regulatie van de celcyclus. Het is bedoeld voor studenten biologie die hun kennis over celbiologie willen verdiepen.

Jolly65·72 flashcards·72 vragen
wobiologycell_biology
0
Ken ik
1 / 72
0
Aan het leren
Voorkant

Interfase

Tik om om te draaien
Achterkant

De fase waarin de cel groeit en DNA replicatie plaatsvindt. Bestaat uit G1, S, en G2.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(72 vragen)

Vraag 1 van 72

1. Wat is een belangrijke functie van tumor suppressorgenen?

Termen in deze set(72)

Fasen van de celcyclus(16)

Interfase

De fase waarin de cel groeit en DNA replicatie plaatsvindt. Bestaat uit G1, S, en G2.

Wat gebeurt er in de G1-fase?

De cel groeit, produceert RNA en eiwitten, en bereidt zich voor op DNA replicatie.

Wat is de S-fase?

De fase waarin DNA wordt gerepliceerd. Elk chromosoom kopieert zichzelf.

G2-fase

De laatste voorbereidingsfase voordat de mitose begint. Controleert DNA en produceert eiwitten.

Mitose

De fase waarin de cel zich deelt in twee identieke dochtercellen. Bestaat uit vier fasen: profase, metafase, anafase, telofase.

Wat zijn de vier fasen van mitose?

Profase, metafase, anafase, telofase.

Wat gebeurt er in de profase?

Het chromosoom condenseert, de nucleaire envelop verdwijnt en de spoelfiguur begint zich te vormen.

Metafase

Chromosomen zijn uitgelijnd op de metafaseplaat. Dit is cruciaal voor een correcte verdeling.

Vergelijking G1 en G2

G1: groei en voorbereiding. G2: controle en voorbereiding op mitose.

Anafase

De zusterchromatiden worden van elkaar gescheiden en bewegen naar tegenovergestelde polen van de cel.

Telofase

De chromosomen decondensiveren, de nucleaire envelop vormt zich opnieuw, en de cel begint te splitsen.

Wat is cytokinese?

De laatste stap van de celdeling waarbij het cytoplasma van de cel wordt verdeeld.

G0-fase

Een rustfase waarin cellen niet delen. Cellen kunnen tijdelijk of permanent in deze fase blijven.

Waar is de celcyclus regulatie belangrijk voor?

Het handhaven van de juiste celdeling en voorkomen van ongecontroleerde groei.

Vervang dit: De celcyclus wordt gereguleerd door _____ en eiwitten.

cyclines

Waarvoor is de checkpoints in de celcyclus?

Zorgen voor correcte DNA-replicatie en celgroei voordat de cel verder gaat naar de volgende fase.

Regulatie van de celcyclus(20)

Wat zijn cyclines?

Cyclines zijn eiwitten die de celcyclus reguleren door te binden aan cycline-afhankelijke kinasen (CDK's). Ze zijn cruciaal voor de overgang tussen verschillende fasen van de celcyclus.

Cycline-afhankelijke kinasen (CDK's) →

CDK's zijn enzymen die de celcyclus aansteken door fosforylering. Ze zijn inactief zonder bindende cycline.

Waarvoor dienen checkpoints?

Checkpoints zijn controlemechanismen die ervoor zorgen dat de celcyclus alleen doorgaat als de voorwaarden zijn vervuld. Ze zijn essentieel voor de schadecontrole.

Wat is de rol van p53?

p53 is een tum suppressor eiwit dat de celcyclus stopt bij DNA-schade. Het stimuleert herstel of apoptose als schade niet kan worden verholpen.

Wat is apoptose?

Apoptose is een geprogrammeerde celdood die optreedt wanneer cellen beschadigd zijn of niet meer functioneren. Dit helpt om ongecontroleerde celgroei te voorkomen.

Cycline D →

Cycline D is essentieel voor de overgang van de G1-fase naar de S-fase. Het activeert CDK4 en CDK6.

Wat is het effect van CDK-remmers?

CDK-remmers zijn eiwitten die de activiteit van CDK's verminderen. Ze helpen bij het reguleren van de celcyclus en kunnen worden gebruikt als therapeutische middelen.

Wat doet Rb-eiwit?

Rb (retinoblastoma) reguleert de celcyclus door de transcriptie van genen die celgroei bevorderen, te remmen. Het wordt vaak beïnvloed door de fosforylering door CDK's.

