Klimaatverandering gevolgen voor Nederland eindexamen oefenen

Een set van flashcards om voor te bereiden op het eindexamen geografie over de gevolgen van klimaatverandering voor Nederland.

MothMila1·24 flashcards·24 vragen
eindexamengeographyclimate
0
Ken ik
1 / 24
0
Aan het leren
Voorkant

Wat zijn gevolgen van stijgende zeespiegel?

Tik om om te draaien
Achterkant

Verlies van land. Verhoogd risico op overstromingen. Verandering ecosysteem.

Tik om om te draaien
Ken ik
Aan het leren

Quiz(24 vragen)

Vraag 1 van 24

1. Wat is een gevolg van de stijgende zeespiegel in Nederland?

Termen in deze set(24)

Gevolgen van klimaatverandering(12)

Wat zijn gevolgen van stijgende zeespiegel?

Verlies van land. Verhoogd risico op overstromingen. Verandering ecosysteem.

Klimaatverandering en temperatuurstijging.

Gemiddelde temperatuur in Nederland stijgt met ongeveer 1,5 graden Celsius per eeuw.

Waar leidt meer neerslag tot?

Overstromingen, wateroverlast in steden, verstoorde landbouw.

Waarvoor zijn de zeewateren warmer?

Verandering van zeestromingen, impact op visserij, afname zee-ijs.

Hoeveel millimeter stijgt de zeespiegel per jaar?

Ongeveer 2 tot 3 mm per jaar.

Wat is de invloed op de biodiversiteit?

Verlies van soorten, verandering van ecosystemen, verplaatsing van diersoorten.

Stijgende temperaturen → ...

...toename van hittegolven in de zomer.

Hoe verandert de landbouw door klimaatverandering?

Verschuiving van gewassen, verhoogde irrigatiebehoefte, nieuwe plagen.

Waar leidt verzilting van de bodem toe?

Slechte gewasopbrengsten, verandering van ecosystemen.

Klimaatverandering: waar of niet waar? 'Het leidt tot meer extreme weersomstandigheden.'

Waar. Voorbeelden: zware stormen, intense regen.

Vul de lege ruimte in: 'Klimaatverandering zorgt voor ... van de biodiversiteit.'

afname

Wat zijn de gevolgen van droogte voor Nederland?

Waterschaarste, verlaagde waterstanden in rivieren, schade aan gewassen.

Aanpassingsmaatregelen(12)

Wat is de Deltawet?

Een wet om de kust en deltawateren te beschermen tegen stijging van de zeespiegel.

Vul in: Nederland investeert in __________ om hitte-eilanden te verminderen.

groene daken en stadsparken.

Wat is een belangrijke aanpassing voor landbouw?

Droogtebestendige gewassen en betere irrigatiesystemen.

Waarvoor zijn waterbergingen belangrijk?

Om overtollig water te kunnen opslaan bij zware regenval.

Waarvoor dienen gemeentelijke klimaatplannen?

Om lokale maatregelen te treffen tegen klimaatverandering.

Juist of onjuist: Nederland verhoogt de zeewaterkeringen.

Juist, om te beschermen tegen zeespiegelstijging.

Wat zijn voorbeelden van duurzame energiebronnen?

Zonne-energie, windenergie en biomassa.

Wat is het effect van het vergroenen van stedelijke gebieden?

Verbetert de luchtkwaliteit en vermindert hittestress.

Vul in: Het verbeteren van __________ helpt tegen overstromingen.

afvoersystemen in steden.

Wat is het doel van de Nationale Adaptatiestrategie?

Om Nederland aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering.

Wat zijn de voordelen van het aanleggen van meer natuurgebieden?

Verhoogt biodiversiteit en biedt bescherming tegen wateroverlast.

Wat is een voorbeeld van kennisdeling in klimaatadaptatie?

Samenwerking tussen gemeenten en kennisinstituten.

Vragen in deze set(24)

1. Wat is een gevolg van de stijgende zeespiegel in Nederland?

A.Verhoogd risico op overstromingen
B.Meer zonlicht
C.Beter landbouwgrond
D.Minder neerslag

2. Wat is het doel van de Deltawet?

A.De bescherming van kustgebieden en deltawateren.
B.Het bevorderen van duurzame energiebronnen.
C.Het verhogen van de landbouwopbrengsten.
D.Het verbeteren van de stedelijke infrastructuur.

3. Hoeveel graden Celsius stijgt de gemiddelde temperatuur in Nederland per eeuw?

A.1,5 graden Celsius
B.3 graden Celsius
C.0,5 graden Celsius
D.2 graden Celsius

4. Welk van de volgende maatregelen helpt niet bij het verminderen van hitte-eilanden?

A.Groene daken en stadsparken.
B.Betere isolatie van gebouwen.
C.Het aanplanten van bomen.
D.Verharde wegen en beton.

