Latijn accusativus cum infinitivo

Leer alles over de Latijnse constructie 'accusativus cum infinitivo' voor je eindexamen. Deze spiekbrief helpt je de belangrijkste regels en toepassingen te begrijpen.

HeronJulia4·40 schede·40 domande
eindexamenlanguagesgrammar
0
Lo so
1 / 40
0
Sto imparando
Fronte

Wat is de accusativus cum infinitivo?

Tocca per girare
Retro

Een constructie waarbij een infinitief samen met een lijdend voorwerp in de accusativus wordt gebruikt.

Tocca per girare
Lo so
Sto imparando

Quiz(40 domande)

Domanda 1 di 40

1. Wat is een kenmerk van de accusativus cum infinitivo?

Termini in questo set(40)

Basisregels(16)

Wat is de accusativus cum infinitivo?

Een constructie waarbij een infinitief samen met een lijdend voorwerp in de accusativus wordt gebruikt.

Voorbeeld van accusativus cum infinitivo.

Hij zegt dat hij zal gaan: 'Dicit eum iturum esse.'

Waar komt de infinitief in de zin?

De infinitief volgt altijd na het lijdend voorwerp en een werkwoord van zeggen of denken.

Voorbeeldzin met 'dico'.

'Dico te venire' betekent: 'Ik zeg dat jij komt.'

Accusativus cum infinitivo formule.

Structuur: Onderwerp (accusativus) + Werkwoord + Infinitief.

Wat is het verschil met de directe rede?

'Hij zegt:

Basisstructuur accusativus cum infinitivo

Onderwerp (accusativus) + infinitief. Bijvoorbeeld: 'Pater dicit filium venire.'

Verschil tussen subject en accusativus

Subject is actief; accusativus is passief. Accusativus cum infinitivo geeft de actie van de infinitief aan.

Welke werkwoorden gebruiken accusativus cum infinitivo?

Voorbeelden: dico, puto, credo, video. Ze introduceren een indirecte rede.

Waarmee eindigt de infinitief in het Latijn?

De infinitief eindigt vaak op -are, -ere, of -ire. Bijvoorbeeld: amāre, vidēre, audīre.

Waar komt de accusativus in de zin?

De accusativus staat voor de infinitief. Bijvoorbeeld: 'Dico puellam amare.'

Voorbeeldzin met 'puto'

'Puto te venire.' (Ik denk dat jij komt.) Accusativus: 'te', infinitief: 'venire'.

Waarbij helpt accusativus cum infinitivo?

Het helpt bij indirecte rede. Het maakt het duidelijk wie de actie uitvoert.

Bij welke tijd is de infinitief vaak?

De infinitief kan in de huidige of verleden tijd staan. Bijvoorbeeld: 'amare' (huidige) en 'amavisse' (verleden).

Waar vind je de accusativus in de zin?

Voor de infinitief, zoals in 'Scio puellam canere.' (Ik weet dat het meisje zingt.)

Waarvoor staat de afkorting 'c.c.i.'?

Dit staat voor 'cum infinitivo' en verwijst naar de accusativus cum infinitivo constructie.

Toepassingen(12)

Ik vind het leuk te zwemmen.

Dit is een voorbeeld van accusativus cum infinitivo: 'het leuk' is de accusatief, 'te zwemmen' is de infinitief.

Waarmee kun je de accusativus cum infinitivo herkennen?

Aan de combinatie van een lijdend voorwerp en een infinitief. Bijvoorbeeld: 'hem zien lopen'.

Zij verwacht dat hij zal komen.

Hier is 'dat hij zal komen' de accusativus cum infinitivo. 'Zij verwacht' is de hoofdzin.

Waar verwijst de accusativus cum infinitivo naar?

Naar een actie die betrekking heeft op het onderwerp van de hoofdzin.

Hij beschouwt haar als slim.

Hier is 'haar' in de accusatief en 'slim' is een predicatief bijvoeglijk naamwoord.

Vul de blanco in: Hij vindt het _____ te werken.

'leuk' is het juiste woord: 'Hij vindt het leuk te werken.'

De constructie 'hij zegt te willen gaan' is?

Een voorbeeld van accusativus cum infinitivo, waarbij 'te willen gaan' de infinitief is.

Wat is de functie van 'te lezen' in de zin: 'Hij houdt van te lezen'?

'te lezen' is de infinitief die de activiteit beschrijft die hij leuk vindt.

Zij beschouwt het als _____.

Een voorbeeld zou zijn: 'een uitdaging'. 'Het' is accusatief, 'een uitdaging' de predicatie.

Waar leidt de accusativus cum infinitivo vaak toe?