Fase G1 →

De G1-fase is de eerste fase van de celcyclus waarin de cel groeit en voorbereidingen treft voor DNA-replicatie. Controlepunten zijn cruciaal.

Wat is de rol van E2F?

E2F is een transcriptiefactor die betrokken is bij de overgang van G1 naar S-fase. Het bevordert genexpressie voor DNA-replicatie.

True or False: Cyclines zijn constante eiwitten.

False. Cyclines fluctueren in concentratie tijdens de celcyclus en zijn niet constant aanwezig.

Wat doet de anafase-promotende complex (APC)?

APC is verantwoordelijk voor het afbreken van cyclines en het scheiden van zusterchromatiden tijdens de anafase, wat cruciaal is voor een correcte celdeling.

Hoe beïnvloedt groei-factoren de celcyclus?

Groei-factoren stimuleren de celcyclus door signalen te geven die de expressie van cyclines en CDK's verhogen, waardoor cellen in de G1-fase doorgaan naar de S-fase.

Wat is de rol van Cdc25?

Cdc25 is een fosfatase dat de activering van CDK's bevordert door fosfaatgroepen te verwijderen. Dit is belangrijk voor de voortgang van de celcyclus.

Waarom is de M-fase cruciaal?

De M-fase is waar de celdeling plaatsvindt. Dit is wanneer de chromosomen worden verdeeld over de dochtercellen, essentieel voor correcte celdeling.

Wat is het effect van DNA-schade op de celcyclus?

DNA-schade activeert controlepunten zoals p53, die de celcyclus kan stoppen voor herstel of apoptose om genoomstabiliteit te waarborgen.

Cycline B →

Cycline B is cruciaal voor de overgang van de G2-fase naar de M-fase, en werkt samen met CDK1, wat de mitose bevordert.

Wat zijn oncomiren?

Oncomiren zijn micro-RNA's die de expressie van genen die betrokken zijn bij de celcyclus beïnvloeden en kunnen bijdragen aan tumorvorming.

Wat zijn de gevolgen van celcyclusverstoring?

Celcyclusverstoring kan leiden tot ongecontroleerde celgroei, wat bijdraagt aan kanker. Het beïnvloedt ook normale weefselfuncties.

Wat is de rol van cyclines in de celcyclus?

Cyclines zijn eiwitten die de activiteit van cycline-afhankelijke kinasen (CDK's) reguleren. Ze zorgen voor de activatie van CDK's op specifieke tijdstippen in de celcyclus, wat essentieel is voor de voortgang door de verschillende fasen.

Celcyclus en kanker(20)

Wat is celcyclusverstoring?

Celcyclusverstoring verwijst naar de verstoring van de normale regulatie van de celcyclus, wat kan leiden tot ongecontroleerde celdeling.

Hoe beïnvloedt oncogen activatie kanker?

Oncogenen stimuleren de celdeling. Wanneer ze gemuteerd zijn, kunnen ze de celcyclus versnellen en kanker veroorzaken.

Waarvoor staan tumor suppressorgenen?

Tumor suppressorgenen zijn genen die de celcyclus remmen. Hun inactivatie kan leiden tot tumorvorming.

Vul de lege plek in: 'p53 is een _______ dat de celcyclus controleert.'

Tumor suppressorgen, belangrijk in checkpoint-regulatie.

Wat is het effect van p53-mutaties?

p53-mutaties leiden tot een verlies van controle over de celcyclus, waardoor cellen zich ongecontroleerd kunnen delen.

Wat is de rol van cyclines?

Cyclines zijn eiwitten die de voortgang van de celcyclus reguleren door activatie van cycline-afhankelijke kinases (CDK's).

Waar komt het woord 'onkogeen' vandaan?

Het woord 'onkogeen' komt van 'onkologie', de studie van tumoren en kanker.

Waarvoor dient het Rb-gen?

Het Rb-gen remt de celcyclus en voorkomt dat cellen ongecontroleerd delen. Inactivatie leidt vaak tot retinoblastoom.

Waar is CDK een afkorting voor?

CDK staat voor cycline-afhankelijke kinase, cruciaal voor celcyclusregulatie.

Is het waar dat alle kankers een celcyclusverstoring hebben?

Waar. De meeste kankers hebben een soort van celcyclusverstoring en verliezen controlemechanismen.