5. Wat is een gevolg van meer neerslag in Nederland?

A.Meer zonneschijn
B.Overstromingen in stedelijke gebieden
C.Beter gewasgroei
D.Minder waterverbruik

6. Wat is een belangrijke aanpassing voor de landbouw in Nederland?

A.Gebruik van traditionele gewassen.
B.Droogtebestendige gewassen en betere irrigatiesystemen.
C.Afhankelijkheid van de seizoenen.
D.Verhoogde chemische bemesting.

7. Wat is een effect van warmer zeewater?

A.Afname van zeewaterniveau
B.Verandering van zeestromingen
C.Minder vis in de zee
D.Afname van luchtvochtigheid

8. Waarom zijn waterbergingen belangrijk in Nederland?

A.Om overtollig water op te slaan bij zware regenval.
B.Om grondwaterniveaus te verhogen.
C.Om drinkwatervoorzieningen te verbeteren.
D.Om chemisch afval op te slaan.

9. Hoeveel millimeter stijgt de zeespiegel gemiddeld per jaar?

A.2 tot 3 mm
B.5 tot 6 mm
C.1 mm
D.4 tot 5 mm

10. Wat is een functie van gemeentelijke klimaatplannen?

A.Om regionale energieproductie te verhogen.
B.Om lokale maatregelen tegen klimaatverandering te treffen.
C.Om internationale klimaatverdragen te ondertekenen.
D.Om alleen stedelijke planning te verbeteren.

11. Wat is een gevolg van klimaatverandering op de biodiversiteit?

A.Verlies van soorten
B.Toename van soorten
C.Stabiliteit van ecosystemen
D.Verandering van seizoenen

12. Juist of onjuist: Nederland investeert in het verhogen van zeewaterkeringen.

A.Juist.
B.Onjuist.
C.Dat hangt af van de regio.
D.Alleen langs de kust.

13. Wat is een gevolg van stijgende temperaturen in de zomer?

A.Toename van hittegolven
B.Minder schaduw
C.Meer neerslag
D.Koelere nachten

14. Welk van de volgende is géén duurzame energiebron?

A.Zonne-energie.
B.Windenergie.
C.Steenkool.
D.Biomassa.

15. Hoe zal de landbouw veranderen door klimaatverandering?

A.Verschuiving van gewassen
B.Vermindering van irrigatiebehoefte
C.Minder plagen
D.Minder gewasdiversiteit

16. Wat is een effect van het vergroenen van stedelijke gebieden?

A.Verhoogde luchtvervuiling.
B.Verminderde biodiversiteit.
C.Verbeterde luchtkwaliteit en minder hittestress.
D.Meer verkeersdrukte.

17. Waar leidt verzilting van de bodem meestal toe?

A.Verhoogde gewasopbrengsten
B.Slechte gewasopbrengsten
C.Meer biodiversiteit
D.Minder waterverbruik

18. Vul in: Het verbeteren van __________ is essentieel voor het voorkomen van overstromingen in steden.

A.afvoersystemen.
B.verharding van wegen.
C.de landbouwproductie.
D.de energievoorziening.

19. Is deze uitspraak waar of niet waar? 'Klimaatverandering leidt tot meer extreme weersomstandigheden.'

A.Waar
B.Niet waar
C.Soms waar
D.Nooit waar

20. Wat is het doel van de Nationale Adaptatiestrategie?

A.Om Nederland zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering.
B.Om de economie te stimuleren.
C.Om het energieverbruik te verminderen.
D.Om de biodiversiteit te verhogen.

21. Vul de lege ruimte in: 'Klimaatverandering zorgt voor ... van de biodiversiteit.'

A.toename
B.afname
C.geen verandering
D.stabiliteit

22. Wat zijn voordelen van het aanleggen van meer natuurgebieden?

A.Verhoogde luchtvervuiling.
B.Meer ruimte voor woningbouw.
C.Verhoogde biodiversiteit en bescherming tegen wateroverlast.
D.Afname van recreatiegebieden.

23. Wat zijn de gevolgen van droogte voor Nederland?

A.Waterschaarste
B.Meer regen
C.Meer visserij
D.Minder verkeer

24. Wat is een voorbeeld van kennisdeling in klimaatadaptatie?

A.Samenwerking tussen gemeenten en kennisinstituten.
B.Het geheim houden van best practices.
C.Alleen lokale initiatieven zonder externe hulp.
D.Het negeren van wetenschappelijk onderzoek.

Gerelateerde sets

Maak je eigen studieset

Upload een PDF, plak je notities of beschrijf een onderwerp – AI genereert flashcards, quizzen en meer in seconden.