Economische bestelhoeveelheid oefenvragen

Oefenvragen over de economische bestelhoeveelheid, bedoeld voor hbo-studenten in Nederland. Deze vragen helpen bij het begrijpen van de concepten en berekeningen rondom bestelhoeveelheden in bedrijfsprocessen.

Eva68·24 flashcards·24 vragen
hbobusinessoperations
0
Ken ik
1 / 24
0
Aan het leren
Voorkant

Wat is de economische bestelhoeveelheid?

Tik om om te draaien
Achterkant

De economische bestelhoeveelheid (EBH) is de hoeveelheid die je moet bestellen om de totale kosten te minimaliseren.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(24 vragen)

Vraag 1 van 24

1. Wat zijn vaste kosten?

Termen in deze set(24)

Basisprincipes van bestelhoeveelheid(12)

Wat is de economische bestelhoeveelheid?

De economische bestelhoeveelheid (EBH) is de hoeveelheid die je moet bestellen om de totale kosten te minimaliseren.

Waarom is de EBH belangrijk?

Het helpt bedrijven om voorraadkosten en bestelkosten te optimaliseren, wat resulteert in kostenbesparingen.

Vul de lege plaats in: EBH minimaliseert ______ kosten.

totale

Wat zijn de twee hoofdkosten bij bestellingen?

Bestelkosten en voorraadkosten.

Waar hangt de EBH van af?

Vraag, kosten per bestelling en voorraadkosten. Formule: EBH=2DSH\displaystyle EBH = \frac{2DS}{H}.

Wat zijn voorraadkosten?

Kosten die samenhangen met het aanhouden van voorraad, zoals opslag, veroudering en verzekeringen.

EBH versus kleine bestellingen: wat is beter?

EBH is beter voor kostenoptimalisatie; kleine bestellingen verhogen vaak de totale kosten.

Waarvoor staat D in de formule?

D staat voor de jaarlijkse vraag naar het product.

Wat zijn de effecten van een te hoge bestelhoeveelheid?

Hogere voorraadkosten, risico van veroudering, en verhoogde opslagbehoefte.

Wat is de impact van hogere bestelkosten?

Het kan leiden tot een hogere EBH, wat de totale kosten beïnvloedt.

Wat is een voorbeeld van een bestelkosten?

Verzendkosten, verwerking van orders, en administratiekosten.

Waaruit bestaat de totale kost van voorraad?

Totale kost = voorraadkosten + bestelkosten.

Kostenanalyse(12)

Wat zijn vaste kosten?

Kosten die niet veranderen met de productie- of bestelhoeveelheid, bijvoorbeeld huur en salarissen.

Verschil variabele en vaste kosten?

Variabele kosten veranderen met de productie. Vaste kosten blijven gelijk ongeacht productie.

Wat zijn totale kosten?

De som van vaste en variabele kosten in een bepaalde periode.

Kosten per eenheid formule?

Kosten per eenheid = Totale kosten / Aantal eenheden.

Wat zijn inkoopkosten?

Kosten die gemaakt worden om producten aan te schaffen, inclusief transport en invoerkosten.

Vul de lege plaats in: Totale kosten = __________ + Vaste kosten.

Variabele kosten.

Waar is kostenanalyse voor nodig?

Helpt bij het bepalen van optimale bestelhoeveelheden en het verlagen van kosten.

Waarvoor staan de afkortingen K en Q in kostenanalyse?

K = Kosten, Q = Hoeveelheid.

Wat zijn de kosten van een tekort?

Kosten die ontstaan door onvoldoende voorraad, zoals verloren verkopen en klantontevredenheid.

Waaruit bestaan orderkosten?

Kosten voor het plaatsen van een bestelling, zoals verzendkosten en administratieve kosten.

Wat zijn houdkosten?

Kosten die ontstaan door het opslaan van voorraad, zoals huur en veroudering.

Eenvoudig voorbeeld berekening totale kosten?

Stel: Vaste kosten = €1000, variabele kosten = €5 per eenheid, aantal = 200. Totale kosten = 1000 + (5 * 200) = €2000.

Vragen in deze set(24)

1. Wat zijn vaste kosten?

A.Kosten die niet veranderen ongeacht de productie.
B.Kosten die veranderen met de productie.
C.Kosten gerelateerd aan marketing.
D.Kosten voor het personeel.

2. Wat is de formule voor de economische bestelhoeveelheid?

A.EBH = √(2DS/H)
B.EBH = 2DS/H
C.EBH = H/2DS
D.EBH = D/SH

3. Wat zijn variabele kosten?

A.Kosten die constant blijven ongeacht de productie.
B.Kosten die toenemen met het aantal geproduceerde eenheden.
C.Kosten voor investeringen in machines.
D.Kosten die alleen voor marketing zijn.