Wat zijn epigenetische veranderingen?

Epigenetische veranderingen beïnvloeden genexpressie zonder de DNA-sequentie te veranderen, wat kan bijdragen aan kankerontwikkeling.

Vul de lege plek in: 'Telomeren verkorten tijdens _______.'

celdeling, wat bijdraagt aan veroudering en kan kanker beïnvloeden.

Noem een voorbeeld van een milieufactor die kanker kan veroorzaken.

Roken, UV-licht, chemicaliën. - Verhoogt risico op celcyclusverstoring.

Wat is het effect van mutaties in DNA-reparatiegenen?

Mutaties in DNA-reparatiegenen leiden tot accumulatie van fouten in het DNA, wat kan resulteren in kanker.

Vergelijk genmutaties en epigenetische veranderingen.

Genmutaties veranderen de DNA-sequentie; epigenetische veranderingen beïnvloeden genexpressie zonder de sequentie te veranderen.

Wat is de functie van checkpoints in de celcyclus?

Checkpoints controleren de voortgang van de celcyclus en zorgen ervoor dat cellen alleen doorgaan als ze gezond zijn.

Hoe is de celcyclus gerelateerd aan metastase?

Verstoringen in de celcyclus kunnen de verspreiding van kankercellen naar andere delen van het lichaam bevorderen.

Wat zijn angiogenese en zijn rol in kanker?

Angiogenese is de vorming van nieuwe bloedvaten, essentieel voor tumorgroei en metastase.

Waarom is kanker een multifactorieel proces?

Kanker ontstaat door een combinatie van genetische, epigenetische en omgevingsfactoren die de celcyclus beïnvloeden.

Hoe beïnvloedt celcyclusverstoring kankerontwikkeling?

Celcyclusverstoring leidt tot ongecontroleerde celdeling, wat kan resulteren in tumorvorming. - Verlies van controlepunten - Oncogenactivatie - Inactivatie van tumor suppressorgenen - Ongeregelde proliferatie

Signaaltransductie in de celcyclus(16)

Signaaltransductie

Het proces waarbij cellen signalen ontvangen en omzetten in cellulaire reacties.

Wat zijn groeifactoren?

Eiwitten die de celgroei en deling stimuleren, vaak betrokken bij signaaltransductie.

Faseregulatie

De controlemechanismen die bepalen in welke fase van de celcyclus een cel zich bevindt.

Waarvoor dienen cyclines?

Cyclines zijn eiwitten die de voortgang van de celcyclus reguleren door binding aan cyclinedepende kinase (CDK).

Waar of niet waar: Signalen kunnen de celcyclus stilleggen.

Waar. Signalen zoals DNA-schade activeren zogenaamde checkpoints die de celcyclus kunnen stoppen.

Wat is de rol van CDK?

Cycline-afhankelijke kinases (CDK) activeren specifieke eiwitten door fosforylering, wat de celcyclus bevordert.

Signaalcascade

Een serie van biochemische reacties die voortkomen uit een initiële signaalversterking, essentieel voor signaaltransductie.

Hoe beïnvloedt p53 de celcyclus?

p53 is een tumorsuppressoreiwit dat de celcyclus kan stoppen bij DNA-schade, waardoor herstel mogelijk is.

Wat gebeurt er bij een defect in signaaltransductie?

Een defect kan leiden tot ongecontroleerde celgroei en mogelijk kankerontwikkeling.

Fill in the blank: ___ zijn essentieel voor de activatie van CDK.

Cyclines

Wat is de functie van Rb-eiwit?

Rb remt de celcyclus door te binden aan E2F, een transcriptiefactor die celcyclusgenen activeert.

Verhouding tussen apoptose en de celcyclus.

Apoptose kan de celcyclus beëindigen als de cellulaire omstandigheden ongunstig zijn.

Wat zijn MAPK's?

Mitogen-activated protein kinases (MAPK's) zijn betrokken bij signaaltransductie en reguleren celgroei en differentiatie.

Waar of niet waar: Signalen kunnen geen apoptose induceren.

Niet waar. Bepaalde signalen kunnen apoptose activeren als een mechanisme om schadelijke cellen te elimineren.

Hoe beïnvloeden hormonen de celcyclus?

Hormonen kunnen bepaalde genen activeren die cyclines en andere regulerende eiwitten tot expressie brengen.

