Tentamen: Bouwfysica warmte en vocht

Een begrippenlijst met belangrijke termen en uitleg over bouwfysica, specifiek gericht op warmte en vocht. Dit helpt studenten bij het begrijpen van de basisconcepten die van toepassing zijn in de architectuur en bouwtechnologie.

Daan2004·64 flashcards·64 vragen
hboarchitecturebuilding_technology
0
Ken ik
1 / 64
0
Aan het leren
Voorkant

Warmteoverdracht: wat is het?

Tik om om te draaien
Achterkant

De overdracht van warmte tussen verschillende materialen of luchtlagen door geleiding, convectie of straling.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(64 vragen)

Vraag 1 van 64

1. Wat beschrijft de term warmteoverdracht?

Termen in deze set(64)

Warmteoverdracht(16)

Warmteoverdracht: wat is het?

De overdracht van warmte tussen verschillende materialen of luchtlagen door geleiding, convectie of straling.

Wat is geleiding?

De overdracht van warmte door directe aanraking van materialen. Voorbeeld: een verwarmde radiator verwarmt de lucht eromheen.

Wat is convectie?

Warmteoverdracht via beweging van vloeistoffen of gassen. Dit gebeurt vaak door luchtstromen in een ruimte.

Straling: waar komt het voor?

Warmteoverdracht door elektromagnetische golven. Voorbeeld: de zon verwarmt de aarde via straling.

Vul in: de formule voor warmteoverdracht is ____.

De formule is: Q=UimesAimesriangleT\displaystyle Q = U imes A imes riangle T, waarbij Q de warmte is, U de warmtedoorgangscoëfficiënt, A het oppervlak en riangleT\displaystyle riangle T het temperatuurverschil.

Waar hangt de warmtedoorgangscoëfficiënt van af?

De warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) hangt af van: - Materiaaltype - Dikte van het materiaal - Luchtlagen rondom.

Wat is het verschil tussen U-waarde en R-waarde?

U-waarde meet de thermische doorgankelijkheid, terwijl R-waarde de warmteweerstand van een materiaal aangeeft. Hoe lager de U-waarde, hoe beter de isolatie.

Bij welke temperatuur is warmteoverdracht het meest efficiënt?

Warmteoverdracht is het meest efficiënt bij grote temperatuurverschillen tussen twee oppervlakken.

Wat is een thermische brug?

Een thermische brug is een plek in de bouw waar de warmteoverdracht hoger is dan gemiddeld, vaak door een materiaal met een hogere geleidbaarheid.

Geef een voorbeeld van convectie in een gebouw.

Een voorbeeld is het gebruik van radiatorverwarming, waarbij warme lucht stijgt en kouder wordt aangezogen van de vloer.

Hoe beïnvloedt isolatie warmteoverdracht?

Isolatie vermindert warmteoverdracht, waardoor de energiekosten lager zijn en het binnenklimaat aangenamer blijft.

Wat is de thermische massa?

Thermische massa verwijst naar het vermogen van een materiaal om warmte op te slaan. Hoe groter de thermische massa, hoe beter de temperatuur schommelingen worden opgevangen.

Waarvoor dient een warmteverliesberekening?

Een warmteverliesberekening helpt bij het bepalen van de benodigde verwarmingscapaciteit van een gebouw om thermisch comfort te garanderen.

Waarvoor staat de term 'temperatuurgradient'?

Temperatuurgradient is het verschil in temperatuur per eenheid afstand, wat invloed heeft op de snelheid van warmteoverdracht.

Waarom is ventilatie belangrijk voor warmteoverdracht?

Ventilatie zorgt voor luchtverversing, wat helpt om vocht en warmteoverschotten af te voeren, essentieel voor comfort en energie-efficiëntie.

Wat is het gevolg van onvoldoende isolatie?

Onvoldoende isolatie leidt tot hoge energiekosten, ongewenste temperatuurvariaties en verminderde wooncomfort.

Vochtbeheer(16)

Wat is vochtbeheer?

