Klimaatzones Köppen examentraining

Deze spiekbrief helpt je bij het voorbereiden op het examen over de klimaatzones van Köppen, inclusief belangrijke begrippen, classificaties en de bijbehorende kenmerken.

FinnB9·72 flashcards·72 vragen
eindexamengeographyclimate
0
Ken ik
1 / 72
0
Aan het leren
Voorkant

Wat zijn klimaatzones?

Tik om om te draaien
Achterkant

Zones op aarde met vergelijkbare klimaatkenmerken zoals temperatuur en neerslag.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(72 vragen)

Vraag 1 van 72

1. Wat is een kenmerk van het tropisch regenklimaat (Af)?

Termen in deze set(72)

Algemene Begrippen(16)

Wat zijn klimaatzones?

Zones op aarde met vergelijkbare klimaatkenmerken zoals temperatuur en neerslag.

Verschil tussen klimaat en weer?

Klimaat is gemiddeld weer over lange periode. Weer is huidige toestand.

Definitie van de Köppen classificatie?

Systeem dat klimaatzones indeelt op basis van temperatuur en neerslag. Belangrijk voor geografische studies.

Wat betekent ‘gemiddelde jaarlijkse temperatuur’?

Temperatuur gemeten over een jaar, uitgedrukt in graden Celsius.

Invloed van zeewater op klimaat?

Zeewater heeft een stabiliserend effect op temperaturen; verhoogt luchtvochtigheid.

Wat zijn de hoofdtypen klimaatzones in Köppen?

A (tropisch), B (droog), C (gematigd), D (continentaal), E (poolklimaat).

Waar komt het tropisch regenwoud voor?

In de A (tropische) klimaatzone, met hoge neerslag en temperaturen boven 18°C.

T/F: Een woestijn heeft hoge neerslag.

Onjuist. Woestijnen hebben minder dan 250 mm neerslag per jaar.

Wat is een gematigd zeeklimaat?

Kenmerkt zich door milde winters en koele zomers, met voldoende neerslag.

Invloed van hoogte op temperatuur?

Temperatuur daalt gemiddeld met 6,5°C per 1000 meter stijging.

Wat zijn ‘subtropische gebieden’?

Regio's met milde winters en warme zomers, vaak met een mediterraan klimaat.

Definitie van ‘neerslag’?

Water dat uit de lucht valt, in vorm van regen, sneeuw of hagel.

Wat is de rol van luchtstromen?

Luchtstromen reguleren temperatuur en neerslag; ze beïnvloeden klimaatzones.

Vul in: Woestijnklimaat heeft minder dan ___ mm neerslag per jaar.

250 mm neerslag per jaar.

Wat zijn de kenmerken van een poolklimaat?

Lange, strenge winters; korte, koele zomers; vaak permanent ijs.

Wat is de invloed van de hoogte op vegetatie?

Hogere gebieden hebben minder biodiversiteit en andere plantensoorten door kou.

Köppen Classificatie(20)

Wat zijn de hoofdklimaatzones van Köppen?

Tropisch klimaat (A), Droog klimaat (B), Gematigd klimaat (C), Continental klimaat (D), Polar klimaat (E).

A1: Wat is het tropisch regenwoudklimaat?

Kenmerken: gemiddeld > 18°C, hoge neerslag (> 2000 mm/jaar), geen seizoensverandering.

Voorbeeld van een land met een gematigd zeeklimaat?

Bijvoorbeeld Nederland: milde winters, koele zomers, neerslag gelijkmatig verdeeld.

Vul in: B-klimaat is ____.

Droog klimaat met weinig neerslag.

Wat betekent Cfb in de Köppen classificatie?

Cfb staat voor gematigd zeeklimaat met koele zomers.

Waar komt het mediterrane klimaat voor?

Typisch in landen rondom de Middellandse Zee, zoals Italië en Spanje.

Verschil tussen Df en Dw klimaat?

Df: warme zomers, Dw: koude winters. Beide zijn continentale klimaten.

Hoe wordt een woestijnklimaat aangeduid?

BWh (warm) of BWk (koud) in het Köppen-systeem.

Wat is een kenmerk van het poolklimaat?

Gemiddelde temperatuur onder 10°C, lange, strenge winters, korte zomers.

Klimaat van de Sahara?