Wat is een voorbeeld van een externe signaal?

Groeifactoren zoals EGF die receptoren op de celactiviteit activeren.

Vragen in deze set(72)

1. Wat is een belangrijke functie van tumor suppressorgenen?

A.Ze remmen de celcyclus.
B.Ze stimuleren de celdeling.
C.Ze veroorzaken mutaties.
D.Ze bevorderen angiogenese.

2. Wat is de belangrijkste functie van de interfase in de celcyclus?

A.De cel groeit en DNA replicatie vindt plaats.
B.De cel deelt zich in twee dochtercellen.
C.De chromosomen worden verdeeld.
D.De nucleaire envelop verdwijnt.

3. Wat is het belangrijkste effect van signalen op de celcyclus?

A.Ze kunnen de celcyclus stoppen.
B.Ze versnellen de celdeling.
C.Ze hebben geen invloed.
D.Ze verlagen de energieproductie.

4. Wat is de functie van cycline A?

A.Cycline A bevordert de overgang van de S-fase naar de G2-fase.
B.Cycline A remt de activatie van CDK's.
C.Cycline A is verantwoordelijk voor het initiëren van de M-fase.
D.Cycline A heeft geen rol in de celcyclus.

5. Welke van de volgende kenmerken is NIET typisch voor kankercellen?

A.Ze delen zich ongecontroleerd.
B.Ze hebben geen apoptose-inducerende signalen.
C.Ze hebben altijd normale chromosomen.
D.Ze kunnen metastaseren.

6. Wat vindt er plaats in de G1-fase?

A.DNA replicatie.
B.Celgroei, RNA en eiwitproductie.
C.Celdeling.
D.Controle van DNA.

7. Welke van de volgende eiwitten speelt een cruciale rol in de activatie van CDK?

A.Cyclines
B.Rb-eiwit
C.p53
D.MAPK's

8. Wat is het belang van de G2-fase?

A.De G2-fase is waar de cel begint te groeien.
B.De G2-fase is waar DNA-replicatie plaatsvindt.
C.De G2-fase bereidt de cel voor op mitose.
D.De G2-fase heeft geen significante rol in de celcyclus.

9. Wat is de rol van p53 in de celcyclus?

A.Het bevorderd celdeling.
B.Het activeert DNA-reparatie.
C.Het stimuleert angiogenese.
D.Het verlicht metabolisme.

10. Welke fase wordt gekenmerkt door DNA-replicatie?

A.G1-fase.
B.S-fase.
C.G2-fase.
D.Mitose.

11. Wat is de functie van het Rb-eiwit in de celcyclus?

A.Het stimuleert de celdeling.
B.Het remt de celcyclus.
C.Het bevordert apoptose.
D.Het activeert groeifactoren.

12. Welke rol speelt het p21-eiwit?

A.p21 stimuleert de celcyclus door CDK's te activeren.
B.p21 is een CDK-remmer die de celcyclus vertraagt.
C.p21 bevordert apoptose.
D.p21 heeft geen effect op de celcyclus.

13. Hoe kan een mutatie in een oncogen leiden tot kanker?

A.Het remt de celcyclus.
B.Het verhoogt de celdeling.
C.Het bevordert apoptose.
D.Het vermindert angiogenese.

14. Wat is de belangrijkste functie van de G2-fase?

A.De cel groeit en produceert eiwitten.
B.DNA wordt gerepliceerd.
C.De cel controleert DNA en bereidt zich voor op mitose.
D.De chromosomen worden verdeeld.

15. Welk proces wordt gekenmerkt door een serie biochemische reacties die een signaal versterken?

A.Signaalcascade
B.Apoptose
C.Faseregulatie
D.Cellulaire differentiatie

16. Wat is de rol van het retinoblastoma (Rb) eiwit?

A.Rb bevordert de transcriptie van genen die celgroei stimuleren.
B.Rb remt de transcriptie van celcyclus-gerelateerde genen.
C.Rb activeert cycline D.
D.Rb heeft geen invloed op de celcyclus.

17. Wat is de functie van cycline-afhankelijke kinases (CDK's)?

A.Ze reguleren de apoptose.
B.Ze activeren de celcyclus.
C.Ze repareren DNA.
D.Ze bevorderen angiogenese.