Vochtbeheer betreft het beheersen van de hoeveelheid en plaatsing van vocht in en om gebouwen.

Waarom is vochtbeheersing belangrijk?

Vochtbeheersing voorkomt schimmel, structurele schade en behoudt het binnenklimaat.

Noem drie soorten vocht.

1. Opstijgend vocht 2. Indringend vocht 3. Condensvocht

Wat is opstijgend vocht?

Vocht dat vanuit de grond omhoog trekt in muren en vloeren, vaak door capillaire werking.

Wat veroorzaakt condensvocht?

Condensvocht ontstaat wanneer warme, vochtige lucht afkoelt en waterdamp omzet in vloeistof.

Vergelijk gevelisolatie en fundering in vochtbeheer.

Gevelisolatie voorkomt opname van vocht in muren; fundering voorkomt opstijgend vocht.

Wat is een dampremmende laag?

Een folie die voorkomt dat vocht vanuit de binnenruimte in de constructie doordringt.

Vul de lege ruimte in: Voor effectieve ventilatie is _______ nodig.

luchtcirculatie

Wat is een vochtmeter?

Een instrument dat de vochtigheidsgraad van materialen of lucht meet, essentieel voor vochtbeheer.

Wat is de functie van een drainagesysteem?

Een drainagesysteem voert overtollig water af en voorkomt wateraccumulatie rond de fundering.

Waar zorgt goede ventilatie voor?

Het verlaagd de luchtvochtigheid en voorkomt schimmelgroei in afgesloten ruimtes.

Wat is de rol van materialen in vochtbeheer?

Materialen zoals waterdichte membranes en isolatie beïnvloeden de vochtbestendigheid van een gebouw.

Noem een methode om opstijgend vocht te bestrijden.

Injecteren van waterdichte middelen in de muren om capillaire werking te stoppen.

Waarvoor is een luchtvochtigheidsmeter belangrijk?

Het helpt bij het monitoren van de luchtvochtigheid om schimmelvorming en gezondheidsproblemen te voorkomen.

Wat is het effect van onvoldoende ventilatie?

Onvoldoende ventilatie kan leiden tot verhoogde luchtvochtigheid, schimmelvorming en een ongezond binnenklimaat.

Wat is de ideale luchtvochtigheid binnenshuis?

Idealiter ligt de luchtvochtigheid tussen de 40% en 60% voor comfort en gezondheid.

Isolatie(16)

Wat is minerale wol?

Minerale wol is een populaire isolatie in de bouw. Het is gemaakt van glas of steen en biedt uitstekende thermische en akoestische isolatie.

Noem een toepassing van PIR-isolatie.

PIR-isolatie wordt vaak gebruikt in daken en vloeren vanwege de hoge isolatiewaarde bij een geringe dikte.

Wat is het voordeel van cellulose isolatie?

Cellulose isolatie is gemaakt van gerecycled papier. Het is milieuvriendelijk, heeft goede thermische eigenschappen en is ook akoestisch effectief.

Waar wordt EPS vaak voor gebruikt?

EPS (geëxpandeerd polystyreen) wordt gebruikt voor gevelisolatie, vloerisolatie en in koude opslag. Het is lichtgewicht en kosteneffectief.

Welke eigenschappen heeft XPS?

XPS (geëxtrudeerd polystyreen) is waterafstotend, heeft een hoge druksterkte en wordt vaak in funderingen gebruikt.

Wat is een belangrijk kenmerk van kurk?

Kurk is een natuurlijk isolatiemateriaal met een goede warmte- en geluidsisolatie. Het is ook duurzaam en biologisch afbreekbaar.

Vergelijk glaswol en steenwol.

Glaswol: lichter, betere geluidsisolatie. Steenwol: hogere brandwerendheid, meer vochtbestendig.

Wat is de functie van isolatiewaarde (Rd)?

De isolatiewaarde (Rd) geeft de thermische weerstand aan. Hoe hoger het getal, hoe beter de isolatie.