Woestijnklimaat (BWh), zeer weinig neerslag, hoge temperaturen.

Wat is de betekenis van 'Af' in de classificatie?

'Af' staat voor tropisch regenwoudklimaat met altijd vochtige omstandigheden.

Eén voorbeeld van een continent met D-klimaat?

Noord-Amerika, vooral in de Verenigde Staten en Canada.

Wat zijn kenmerken van het subtropisch klimaat?

Zachte winters, hete zomers, neerslag in de zomer, vaak Cfa of Cfb.

Wat is een belangrijk kenmerk van het BSk klimaat?

Semi-aride klimaat, gematigde neerslag, vaak in regios zoals steppe.

Geef een voorbeeld van een koud klimaat.

Tundra (ET), gematigde temperaturen in de zomer, strenge winters.

Vul in: Verdamping is belangrijk voor ____.

Het ontstaan van droge klimaten (B).

Klimaatkenmerk van het Csb klimaat?

Mediterraan met koele zomers, voorkomt in delen van Californië.

Wat duidt het 's' aan in Csa?

's' betekent dat de zomer droog is.

Wat is een kenmerk van het tropisch savanneklimaat?

Minimaal 6 maanden regen, gemiddelde temperatuur > 18°C, bijvoorbeeld in Afrika.

Wat is een voorbeeld van een koud klimaat?

Voorbeeld: D-klimaat. Kenmerken: - Koude winters - Gematigde zomers - Neerslag gedurende het jaar. Land: Canada.

Klimaatkenmerken(20)

Wat is het temperatuurkenmerk van het tropisch klimaat?

Gemiddelde temperatuur boven de 18°C, met weinig temperatuurverschillen.

Verschil tussen gematigd en subarctisch klimaat?

Gematigd: milde winters, warme zomers. Subarctisch: lange, koude winters, korte zomers.

Waar komt het mediterraan klimaat voor?

Zuid-Europa, delen van Californië, Australië. Kenmerk: droge zomers, natte winters.

Vul in: Een tropisch klimaat heeft meer dan ___ mm neerslag per jaar.

2000 mm neerslag per jaar.

Waardoor ontstaan woestijnklimaten?

Weinig neerslag (minder dan 250 mm per jaar), hoge verdamping.

Temperatuur in een arctisch klimaat?

Gemiddeld onder de 0°C, zeer koude winters.

Wat is een kenmerk van het gematigd zeeklimaat?

Voldoende neerslag het hele jaar door, milde winters, koele zomers.

Wat is de jaarlijkse neerslag in een tropisch klimaat?

Tussen de 2000 en 4000 mm neerslag per jaar.

Vervangend voor de termen: 'warm' en 'koud'?

Warm: > 18°C; Koud: < 10°C.

Wat is het kenmerk van een gematigd landklimaat?

Hete zomers, koude winters, seizoensgebonden neerslagpatronen.

Waar vind je het subtropisch klimaat?

Delen van Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, en Australië. Kenmerk: warme, natte zomers.

Waarvoor staat de formule: E=mc2\displaystyle E = mc^2?

Energie, massa en lichtsnelheid. Niet direct met klimaat, maar principe van energie.

Wat zijn de temperatuurseizoenen in een continentaal klimaat?

Zeer koude winters, hete zomers, duidelijke seizoenswisselingen.

Wat is het neerslagkenmerk van een tropisch klimaat?

Minimaal 60 mm per maand, het hele jaar door.

Hoeveel neerslag valt er in een gematigd klimaat?

750 tot 1500 mm per jaar, gelijkmatig verdeeld.

Wat zijn de kenmerken van een polair klimaat?

Extreem koude temperaturen, meestal onder de -10°C, weinig neerslag.

Wat is belangrijk voor de landbouw in een mediterraan klimaat?

Droge zomers en voldoende neerslag in de winter.

Vul in: Woestijnen hebben een neerslag van minder dan ___ mm per jaar.

250 mm per jaar.

Wat is het verschil tussen een maritiem en continentaal klimaat?

Maritiem: gematigd, minder temperatuurvariatie. Continentaal: extremere seizoenen.

Wat zijn de temperatuur- en neerslagkenmerken van een gematigd zeeklimaat?

Temperatuur: milde winters, koele zomers (gemiddeld 5-20 °C). Neerslag: jaarlijks 600-1200 mm, gelijkmatig verspreid.