18. Wat gebeurt er tijdens de mitose?

A.De cel groeit.
B.De cel deelt zich in twee identieke dochtercellen.
C.DNA wordt gerepliceerd.
D.De nucleaire envelop vormt zich.

19. Welke uitspraak is waar over p53?

A.Het bevordert altijd celdeling.
B.Het activeert apoptose bij schade.
C.Het heeft geen effect op de celcyclus.
D.Het remt apoptose.

20. Wat is het effect van een defect in het p53-gen?

A.Het leidt tot een verhoogde apoptose.
B.Het zorgt voor een ongecontroleerde celcyclus.
C.Het bevordert de DNA-reparatie.
D.Het heeft geen effect op de celcyclus.

21. Welke term beschrijft de afname van telomeren tijdens celdeling?

A.Telomeerverlenging.
B.Telomeerverkorting.
C.Telomeeractivatie.
D.Telomeerstabilisatie.

22. Welke volgorde van mitose fasen is correct?

A.Profase, metafase, telofase, anafase.
B.Profase, metafase, anafase, telofase.
C.Metafase, anafase, profase, telofase.
D.Telofase, profase, metafase, anafase.

23. Wat is het effect van een defect in signaaltransductie?

A.Het leidt tot gecontroleerde groei.
B.Het bevordert celdood.
C.Het veroorzaakt ongecontroleerde celgroei.
D.Het heeft geen effect.

24. Wat gebeurt er tijdens de metafase?

A.Chromosomen worden verdeeld over de dochtercellen.
B.Chromosomen worden uitgerekt en in het midden van de cel uitgelijnd.
C.De cel groeit en bereidt zich voor op celdeling.
D.De DNA-replicatie vindt plaats.

25. Wat is een voorbeeld van een epigenetische verandering?

A.DNA-methylering.
B.Genomische instabiliteit.
C.Puntmutatie.
D.Chromosoomherstructurering.

26. Wat gebeurt er in de profase?

A.De chromosomen decondensiveren.
B.Chromosomen worden uitgelijnd op de metafaseplaat.
C.Het chromosoom condenseert en de nucleaire envelop verdwijnt.
D.Cytokinese vindt plaats.

27. Wat is de rol van MAPK's in de celcyclus?

A.Ze reguleren de celdood.
B.Ze zijn betrokken bij signaaltransductie.
C.Ze blokkeren de celcyclus.
D.Ze verhogen de energieproductie.

28. Welk effect heeft een verhoogde expressie van oncomiren?

A.Het stimuleert de celcyclus en kan leiden tot tumorvorming.
B.Het remt de celcyclus en bevordert apoptose.
C.Het heeft geen effect op de celcyclus.
D.Het bevordert normale celdeling.

29. Wat gebeurt er bij inactivatie van het Rb-gen?

A.Cellen stoppen met delen.
B.Er is een verhoogde celdeling.
C.Tumoren worden kleiner.
D.Apoptose wordt geïnduceerd.

30. Wat is de functie van de metafase?

A.Chromosomen worden uitgelijnd op de metafaseplaat.
B.DNA wordt gerepliceerd.
C.De cel groeit.
D.De chromosomen decondensiveren.

31. Welke van de volgende beweringen over groeifactoren is niet waar?

A.Ze stimuleren celgroei.
B.Ze zijn eiwitten.
C.Ze remmen de celcyclus.
D.Ze activeren signalen in cellen.

32. Wat is de functie van het anafase-promotende complex (APC)?

A.APC activeert CDK's voor celcyclusvoortgang.
B.APC breekt cyclines af tijdens de anafase.
C.APC stimuleert apoptose.
D.APC is betrokken bij DNA-reparatie.

33. Welke van de volgende factoren kan geen invloed hebben op de celcyclus?

A.Roken.
B.Voeding.
C.Genetische mutaties.
D.Regelmatige lichaamsbeweging.

34. Wat gebeurt er in de anafase?

A.De chromosomen decondensiveren.
B.De zusterchromatiden worden van elkaar gescheiden.
C.De nucleaire envelop verschijnt opnieuw.
D.De cel groeit.

35. Hoe beïnvloeden hormonen de celcyclus?

A.Ze blokkeren CDK-activiteit.
B.Ze activeren genen voor cyclines.
C.Ze verlagen de celgroeisnelheid.
D.Ze hebben geen invloed.