Tot een verklaring, zoals: 'Hij heeft gezegd te komen'.

Noem een voorbeeld van een lijdend voorwerp in accusativus.

'de bal' in de zin: 'Hij ziet de bal rollen.'

Waarin verschilt accusativus cum infinitivo van directe rede?

Accusativus cum infinitivo is indirecte weergave, zoals: 'Hij zei dat hij zou komen'.

Verschillen met andere constructies(12)

Accusativus cum infinitivo vs. Indirecte rede directe?

Accusativus cum infinitivo (ACI) heeft geen introductiewoord. Indirecte rede heeft vaak woorden als 'dicere', 'putare'.

Wat is het verschil met de accusatief?

Accusativus is enkelvoudige naamval. Accusativus cum infinitivo bevat een werkwoord met een infinitief.

Waar staat ACI voor?

Accusativus cum infinitivo: constructie die een actie of toestand beschrijft.

Verschil tussen ACI en directe rede?

Directe rede geeft letterlijk aan wat iemand zei. ACI geeft de inhoud van de uitspraak weer.

Voltooid deelwoord vs. ACI?

Voltooid deelwoord geeft een actie aan die voor een andere plaatsvindt. ACI kan gelijktijdigheid of opvolging uitdrukken.

Ja of nee: 'Credo te venire' is ACI.

Ja, het is een voorbeeld van ACI: 'Ik geloof dat jij komt'.

Vul in: ACI bestaat uit __ en __.

subject + infinitief

Verandering van tijd in ACI?

Tijd in ACI verschuift: als de hoofdzin in de tegenwoordige tijd staat, is de infinitief ook in de tegenwoordige tijd.

Kenmerk van ACI?

Korte zinnen, vaak met een subject in accusatief en een werkwoord in infinitief.

Vergelijking: ACI en gerundium?

Gerundium beschrijft een actie als zelfstandig naamwoord. ACI geeft de inhoud van een uitspraak weer.

Wat is het effect van een ACI?

Het geeft informatie over de mening of de gedachte van de spreker.

In welke zin is ACI gebruikt?

In de zin 'Cicero dicit se venire', waar 'se venire' ACI is.

Domande in questo set(40)

1. Wat is een kenmerk van de accusativus cum infinitivo?

A.Het heeft geen introductiewoord.
B.Het is altijd in de verleden tijd.
C.Het staat in de nominatief.
D.Het heeft altijd een onderwerp.

2. Wat is de rol van de infinitief in de zin 'Hij vindt het leuk te voetballen'?

A.Het beschrijft de activiteit die hij leuk vindt.
B.Het is het onderwerp van de zin.
C.Het is een bijvoeglijk naamwoord.
D.Het is een lijdend voorwerp.

3. Wat beschrijft de accusativus cum infinitivo?

A.Een constructie met een infinitief en een lijdend voorwerp in de accusativus.
B.Een soort bijvoeglijke naamwoord.
C.Een uitdrukking van een tijdsaanduiding.
D.Een vraagvorm in het Latijn.

4. Welke zin bevat geen accusativus cum infinitivo?

A.Dico te venire.
B.Credo te venire.
C.Putat se venisse.
D.Cicero dicit: 'Ik kom'.

5. In de zin 'Zij hoopt hem te zien', wat is de accusatief?

A.hem
B.zien
C.hoopt
D.zij

6. Wat is een voorbeeld van accusativus cum infinitivo?

A.Dico te venire.
B.Ego amo te.
C.Pater videt filiam.
D.Dux dicit militum.

7. Waarmee verschilt ACI van de directe rede?

A.ACI geeft letterlijk aan wat iemand zei.
B.ACI vermeldt geen introductiewoord.
C.ACI heeft altijd een onderwerp in de nominatief.
D.ACI staat nooit in de verleden tijd.

8. Welke zin bevat een voorbeeld van accusativus cum infinitivo?

A.Hij denkt dat hij het kan.
B.Zij zegt te willen leren.
C.Hij loopt naar huis.
D.Zij heeft de bal.

9. Waar komt de infinitief meestal in de zin voor?

A.Na het lijdend voorwerp en een werkwoord van zeggen of denken.
B.Voor het onderwerp.
C.Aan het einde van de zin.
D.Voor het werkwoord.

10. Vul in: De accusativus cum infinitivo bestaat uit ___ en ___.

A.onderwerp + infinitief
B.werkwoord + onderwerp
C.voorzetsel + infinitief
D.nominatief + infinitief

11. Wat is het verschil tussen accusativus cum infinitivo en directe rede?

A.Accusativus cum infinitivo is altijd positief.
B.Directe rede geeft exact de woorden weer.
C.Accusativus cum infinitivo vereist een bijvoeglijk naamwoord.
D.Directe rede bevat altijd een lijdend voorwerp.