Toepassingen en Voorbeelden(16)

Wat is een voorbeeld van een tropisch klimaat?

Het Amazonegebied. - Hoge temperaturen, - Veel neerslag, - Biodiversiteit.

Verschil tussen een gematigd en een polair klimaat?

Gematigd: Zachte winters, warme zomers. Polair: Koude temperaturen, weinig neerslag.

Wat zijn kenmerken van een mediterraan klimaat?

Droge zomers, milde winters. - Bijv. Zuid-Spanje, - Neerslag in de winter.

Vul de blanco in: Woestijnklimaat heeft __________ neerslag.

zeer weinig. - Minder dan 250 mm per jaar.

Is een tropisch regenwoud klimaat altijd warm? Waar of niet waar?

Waar. - Gemiddelde temperatuur boven 20 °C.

Voorbeeld van een koud klimaat?

De toendra in Siberië. - Laag gemiddelde temperatuur - Lange winters.

Wat is een kenmerk van een zeeklimaat?

Gematigde temperatuurverschillen. - Neerslag verspreid over het jaar.

Hoeveel graden is een gematigd klimaat gemiddeld?

Tussen 10 °C en 20 °C. - Zomers warmer, winters kouder.

Effect van een hooggebergte op het klimaat?

Koude temperaturen, - Meer neerslag aan de loefzijde.

Wat zijn typische kenmerken van een steppeklimaat?

Droge omstandigheden, - Kortere graslanden, - Onvoldoende neerslag.

Verschil tussen een savanne en een tropisch regenwoud?

Savanen hebben seizoenen, - Regenwouden zijn altijd vochtig.

Voorbeeld van een koud gematigd klimaat?

De Oostkust van de VS. - Vier seizoenen, - Neerslag in alle maanden.

Wat zijn de gevolgen van klimaatverandering op polaire gebieden?

Smeltende gletsjers, - Verlies van biodiversiteit, - Stijgende zeespiegel.

Wat is een typische plant in een woestijnklimaat?

Cactussen. - Aanpassingen aan droogte.

Noem een land met een mediterraan klimaat.

Griekenland. - Warm en droog in de zomer.

Wat is de gemiddelde neerslag in een tropisch klimaat?

Minimaal 1750 mm per jaar. - Vochtig en warm.

Vragen in deze set(72)

1. Wat is een kenmerk van het tropisch regenklimaat (Af)?

A.Gemiddelde temperatuur > 18°C
B.Zware sneeuwval
C.Gemiddelde temperatuur < 10°C
D.Zeer koude zomers

2. Wat is het temperatuurkenmerk van een mediterraan klimaat?

A.Gemiddeld tussen de 10°C en 25°C
B.Gemiddeld boven de 18°C
C.Gemiddeld onder de 10°C
D.Gemiddeld tussen de 0°C en 15°C

3. Wat zijn de kenmerken van een tropisch klimaat?

A.Hoge temperaturen en veel neerslag
B.Koude winters en warme zomers
C.Zeer droge omstandigheden
D.Korte, milde winters

4. Wat is een voorbeeld van een koud klimaat?

A.De toendra in Siberië
B.De Sahara
C.Het Amazonegebied
D.Zuid-Spanje

5. Welk klimaat wordt gekenmerkt door zeer lage neerslag?

A.Tropisch klimaat
B.Droog klimaat
C.Gematigd klimaat
D.Poolklimaat

6. Wat is een kenmerk van het subarctisch klimaat?

A.Zachte winters en hete zomers
B.Lange, koude winters en korte zomers
C.Gemiddeld boven de 15°C
D.Droge zomers en natte winters

7. Wat is een kenmerk van een gematigd klimaat?

A.Extreem hoge temperaturen
B.Zeer lage neerslag
C.Milde winters en warme zomers
D.Altijd koude temperaturen

8. Wat zijn de kenmerken van een tropisch klimaat?

A.Hoge temperaturen en veel neerslag
B.Koude winters en droge zomers
C.Gematigde temperaturen met seizoenen
D.Weinig neerslag en extreme temperaturen

9. Welke van de volgende klimaten heeft warme zomers?

A.Cfb
B.Dw
C.Dfa
D.ET

10. Wat is de jaarlijkse neerslag in een woestijnklimaat?

A.Tussen de 250 en 500 mm
B.Minder dan 250 mm
C.Tussen de 500 en 1000 mm
D.Meer dan 1000 mm