Waarvoor wordt alufolie in isolatie gebruikt?

Alufolie wordt gebruikt als dampremmende laag om condensatie in isolatiematerialen te voorkomen.

Is het waar dat natuurrubber isolatie heeft?

Ja, natuurrubber heeft goede isolerende eigenschappen en is elastisch. Het wordt vaak in verwarmingssystemen gebruikt.

Wat is het nadeel van schuimisolatie?

Schuimisolatie kan chemische dampen afgeven bij hoge temperaturen, wat nadelig kan zijn voor de binnenluchtkwaliteit.

Vul de lege ruimte in: Het isolatiemateriaal __________ heeft een lage milieu-impact.

Het isolatiemateriaal 'cellulose' heeft een lage milieu-impact.

Wat is de rol van isolatie in energiebesparing?

Isolatie vermindert warmteverlies, waardoor de energiekosten voor verwarming en koeling dalen.

Noem een toepassing van hennepisolatie.

Hennepisolatie wordt gebruikt in wanden, daken en vloeren. Het heeft goede isolatie-eigenschappen en is ecologisch.

Is het waar dat beton een goede isolator is?

Nee, beton heeft een lage isolatiewaarde en wordt vaak gecombineerd met andere isolatiematerialen voor betere prestaties.

Wat is het verschil in toepassing tussen glaswol en cellulose?

Glaswol wordt vaak gebruikt voor geluidsisolatie, terwijl cellulose beter is voor thermische isolatie in muren.

Ventilatie(16)

Wat is ventilatie?

Ventilatie is het proces van het verplaatsen van lucht in en uit een gebouw om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Waarom is ventilatie belangrijk?

Het bevordert een gezonde luchtkwaliteit en voorkomt ophoping van schadelijke stoffen en vocht.

Noem twee soorten ventilatie.

- Natuurlijke ventilatie - Mechanische ventilatie

Vervuilde lucht…

…kan leiden tot gezondheidsproblemen zoals allergieën en ademhalingsproblemen.

Wat is het doel van natuurlijke ventilatie?

Het gebruik van wind en temperatuurverschillen om luchtstromen zonder mechanische hulp te creëren.

Hoeveel luchtverversingen per uur zijn gemiddeld nodig?

Tussen 0,5 en 1,5 luchtverversingen per uur, afhankelijk van het gebruik van de ruimte.

Wat is een ventilatiesysteem?

Een set van apparaten die zorgt voor het in- en afvoeren van lucht in een gebouw.

Waarvoor dient een luchtfilter?

Het filteren van stof, pollen en andere verontreinigingen uit de lucht voordat deze de ruimte binnenkomt.

Vervanging van lucht gebeurt door…

…openingen, ventilatoren of luchtkanalen in een gebouw.

Wat is het effect van onvoldoende ventilatie?

Het kan leiden tot een slechte luchtkwaliteit en verhoogde vochtigheid, wat schimmelgroei bevordert.

Wat zijn de voordelen van mechanische ventilatie?

Het biedt controle over luchtstromen, verbeterde energie-efficiëntie en kan verwarmde of gekoelde lucht leveren.

Valse stelling: Ventilatie is niet nodig in goed geïsoleerde gebouwen.

Onjuist, zelfs goed geïsoleerde gebouwen hebben ventilatie nodig voor luchtverversing.

Wat is het verschil tussen toevoer- en afvoerventilatie?

Toevoer ventileert frisse lucht binnen, terwijl afvoer vervuilde lucht naar buiten verwijdert.

Wat is een balansventilatiesysteem?

Een systeem dat gelijke hoeveelheden lucht in- en afvoert, wat energie-efficiënt is.

Hoe wordt thermisch comfort beïnvloed door ventilatie?

Goede ventilatie helpt om de temperatuur en luchtvochtigheid op een aangenaam niveau te houden.

Noem een voorbeeld van een natuurlijke ventilatiemethode.

Zijramen openen om luchtstromen te creëren.

