Celbouw en Celdeling

Quiz Genius·26 flashcards·20 vragen
0
Ken ik
1 / 26
0
Aan het leren
Voorkant

Wat zegt de celtheorie?

Tik om om te draaien
Achterkant

Alle levende wezens bestaan uit cellen, de cel is de basiseenheid.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(20 vragen)

Vraag 1 van 20

1. Wat gebeurt er in de G1-fase?

Termen in deze set(26)

Bouw van de cel(13)

Wat zegt de celtheorie?

Alle levende wezens bestaan uit cellen, de cel is de basiseenheid.

Wat zijn prokaryote cellen?

Cellen zonder membraanomgeven kern of organellen, met ringvormig DNA.

Noem voorbeelden van prokaryoten.

Bacteriën en archaea.

Wat zijn eukaryote cellen?

Cellen met een membraanomgeven kern en organellen.

Wat is het celmembraan?

Een dubbele laag van fosfolipiden die selectief doorlaatbaar is.

Wat doet de nucleolus?

Maakt onderdelen van ribosomen.

Wat is de functie van ribosomen?

Bouwen eiwitten volgens instructies van mRNA.

Wat doet het Golgi-apparaat?

Ontvangt, past aan, sorteert en verpakt eiwitten.

Wat produceren mitochondriën?

ATP door celademhaling.

Wat is de functie van lysosomen?

Bevatten enzymen voor afbraak van materiaal en versleten delen.

Wat is de rol van plantencellen?

Bevatten chloroplasten voor fotosynthese en een centrale vacuole.

Wat is het cytoskelet?

Bestaat uit microfilamenten, intermediaire filamenten en microtubuli.

Wat is het cytoplasma?

De inhoud van de cel buiten de kern.

Celdeling(13)

Wat is de celcyclus?

Bestaat uit G1, S, G2 en M-fase.

Wat gebeurt in de S-fase?

DNA-replicatie vindt plaats.

Wat is een chromosoom?

Bestaat uit DNA en eiwitten.

Wat zijn zusterchromatiden?

Chromatiden die bij het centromeer vastzitten na replicatie.

Wat is het resultaat van mitose?

Twee genetisch identieke dochtercellen.

Wat gebeurt er in de profase?

Chromosomen condenseren en de kernenveloppe valt uiteen.

Wat vindt plaats in de metafase?

Chromosomen liggen in het equatorvlak.

Wat gebeurt er in de anafase?

Zusterchromatiden gaan uit elkaar naar tegenoverliggende polen.

Wat is cytokinese?

Verdeelt het cytoplasma tussen dochtercellen.

Wat is meiose?

Vormt gameten door twee delingen.

Wat is crossing-over?

Uitwisseling van genetisch materiaal tussen niet-zusterchromatiden.

Wat zorgt voor genetische variatie?

Crossing-over en de random ligging van homologe chromosomen.

Wat is het verschil tussen mitose en meiose?

Mitose: 1 deling, meiose: 2 delingen.

Vragen in deze set(20)

1. Wat gebeurt er in de G1-fase?

A.DNA-replicatie
B.Celgroei
C.Celdeling
D.Rustfase

2. Wat is de functie van het celmembraan?

A.Selectief doorlaatbaar
B.Energieproductie
C.Genetische informatie
D.Eiwitsynthese

3. Wat is het resultaat van mitose?

A.Twee identieke dochtercellen
B.Vier verschillende gameten
C.Eén diploïde cel
D.Een haploïde cel

4. Wat is het belangrijkste kenmerk van eukaryote cellen?

A.Geen kern
B.Membraanomgeven kern
C.Ringvormig DNA
D.Kleinere grootte

5. Wat gebeurt er in de anafase?

A.Chromosomen condenseren
B.Chromosomen scheiden
C.Kernenveloppe vormt opnieuw
D.Cytoplasma verdeelt

6. Wat is de rol van ribosomen?

A.Eiwitsynthese
B.Energieproductie
C.DNA-replicatie
D.Celstructuur

7. Wat is meiose?

A.Celgroei
B.Celdeling voor gameten
C.Woont in de G0-fase
D.Eiwitsynthese

8. Wat doet het Golgi-apparaat?

A.Eiwitten afbreken
B.Eiwitten aanpassen en verpakken
C.Celademhaling
D.Fotosynthese

9. Wat is crossing-over?

A.DNA-replicatie
B.Uitwisseling van genetisch materiaal
C.Chromosoomverdubbeling
D.Celdeling

10. Wat is de functie van lysosomen?

A.Energieproductie
B.Afbraak van materiaal
C.Eiwitsynthese
D.DNA-replicatie

11. Wat gebeurt er in de metafase?

A.Chromosomen condenseren
B.Chromosomen liggen in het equatorvlak
C.Zusterchromatiden scheiden
D.Cytoplasma verdeelt

12. Wat is de grootste functie van mitochondriën?

A.Fotosynthese
B.Energieproductie
C.Eiwitsynthese
D.Celstructuur

13. Wat is het verschil tussen mitose en meiose?

A.Aantal dochtercellen
B.Genetische variatie
C.Type deling
D.Alle bovenstaande

14. Wat is het belangrijkste verschil tussen prokaryoten en eukaryoten?

A.Afwezigheid van een kern
B.Grootte
C.DNA-structuur
D.Organellen

15. Wat gebeurt er in de telofase?

A.Chromosomen condenseren
B.Kernenveloppes worden gevormd
C.Zusterchromatiden scheiden
D.Cytoplasma verdeelt

16. Wat is de functie van chloroplasten?

A.Energieproductie
B.Fotosynthese
C.Afbraak van stoffen
D.Celstructuur

17. Wat is de rol van cytokinese?

A.DNA-replicatie
B.Verdeelt het cytoplasma
C.Geneert ATP
D.Eiwitsynthese

18. Wat is de rol van het cytoskelet?

A.Energieproductie
B.Celstructuur en beweging
C.DNA-replicatie
D.Eiwitsynthese

19. Wat is een diploïde cel?

A.Cel met één set chromosomen
B.Cel met twee sets chromosomen
C.Cel zonder kern
D.Cel met organellen

20. Wat is de functie van de nucleolus?

A.Eiwitsynthese
B.Vertegenwoordigt de celkern
C.Maakt ribosomaal RNA
D.Energieproductie

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.