11. Hoe verschilt een woestijnklimaat van een tropisch klimaat?

A.Woestijnen hebben meer neerslag
B.Tropische klimaten zijn kouder
C.Woestijnen zijn warmer en droger
D.Tropische klimaten hebben minder biodiversiteit

12. Wat is een kenmerk van een mediterraan klimaat?

A.Koude winters en warme zomers
B.Droge zomers en milde winters
C.Constant nat jaar rond
D.Extreem koud in de winter

13. Wat is een voorbeeld van een continent waar het D-klimaat voorkomt?

A.Afrika
B.Zuid-Amerika
C.Noord-Amerika
D.Australië

14. Waar komt het tropisch regenwoud voor?

A.In de gematigde zone
B.Bij de evenaar
C.In de poolgebieden
D.In bergachtige gebieden

15. Wat is de definitie van 'neerslag'?

A.Zonlicht dat op de aarde valt
B.Water dat uit de lucht valt
C.Temperatuurverandering
D.Luchtvochtigheid

16. Wat is de gemiddelde neerslag in een woestijnklimaat?

A.Meer dan 500 mm per jaar
B.Tussen 250 en 500 mm per jaar
C.Minder dan 250 mm per jaar
D.Geen neerslag

17. Wat betekent de letter 'E' in de Köppen-classificatie?

A.Tropisch klimaat
B.Droog klimaat
C.Poolklimaat
D.Gematigd klimaat

18. Wat is een belangrijk kenmerk van een gematigd zeeklimaat?

A.Zeer koude winters en milde zomers
B.Extreem droge zomers
C.Voldoende neerslag het hele jaar door
D.Lange, hete zomers

19. Wat geeft de gemiddelde jaarlijkse temperatuur aan?

A.De temperatuur van de koudste maand
B.De temperatuur gemeten over één jaar
C.De hoogste temperatuur ooit gemeten
D.De temperatuur in de zomer

20. Welk klimaat heeft de grootste temperatuurverschillen tussen zomer en winter?

A.Tropisch klimaat
B.Polair klimaat
C.Gematigd klimaat
D.Woestijnklimaat

21. Welk klimaat heeft milde winters en koele zomers?

A.Csa
B.Cfb
C.Dfb
D.BWh

22. Wat betekent een temperatuur onder de 0°C in een polair klimaat?

A.Het is een tropisch klimaat
B.Het is warm genoeg voor landbouw
C.Het is extreem koud
D.Het is een gematigd zeeklimaat

23. Wat is de invloed van luchtstromen op het klimaat?

A.Ze verhogen de luchtvochtigheid
B.Ze hebben geen invloed op het klimaat
C.Ze reguleren temperatuur en neerslag
D.Ze verlagen de gemiddelde temperatuur overal

24. Welke van de volgende gebieden heeft een tropisch klimaat?

A.Zuid-Afrika
B.Het Amazonegebied
C.Noord-Canada
D.De Alpen

25. Wat is een belangrijk kenmerk van een steppeklimaat (BSk)?

A.Zeer hoge neerslag
B.Gemiddelde neerslag
C.Extreem kou
D.Tropische temperaturen

26. Wat is de neerslag in een tropisch klimaat per maand?

A.Minimaal 30 mm
B.Minimaal 60 mm
C.Minimaal 100 mm
D.Minimaal 150 mm

27. Wat zijn subtropische gebieden?

A.Regio's met koude winters en milde zomers
B.Gebieden met warme zomers en milde winters
C.Gebieden met hoge neerslag
D.Regio's die altijd koud zijn

28. Wat is een kenmerk van een steppeklimaat?

A.Vochtige omstandigheden
B.Zeer weinig neerslag
C.Overvloedige vegetatie
D.Droge omstandigheden met kort gras

29. Waar vind je typisch een gematigd zeeklimaat?

A.Rond de evenaar
B.In de tropen
C.In Nederland
D.In de woestijn

30. Wat is een kenmerk van een continentaal klimaat?

A.Zachte seizoenen
B.Zeer koude winters en hete zomers
C.Constante neerslag
D.Weinig temperatuurverschillen

31. Wat is een poolklimaat?

A.Lange, warme zomers
B.Korte, milde winters
C.Lange, strenge winters
D.Constant warme temperaturen