36. Wat is de rol van de cycline B?

A.Cycline B is essentieel voor de overgang van de S-fase naar de G1-fase.
B.Cycline B activeert CDK1 voor de overgang naar de M-fase.
C.Cycline B remt de celdeling.
D.Cycline B heeft geen rol in de celcyclus.

37. Wat is de rol van angiogenese in tumorgroei?

A.Het vermindert zuurstoftoevoer.
B.Het bevordert de vorming van nieuwe bloedvaten.
C.Het remt tumorgroei.
D.Het activeert apoptose.

38. Wat vindt er plaats in de telofase?

A.De chromosomen condenseren.
B.De nucleaire envelop vormt zich opnieuw.
C.De cel groeit.
D.DNA wordt gerepliceerd.

39. Wat gebeurt er bij een cel met DNA-schade?

A.De cel gaat snel delen.
B.De cel stopt de cyclus voor herstel.
C.Er vindt geen verandering plaats.
D.De cel produceert meer cyclines.

40. Wat zijn cycline-afhankelijke kinasen (CDK's)?

A.CDK's zijn eiwitten die de celcyclus reguleren door fosforylering.
B.CDK's zijn verantwoordelijk voor de DNA-replicatie.
C.CDK's zijn betrokken bij apoptose.
D.CDK's remmen de celgroei.

41. Wat houdt metastase in?

A.Verlies van celstructuur.
B.Verspreiding van kankercellen naar andere delen van het lichaam.
C.Remming van celdeling.
D.Vorming van nieuwe cellen.

42. Wat is cytokinese?

A.De fase van DNA-replicatie.
B.De laatste stap van de celdeling waarbij het cytoplasma wordt verdeeld.
C.De fase waarin de cel groeit.
D.De fase waarin chromosomen zich scheiden.

43. Wat is een voorbeeld van een externe signaal dat de celcyclus kan beïnvloeden?

A.DNA-schade
B.Groeifactoren
C.Cyclines
D.p53

44. Wat is de functie van Cdc25?

A.Cdc25 is een remmer van de celcyclus.
B.Cdc25 is een fosfatase dat CDK's activeert.
C.Cdc25 stimuleert apoptose.
D.Cdc25 heeft geen rol in de celcyclus.

45. Welke rol spelen checkpoints in de celcyclus?

A.Ze versnellen celdeling.
B.Ze controleren de celgezondheid en -integriteit.
C.Ze stimuleren angiogenese.
D.Ze veroorzaken genmutaties.

46. Wat is de G0-fase?

A.Een fase van actieve celdeling.
B.Een rustfase waarin cellen niet delen.
C.De fase van DNA-replicatie.
D.De fase waarin chromosomen zich scheiden.

47. Welke functie heeft een checkpoint in de celcyclus?

A.Verhogen van de celdeling.
B.Detecteren van DNA-schade.
C.Activeren van apoptose.
D.Remmen van hormoonactiviteit.

48. Welke van de volgende factoren remt de celcyclus?

A.Groei-factoren.
B.Cycline D.
C.p21.
D.Cycline A.

49. Wat is een effect van mutaties in DNA-reparatiegenen?

A.Verhoogde celdood.
B.Accumulation van DNA-fouten.
C.Stimulerende effecten op angiogenese.
D.Verminderde celcyclusactiviteit.

50. Waarom is celcyclus regulatie belangrijk?

A.Om de celdeling te versnellen.
B.Om ongecontroleerde groei te voorkomen.
C.Om de celgroei te vertragen.
D.Om DNA-replicatie te versnellen.

51. Wat is het effect van cycline-binding aan CDK?

A.Het activeert de celcyclus.
B.Het remt de celdeling.
C.Het veroorzaakt apoptose.
D.Het heeft geen effect.

52. Wat is de G1-fase?

A.De fase waarin DNA-replicatie plaatsvindt.
B.De fase waarin de cel het grootst en het actiefst is.
C.De fase waarin celdeling plaatsvindt.
D.De fase waarin de cel zich voorbereidt op mitose.

53. Wat zijn ongewone eigenschappen van kankercellen?

A.Onafhankelijkheid van groeisignalen.
B.Afhankelijkheid van apoptose.
C.Verminderde celdeling.
D.Normale chromosoomstructuur.