Vragen in deze set(64)

1. Wat beschrijft de term warmteoverdracht?

A.De overdracht van warmte tussen verschillende materialen of luchtlagen.
B.De opslag van warmte in een materiaal.
C.De circulatie van lucht in een ruimte.
D.De temperatuurmeting van een oppervlak.

2. Wat is minerale wol?

A.Een populair isolatiemateriaal gemaakt van glas of steen.
B.Een type verf voor muren.
C.Een soort kunststof voor leidingen.
D.Een bouwtechniek voor daken.

3. Wat is de belangrijkste functie van vochtbeheer?

A.Het beheersen van vocht in en om gebouwen.
B.Het verhogen van de energie-efficiëntie.
C.Het verbeteren van de esthetiek van een gebouw.
D.Het verminderen van de constructiekosten.

4. Wat is een belangrijk voordeel van natuurlijke ventilatie?

A.Het verlaagt energiekosten.
B.Het verhoogt de luchtvochtigheid.
C.Het vereist complexe installaties.
D.Het is altijd effectiever dan mechanische ventilatie.

5. Wat is een voorbeeld van geleiding?

A.Een verwarmde vloer verwarmt de voeten van een persoon.
B.De lucht in een kamer wordt verwarmd door een kachel.
C.De zon verwarmt een auto via glas.
D.Een radiator blaast warme lucht in de kamer.

6. Waar wordt PIR-isolatie vaak toegepast?

A.In daken en vloeren.
B.In waterleidingen.
C.In funderingen.
D.In gevelbekleding.

7. Welk type vocht is voornamelijk verantwoordelijk voor schimmelvorming?

A.Opstijgend vocht.
B.Indringend vocht.
C.Condensvocht.
D.Grondwater.

8. Waarvoor is een ventilator in een mechanisch ventilatiesysteem voornamelijk bedoeld?

A.Om luchtvochtigheid te verhogen.
B.Om lucht in en uit een gebouw te verplaatsen.
C.Om geluid te dempen.
D.Om temperaturen te meten.

9. Wat is het proces van convectie?

A.De overdracht van warmte door lucht- of vloeistofbeweging.
B.De directe warmteoverdracht tussen twee materialen.
C.Het stralen van warmte door elektromagnetische golven.
D.De opslag van energie in een materiaal.

10. Wat is een voordeel van cellulose isolatie?

A.Het is gemaakt van gerecycled papier.
B.Het is niet brandveilig.
C.Het is duurder dan andere isolatiematerialen.
D.Het is niet milieuvriendelijk.

11. Welke van de volgende methoden helpt bij het voorkomen van opstijgend vocht?

A.Het aanbrengen van een waterdichte folie in de fundering.
B.Het installeren van zonnepanelen.
C.Het gebruik van houten plafonds.
D.Het plaatsen van grote ramen.

12. Wat is een kenmerk van afvoerventilatie?

A.Het introduceert frisse lucht.
B.Het verwijdert vervuilde lucht.
C.Het vermindert luchtverversingen.
D.Het is altijd geluidloos.

13. Wat is een voorbeeld van straling?

A.De zon verwarmt de aarde.
B.Lucht die langs een radiator stroomt.
C.Warmte die door een muur naar binnen gaat.
D.De warmte van een open haard.

14. Waarvoor wordt EPS vaak gebruikt?

A.Voor gevelisolatie.
B.Voor houten constructies.
C.Voor plakband.
D.Voor asfalt.

15. Wat is de rol van ventilatie in vochtbeheer?

A.Het verhogen van de temperatuur in een gebouw.
B.Het verminderen van luchtvervuiling.
C.Het verlagen van de luchtvochtigheid.
D.Het verbeteren van de geluidsisolatie.

16. Welke van de volgende beweringen is waar over luchtfilters?

A.Ze verhogen de luchtstroom.
B.Ze verminderen de efficiëntie van ventilatiesystemen.
C.Ze verwijderen verontreinigingen uit de lucht.
D.Ze zijn alleen nodig in industriële toepassingen.