4. Wat is een gevolg van het bestellen van te veel voorraad?

A.Lagere voorraadkosten
B.Verhoogde opslagbehoefte
C.Minder veroudering
D.Verlaagde bestelkosten

5. Wat zijn totale kosten?

A.De som van alleen de vaste kosten.
B.De som van alleen de variabele kosten.
C.De som van vaste en variabele kosten.
D.De kosten van de verkoop.

6. Wat zijn de directe kosten die stijgen bij kleine bestellingen?

A.Bestelkosten
B.Verzendkosten
C.Voorraadkosten
D.Productiekosten

7. Hoe bereken je de kosten per eenheid?

A.Kosten per eenheid = Totale kosten / Aantal eenheden.
B.Kosten per eenheid = Totale kosten x Aantal eenheden.
C.Kosten per eenheid = Vaste kosten + Variabele kosten.
D.Kosten per eenheid = Variabele kosten / Vaste kosten.

8. Waar staat de letter H voor in de formule van EBH?

A.Jaarlijkse vraag
B.Voorraadkosten
C.Bestelkosten
D.Opslagcapaciteit

9. Wat zijn inkoopkosten?

A.Kosten voor het verpakken van producten.
B.Kosten voor het aanschaffen van producten, inclusief transport.
C.Kosten voor het personeel dat de voorraad beheert.
D.Kosten gerelateerd aan marketing.

10. Welke factor beïnvloedt de EBH NIET?

A.Kosten per bestelling
B.Jaarlijkse vraag
C.Voorraadrotatie
D.Voorraadkosten

11. Wat is het verschil tussen variabele en vaste kosten?

A.Vaste kosten zijn altijd lager dan variabele kosten.
B.Vaste kosten veranderen met de productie, variabele kosten niet.
C.Variabele kosten veranderen met de productie, vaste kosten blijven gelijk.
D.Er is geen verschil.

12. Wat is het effect van lagere bestelkosten?

A.Hogere EBH
B.Lagere totale kosten
C.Hogere voorraadkosten
D.Minder bestellingen

13. Wat zijn orderkosten?

A.Kosten die ontstaan bij het verspillen van producten.
B.Kosten voor het plaatsen van een bestelling.
C.Kosten voor het produceren van producten.
D.Kosten voor het opslaan van voorraad.

14. Wat zijn voorbeeld van voorraadkosten?

A.Verzendkosten
B.Huur van opslagruimte
C.Administratiekosten
D.Personeelskosten

15. Wat zijn houdkosten?

A.Kosten van het verpakken van producten.
B.Kosten die ontstaan door het opslaan van voorraad.
C.Kosten die ontstaan door veroudering van producten.
D.Kosten voor het personeel.

16. Waarom is het belangrijk om de EBH te berekenen?

A.Om de vraag naar producten te voorspellen
B.Om de voorraadrotatie te verhogen
C.Om de kosten te minimaliseren
D.Om de levertijd te verkorten

17. Wat zijn de kosten van een tekort?

A.Kosten van overtollige voorraad.
B.Kosten door verloren verkopen en klantontevredenheid.
C.Kosten voor het afvoeren van producten.
D.Kosten voor het produceren van extra eenheden.

18. Wat is een voordeel van het gebruik van de EBH?

A.Hogere voorraadkosten
B.Optimaal voorraadbeheer
C.Minder bestellingen
D.Lagere kwaliteit

19. Wat betekent de afkorting K in kostenanalyse?

A.Klant.
B.Kostprijs.
C.Kosten.
D.Kwaliteit.

20. Wat gebeurt er als de vraag naar een product toeneemt?

A.EBH daalt
B.EBH blijft gelijk
C.EBH stijgt
D.Voorraadkosten dalen

21. Waar is kostenanalyse voor nodig?

A.Om de verkoopprijs te verhogen.
B.Om optimale bestelhoeveelheden te bepalen en kosten te verlagen.
C.Om de marketingstrategie te verbeteren.
D.Om personeel aan te nemen.

22. Wat is de relatie tussen voorraadkosten en de EBH?

A.Hogere voorraadkosten verlagen de EBH
B.Lagere voorraadkosten verhogen de EBH
C.Hogere voorraadkosten verhogen de EBH
D.Voorraadkosten hebben geen invloed op de EBH

23. Vul de lege plaats in: Totale kosten = __________ + Vaste kosten.

A.Houdkosten.
B.Inkoopkosten.
C.Variabele kosten.
D.Marketingkosten.

24. Wat zijn bestelkosten?

A.Kosten van voorraadbeheer
B.Kosten van het bestellen van producten
C.Kosten van productiefaciliteiten
D.Kosten van marketing

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.