54. Wat is de rol van checkpoints in de celcyclus?

A.Zorg voor correcte DNA-replicatie en celgroei.
B.Zorg voor celdeling.
C.Vertraag de celcyclus.
D.Voorkom cytokinese.

55. Welke van de volgende processen is een vorm van gecontroleerde celdood?

A.Apoptose
B.Necrose
C.Metamorfose
D.Veroudering

56. Wat is de rol van E2F in de celcyclus?

A.E2F stimuleert de overgang van de G1-fase naar de S-fase.
B.E2F remt de celcyclus.
C.E2F is betrokken bij apoptose.
D.E2F heeft geen effect op de celcyclus.

57. Wat is het gevolg van een defect in het p53-gen?

A.Verhoogde apoptose.
B.Verlies van celcycluscontrole.
C.Verminderde celdeling.
D.Normale genexpressie.

58. Wat reguleert de celcyclus?

A.Cyclines en eiwitten.
B.Eiwitten en RNA.
C.DNA en mRNA.
D.Celmembranen.

59. Welke van de volgende eiwitten remt de celcyclus door te binden aan E2F?

A.Cycline
B.p53
C.Rb-eiwit
D.MAPK

60. Wat is een checkpoint in de celcyclus?

A.Een controlemechanisme dat de voortgang van de celcyclus beoordeelt.
B.Een fase van celdeling.
C.Een type eiwit dat de celcyclus bevordert.
D.Een proces van DNA-reparatie.

61. Welke van de volgende is een kenmerk van kankercellen?

A.Verlaagde metabolische activiteit.
B.Verminderde behoefte aan voedingsstoffen.
C.Onbeperkte proliferatie.
D.Verhoogde gevoeligheid voor apoptose.

62. Welke fase van de celcyclus volgt onmiddellijk na de G2-fase?

A.Mitose
B.S-fase
C.G1-fase
D.G0-fase

63. Wat is de rol van signaaltransductie in de celcyclus?

A.Het bevordert alleen apoptose.
B.Het is essentieel voor regulatie en respons.
C.Het heeft geen invloed op de celcyclus.
D.Het verstoort de normale werking van de cel.

64. Welke van de volgende is géén functie van cyclines?

A.Reguleren van CDK-activiteit.
B.Activeren van de celcyclus.
C.Remmen van DNA-reparatie.
D.Veranderen van concentratie tijdens de celcyclus.

65. Wat zijn voorbeelden van milieufactoren die kanker kunnen veroorzaken?

A.Zonlicht en chemicaliën.
B.Regelmatige lichaamsbeweging.
C.Gezonde voeding.
D.Genetische predispositie.

66. Wat gebeurt er bij DNA-schade tijdens de celcyclus?

A.De celcyclus gaat door zonder onderbreking.
B.De celcyclus wordt vertraagd of gestopt voor herstel.
C.De cel gaat onmiddellijk in apoptose.
D.DNA-schade heeft geen effect op de celcyclus.

67. Welke van de volgende processen kan leiden tot celcyclusverstoring?

A.Vermindering van oxidatieve stress.
B.Activatie van tumor suppressorgenen.
C.Mutatie van oncogenen.
D.Normale DNA-reparatie.

68. Wat is de rol van groei-factoren in de celcyclus?

A.Ze remmen de celcyclus.
B.Ze stimuleren de celcyclus door cyclines te activeren.
C.Ze zijn betrokken bij apoptose.
D.Ze hebben geen effect op de celcyclus.

69. Wat is de belangrijkste oorzaak van celcyclusverstoring in kankercellen?

A.Mutaties in oncogenen
B.Verhoogde expressie van tumor suppressorgenen
C.Verlies van epigenetische controle
D.Stabiliteit van telomeren

70. Wat is de functie van cycline E in de celcyclus?

A.Het bevorderen van de overgang van de G1 naar de S-fase.
B.Het remmen van de activiteit van CDK's.
C.Het stimuleren van apoptose.
D.Het activeren van het anafase-promotende complex (APC).

71. Welke van de volgende kenmerken is NIET geassocieerd met tumor suppressorgenen?

A.Remmen van celdeling
B.Activatie bij DNA-schade
C.Ondersteunen van metastase
D.Verlies van functie bij mutatie

72. Welke van de volgende eiwitten speelt een rol in het controleren van de overgang tussen de S-fase en de G2-fase?

A.Cycline D
B.Cdc25
C.p53
D.Cycline A

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.