17. Wat betekent de formule Q = U × A × ΔT?

A.Het berekenen van de totale warmteoverdracht.
B.Het meten van de temperatuur van een materiaal.
C.Het analyseren van luchtstromen in een gebouw.
D.Het bepalen van de dikte van isolatiemateriaal.

18. Welke eigenschappen heeft XPS?

A.Waterafstotend en hoge druksterkte.
B.Hoog brandgevaar.
C.Slecht voor thermische isolatie.
D.Lichtgewicht en niet isolerend.

19. Wat gebeurt er bij onvoldoende ventilatie in een ruimte?

A.De temperatuur stijgt aanzienlijk.
B.De luchtvochtigheid neemt toe.
C.De luchtcirculatie verbetert.
D.De geluidskwaliteit verbetert.

20. Wat kan het gevolg zijn van onvoldoende ventilatie in een gebouw?

A.Verhoogde energiekosten.
B.Lagere luchtvochtigheid.
C.Minder schimmelgroei.
D.Verbeterde luchtkwaliteit.

21. Waar is de U-waarde een maat voor?

A.De thermische doorgangscoëfficiënt van een materiaal.
B.De luchtkwaliteit in een gebouw.
C.De weerstand van een materiaal tegen vocht.
D.De temperatuurverschillen in een ruimte.

22. Wat is een belangrijk kenmerk van kurk?

A.Het is natuurlijk en biologisch afbreekbaar.
B.Het is synthetisch.
C.Het is duurder dan minerale wol.
D.Het is niet isolerend.

23. Wat is de functie van een dampremmende laag?

A.Het bevorderen van ventilatie.
B.Het voorkomen van vochttransport vanuit de binnenruimte.
C.Het verbeteren van de isolatiewaarde.
D.Het verminderen van geluidsoverlast.

24. Wat is het doel van een balansventilatiesysteem?

A.Om meer lucht naar binnen te brengen dan er naar buiten gaat.
B.Om gelijke hoeveelheden lucht in en uit te voeren.
C.Om alleen vervuilde lucht af te voeren.
D.Om luchtfilters te vervangen.

25. Wat is het effect van een thermische brug?

A.Verhoogde warmteoverdracht op een specifieke plaats.
B.Lagere energie-efficiëntie van een gebouw.
C.Verbeterde isolatie in een constructie.
D.Verminderde luchtcirculatie.

26. Vergelijk glaswol en steenwol.

A.Glaswol is lichter, steenwol heeft hogere brandwerendheid.
B.Steenwol is lichter dan glaswol.
C.Beide zijn hetzelfde.
D.Glaswol is zwaarder dan steenwol.

27. Welke van de volgende materialen kan helpen bij vochtbeheer?

A.Waterdichte membranes.
B.Zachte isolatie.
C.Papierachtige materialen.
D.Houten constructies.

28. Welke van de volgende opties is een voorbeeld van een natuurlijke ventilatiemethode?

A.Ventilatoren
B.Airconditioning
C.Het openen van ramen
D.Luchtfilters

29. Wat is een belangrijke reden om isolatie te gebruiken?

A.Om de warmteoverdracht te verminderen.
B.Om de luchtcirculatie te verhogen.
C.Om vocht in een gebouw vast te houden.
D.Om kosten voor ventilatie te verlagen.

30. Wat geeft de isolatiewaarde (Rd) aan?

A.De thermische weerstand.
B.De geluidsisolatie.
C.De sterkte van het materiaal.
D.De kostprijs van isolatie.

31. Wat meet een luchtvochtigheidsmeter?

A.De temperatuur in een ruimte.
B.De luchtvervuiling in een gebouw.
C.De vochtigheidsgraad van de lucht.
D.De geluidsisolatie van muren.

32. Waarom is mechanische ventilatie vaak noodzakelijk in moderne gebouwen?

A.Omdat ze altijd goedkoper is.
B.Omdat deze gebouwen meestal goed geïsoleerd zijn.
C.Omdat ze geen elektriciteit verbruiken.
D.Omdat ze luchtvervuiling verminderen.