32. Wat is een gevolg van klimaatverandering op polaire gebieden?

A.Stijgende temperaturen
B.Toename van biodiversiteit
C.Smeltende gletsjers
D.Minder neerslag

33. Wat is het verschil tussen een BWh en BWk klimaat?

A.BWh is koud, BWk is warm
B.BWh is warm, BWk is koud
C.BWh is gematigd, BWk is tropisch
D.Geen verschil

34. Waar komen arctische klimaten voor?

A.Dicht bij de evenaar
B.Op hoge breedtegraden
C.In gematigde zones
D.In tropische gebieden

35. Wat is het effect van hoogte op temperatuur?

A.Temperatuur stijgt met de hoogte
B.Temperatuur daalt gemiddeld met 6,5°C per 1000 meter
C.Temperatuur blijft gelijk op alle hoogtes
D.Er is geen effect

36. Welk klimaat heeft milde temperaturen en neerslag verspreid over het jaar?

A.Woestijnklimaat
B.Zeeklimaat
C.Mediterraan klimaat
D.Tropisch klimaat

37. Wat zijn de kenmerken van een subtropisch klimaat?

A.Koude winters, warme zomers
B.Zachte winters, hete zomers
C.Altijd nat
D.Altijd droog

38. Wat is het neerslagkenmerk van een gematigd landklimaat?

A.Onregelmatige neerslag
B.Minimaal 1000 mm per jaar
C.750 tot 1500 mm per jaar
D.Minder dan 500 mm per jaar

39. Wat zijn de hoofdtypen klimaatzones volgens de Köppen classificatie?

A.A, B, C, D, E
B.X, Y, Z
C.1, 2, 3
D.Tropisch, gematigd, arctisch

40. Welk van de volgende aanpassingen is typisch voor planten in een woestijnklimaat?

A.Groei in water
B.Diepe wortels om water te vinden
C.Grote bladeren voor fotosynthese
D.Snelle groei

41. Wat betekent de 'f' in de klimaatclassificatie Cfb?

A.Zomerse hitte
B.Vochtigheid
C.Koude temperaturen
D.Droge zomers

42. Wat is een belangrijk kenmerk van het mediterraan klimaat?

A.Droge winters en natte zomers
B.Natte winters en droge zomers
C.Extreem koude winters
D.Zeer hoge neerslag in de zomer

43. Wat is de definitie van een woestijnklimaat?

A.Meer dan 500 mm neerslag per jaar
B.Minder dan 250 mm neerslag per jaar
C.Koude winters en warme zomers
D.Altijd nat

44. Wat is het verschil tussen een savanne en een tropisch regenwoud?

A.Savanen zijn altijd vochtig
B.Savanen hebben seizoenen
C.Tropische regenwouden hebben meer gras
D.Tropische regenwouden zijn kouder

45. Welk klimaat heeft een significante seizoensverandering?

A.Af
B.Csa
C.Dfb
D.BWh

46. Wat is het verschil tussen maritiem en continentaal klimaat?

A.Maritiem is warmer
B.Continentaal heeft meer neerslag
C.Maritiem heeft minder temperatuurvariatie
D.Continentaal heeft milde winters

47. Wat is een belangrijk kenmerk van een gematigd zeeklimaat?

A.Extreem hoge luchtvochtigheid
B.Korte, koude zomers
C.Milde winters en koele zomers
D.Geen neerslag

48. Wat is de gemiddelde temperatuur in een tropisch klimaat?

A.Onder 10 °C
B.Tussen 10 °C en 20 °C
C.Boven 20 °C
D.Tussen 0 °C en 10 °C

49. Wat is een kenmerk van het tropisch savanneklimaat?

A.Zeer koude temperaturen
B.Minimaal 6 maanden regen
C.Altijd droog
D.Geen seizoensverandering

50. Wat zijn de kenmerken van een subtropisch klimaat?

A.Koude winters, hete zomers
B.Zeer hoge neerslag
C.Temperaturen onder de 0°C
D.Weinig seizoensgebonden veranderingen

51. Wat beschrijft 'klimaat' in tegenstelling tot 'weer'?

A.Gemiddeld weer over korte perioden
B.De huidige toestand van de lucht
C.Gemiddeld weer over lange perioden
D.Eén enkel weerevenement

52. Welke regio heeft een koud gematigd klimaat?

A.Australië
B.De Oostkust van de VS
C.De Sahara
D.Het Amazonegebied

53. Wat is het klimaat van de Sahara?

A.Gematigd zeeklimaat
B.Tropisch klimaat
C.Woestijnklimaat
D.Subtropisch klimaat

54. Wat is het neerslagkenmerk van een woestijnklimaat?

A.Minimaal 150 mm per jaar
B.Tussen de 250 en 500 mm per jaar
C.Minder dan 250 mm per jaar
D.Meer dan 500 mm per jaar

55. Wat zijn de effecten van zeewater op klimaat?

A.Verhoogt de temperatuur
B.Stabiliseert temperaturen
C.Verlaagt de luchtvochtigheid
D.Bevorderd woestijnvorming

56. Wat is de gemiddelde neerslag in een mediterraan klimaat?

A.Meer dan 2000 mm per jaar
B.Tussen 500 en 1000 mm per jaar
C.Tussen 250 en 500 mm per jaar
D.Minder dan 250 mm per jaar

57. Wat duidt de 's' aan in de classificatie Csa?

A.Droge zomer
B.Vochtige winter
C.Koude zomers
D.Warme winter

58. Wat zijn de temperatuurkenmerken van een gematigd zeeklimaat?

A.Milde winters, hete zomers
B.Zeer koude winters, koele zomers
C.Gemiddeld 2-15 °C
D.Extreem koude winters, milde zomers

59. Wat betekent 'subtropisch' in de context van klimaatzones?

A.Altijd koud
B.Milde winters en warme zomers
C.Nooit regen
D.Zeer hoge neerslag

60. Wat is een voorbeeld van een tropisch regenwoud klimaat?

A.Zuid-Spanje
B.Het Amazonegebied
C.De toendra
D.De Alpen

61. Wat beschrijft het ET klimaat?

A.Tropisch klimaat
B.Tundra klimaat
C.Woestijnklimaat
D.Subtropisch klimaat

62. Wat zijn de temperaturen in een arctisch klimaat?

A.Gemiddeld boven de 0°C
B.Gemiddeld tussen de 0°C en 10°C
C.Gemiddeld tussen de -10°C en 0°C
D.Gemiddeld onder de -10°C

63. Wat is de rol van vegetatie in verschillende klimaten?

A.Vegetatie is hetzelfde in elk klimaat
B.Hogere gebieden hebben meer biodiversiteit
C.Vegetatie verschilt door temperatuur en neerslag
D.Alle vegetatie is afhankelijk van zeewater

64. Wat is een voorbeeld van een gebied met een steppeklimaat?

A.De Mongoolse steppe
B.Zuid-Afrika
C.Brazilië
D.Noorwegen

65. Vul in: Verdamping is belangrijk voor ____.

A.Droge klimaten
B.Tropische klimaten
C.Gematigde klimaten
D.Poolklimaten

66. Wat is een typisch kenmerk van het tropisch klimaat?

A.Extreem droge lucht
B.Zomerhitte boven de 30°C
C.Gemiddelde temperatuur boven de 18°C
D.Koude winters

67. Wat is een kenmerk van het gematigd zeeklimaat (Cfb)?

A.Milde winters en koele zomers
B.Hele warme zomers en koude winters
C.Bijna geen neerslag
D.Altijd hoge temperaturen

68. Wat is de gemiddelde jaarlijkse neerslag in een gematigd klimaat?

A.750 tot 1500 mm
B.2000 tot 4000 mm
C.500 tot 1000 mm
D.300 tot 600 mm

69. Welk van de volgende klimaten heeft een droge zomer en een natte winter?

A.Csa
B.Cfb
C.Af
D.BWk

70. Wat is een kenmerk van een polair klimaat?

A.Hoge temperaturen boven 15°C
B.Extreem koude temperaturen, meestal onder -10°C
C.Veel neerslag in de zomer
D.Milde winters en warme zomers

71. Wat geeft de letter 'D' aan in de Köppen-classificatie?

A.Tropisch klimaat
B.Continentaal klimaat
C.Droog klimaat
D.Poolklimaat

72. Waar vind je een subtropisch klimaat?

A.Zuid-Amerika
B.Noord-Europa
C.Centrale Azië
D.Arctische gebieden

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.