33. Wat geeft de R-waarde aan?

A.De warmteweerstand van een materiaal.
B.De totale energiebehoefte van een gebouw.
C.De luchtdichtheid van een constructie.
D.De luchtstroom in een ventilatiesysteem.

34. Waarvoor wordt alufolie in isolatie gebruikt?

A.Als dampremmende laag.
B.Als bijkomend isolatiemateriaal.
C.Als decoratie.
D.Als constructiemateriaal.

35. Welke van de volgende is een voorbeeld van indringend vocht?

A.Vocht dat door de muren naar binnen dringt.
B.Vocht dat vanuit de grond opsteigt.
C.Vocht dat ontstaat door ademhaling van bewoners.
D.Vocht dat door slechte isolatie ontstaat.

36. Wat is het effect van temperatuurverschillen op natuurlijke ventilatie?

A.Het heeft geen invloed.
B.Het bevordert luchtstromen.
C.Het vermindert luchtverversingen.
D.Het maakt mechanische ventilatie overbodig.

37. Bij welke situatie is warmteoverdracht het meest efficiënt?

A.Bij hoge temperatuurverschillen tussen oppervlakken.
B.Bij gelijke temperaturen in een ruimte.
C.Bij lage luchtvochtigheid.
D.Bij gebruik van ongeïsoleerde materialen.

38. Is het waar dat natuurrubber isolatie heeft?

A.Ja, het heeft goede isolerende eigenschappen.
B.Nee, het is slecht isolerend.
C.Het is alleen geschikt voor buitengebruik.
D.Het is alleen voor decoratie.

39. Wat is een mogelijke oorzaak van condensvocht?

A.Te lage binnentemperatuur.
B.Te hoge luchtsnelheid.
C.Te hoge luchtvochtigheid.
D.Te veel ramen.

40. Wat is een nadeel van natuurlijke ventilatie?

A.Afhankelijk van weersomstandigheden.
B.Geen energieverbruik.
C.Minder kans op geluidsoverlast.
D.Altijd effectief.

41. Wat is de rol van ventilatie in warmteoverdracht?

A.Het bevorderen van luchtverversing en het afvoeren van warmte.
B.Het verhogen van de temperatuur in een ruimte.
C.Het opslaan van warmte in bouwmaterialen.
D.Het verminderen van luchtlekkage.

42. Wat is een nadeel van schuimisolatie?

A.Het kan chemische dampen afgeven.
B.Het is te zwaar voor daken.
C.Het is niet kosteneffectief.
D.Het is moeilijk aan te brengen.

43. Wat is het effect van het gebruik van dampdoorlatende materialen?

A.Het bevordert vochttransport naar buiten.
B.Het voorkomt luchtcirculatie.
C.Het verhoogt de luchtvochtigheid binnen.
D.Het verergert schimmelproblemen.

44. Hoeveel luchtverversingen zijn meestal gewenst in woonruimtes?

A.0,1 tot 0,5 keer per uur.
B.0,5 tot 1,5 keer per uur.
C.2 tot 3 keer per uur.
D.Geen enkele verversing is nodig.

45. Wat gebeurt er bij onvoldoende isolatie?

A.Hogere energiekosten en verminderde comfort.
B.Betere temperatuurregeling in het gebouw.
C.Verhoogde luchtkwaliteit.
D.Minder kans op schimmelvorming.

46. Vul de lege ruimte in: Het isolatiemateriaal __________ heeft een lage milieu-impact.

A.Cellulose.
B.EPS.
C.PIR.
D.XPS.

47. Wat is de ideale luchtvochtigheid binnenshuis voor comfort?

A.30% tot 50%.
B.40% tot 60%.
C.50% tot 70%.
D.60% tot 80%.

48. Wat is een veelvoorkomende oorzaak van slechte luchtkwaliteit in gebouwen?

A.Te veel ventilatie.
B.Onvoldoende ventilatie.
C.Te veel natuurlijke lichtinval.
D.Hoog energieverbruik.

49. Wat betekent temperatuurgradient?

A.Het verschil in temperatuur per eenheid afstand.
B.De constante temperatuur binnen een ruimte.
C.De snelheid van luchtcirculatie.
D.De hoeveelheid warmte die verloren gaat.

50. Wat is de rol van isolatie in energiebesparing?

A.Het vermindert warmteverlies.
B.Het verhoogt energieverbruik.
C.Het heeft geen effect op kosten.
D.Het is alleen voor koeling.

51. Welk systeem helpt overtollig water af te voeren?

A.Een ventilatiesysteem.
B.Een drainagesysteem.
C.Een verwarmingssysteem.
D.Een isolatiesysteem.

52. Wat is het hoofddoel van ventilatie in gebouwen?

A.De temperatuur verhogen.
B.De luchtkwaliteit verbeteren.
C.De kosten verlagen.
D.De isolatie verbeteren.

53. Welk voorbeeld beschrijft convectie?

A.Warme lucht stijgt en koele lucht zakt.
B.Warmte die door een muur naar binnen gaat.
C.De zon die een oppervlak verwarmt.
D.Vocht dat in de lucht blijft hangen.

54. Noem een toepassing van hennepisolatie.

A.In wanden, daken en vloeren.
B.In leidingen.
C.In afvoersystemen.
D.In asfalt.

55. Wat kan een teken zijn van opstijgend vocht?

A.Vlekken op de muren.
B.Te veel ventilatie.
C.Droge lucht.
D.Goede isolatie.

56. Wat is de functie van een ventilatierooster?

A.Luchtfiltering.
B.Het reguleren van luchtstromen.
C.Het verhogen van temperatuur.
D.Het verlagen van vochtigheid.

57. Wat voor soort materiaal heeft vaak een hoge U-waarde?

A.Een dunne kunststof laag.
B.Een goed geïsoleerde muur.
C.Een zware betonnen vloer.
D.Een metalen dakplaat.

58. Is het waar dat beton een goede isolator is?

A.Nee, het heeft een lage isolatiewaarde.
B.Ja, het is uitstekend isolerend.
C.Ja, het is goedkoper.
D.Nee, het is alleen voor funderingen.

59. Welk van de volgende is GEEN soort vocht?

A.Opstijgend vocht.
B.Indringend vocht.
C.Condensvocht.
D.Luchtvochtigheid.

60. Welke van de volgende ventilatiesystemen is het meest energie-efficiënt?

A.Natuurlijke ventilatie.
B.Mechanische ventilatie met terugwinning.
C.Afvoerventilatie.
D.Ventilatie zonder filters.

61. Wat is een thermische massa in de context van warmteoverdracht?

A.Het vermogen van een materiaal om warmte op te slaan.
B.De snelheid van luchtstromen in een gebouw.
C.Het temperatuurverschil tussen binnen en buiten.
D.De hoeveelheid energie die nodig is om een ruimte te verwarmen.

62. Wat is het verschil in toepassing tussen glaswol en cellulose?

A.Glaswol voor geluidsisolatie, cellulose voor thermische isolatie.
B.Beide zijn hetzelfde.
C.Cellulose is goedkoper.
D.Glaswol is niet isolerend.

63. Wat is de functie van een drainagesysteem in vochtbeheer?

A.Het voert overtollig water af en voorkomt wateraccumulatie rond de fundering.
B.Het bevordert de luchtcirculatie in de ruimtes.
C.Het voorkomt de vorming van condensvocht.
D.Het is een middel om schimmel te bestrijden.

64. Wat is een functie van mechanische ventilatie in een gebouw?

A.Het actief afvoeren van vervuilde lucht en aanvoeren van schone lucht.
B.Het isoleren van muren tegen kou.
C.Het verwarmen van de lucht in de winter en koelen in de zomer.
D.Het verminderen van het geluidsniveau in ruimtes.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.