12. Wat betekent de zin 'Dico te venire'?

A.Ik zeg dat jij komt.
B.Jij zegt dat ik kom.
C.Hij zegt dat hij komt.
D.Zij zegt dat jij gaat.

13. Wat gebeurt er met de tijd in een ACI?

A.De tijd blijft altijd gelijk.
B.De tijd verschuift afhankelijk van de hoofdzin.
C.De tijd verandert altijd naar de verleden tijd.
D.De tijd is irrelevant in ACI.

14. Welke constructie is correct in het gebruik van accusativus cum infinitivo?

A.Hij vindt het moeilijk te studeren.
B.Hij zegt het moeilijk te studeren.
C.Hij vindt moeilijk te studeren het.
D.Hij zegt te studeren moeilijk.

15. Wat is de basisstructuur van accusativus cum infinitivo?

A.Onderwerp (accusativus) + Werkwoord + Infinitief.
B.Werkwoord + Onderwerp + Infinitief.
C.Infinitief + Onderwerp + Werkwoord.
D.Accusativus + Infinitief + Werkwoord.

16. Welke uitspraak is een voorbeeld van ACI?

A.Cicero dicit se venire.
B.Cicero zegt: 'Ik kom'.
C.Credo te venisse.
D.Ego credo in te.

17. Wat is de functie van 'te reizen' in de zin 'Zij houdt van te reizen'?

A.Het is het onderwerp.
B.Het is een bijvoeglijk naamwoord.
C.Het beschrijft de activiteit die zij leuk vindt.
D.Het is het lijdend voorwerp.

18. Wat is het verschil tussen subject en accusativus?

A.Subject is actief; accusativus is passief.
B.Beide zijn hetzelfde.
C.Accusativus is altijd het onderwerp.
D.Subject komt altijd voor de accusativus.

19. Wat is een verschil tussen ACI en het gerundium?

A.ACI kan nooit een zelfstandige zin zijn.
B.Gerundium beschrijft een actie als zelfstandig naamwoord.
C.Gerundium heeft altijd een onderwerp in de nominatief.
D.ACI en gerundium zijn identiek.

20. In de zin 'Hij beschouwt het als een uitdaging', wat is de accusatief?

A.een uitdaging
B.het
C.beschouwt
D.als

21. Welke werkwoorden worden vaak gebruikt in accusativus cum infinitivo?

A.Dico, puto, credo, video.
B.Amor, laboro, audio, vendo.
C.Volo, possum, sum, habeo.
D.Facio, venio, porto, doceo.

22. Wat is een effect van het gebruik van ACI?

A.Het geeft informatie over de spreker.
B.Het maakt de zin moeilijker te begrijpen.
C.Het verwijdert het onderwerp.
D.Het voegt niets toe aan de uitspraak.

23. Welke zin illustreert de toepassing van de accusativus cum infinitivo het beste?

A.Zij beweert dat hij zal komen.
B.Hij voelt zich gelukkig.
C.Zij zegt te willen dansen.
D.Hij leest een boek.

24. Waarmee eindigt de infinitief vaak in het Latijn?

A.-are, -ere, of -ire.
B.-um, -am, of -em.
C.-is, -os, of -es.
D.-a, -e, of -i.

25. Welke van de volgende zinnen bevat een fout in het gebruik van ACI?

A.Dico te venire.
B.Credo te venisse.
C.Putat se venire.
D.Cicero dicit: Ik kom.

26. Wat is een kenmerk van de accusativus cum infinitivo?

A.Het bevat altijd een bijwoord.
B.Het omvat een lijdend voorwerp en een infinitief.
C.Het ontstaat alleen in de verleden tijd.
D.Het is altijd positief van aard.

27. Waar staat de accusativus in de zin?

A.Voor de infinitief.
B.Na het werkwoord.
C.Aan het begin van de zin.
D.Na het lijdend voorwerp.

28. Wat is een voorbeeld van een werkwoord dat vaak in ACI wordt gebruikt?

A.Dico
B.Dat
C.Verbo
D.Lego

29. Vul de blanco in: 'Hij heeft gezegd _____ komen.'

A.te
B.dat
C.en
D.om

30. Wat is een voorbeeldzin met 'puto'?

A.Puto te venire.
B.Puto puellam amat.
C.Puto ego venio.
D.Puto te amare.

31. Wat is de rol van de infinitief in ACI?

A.Het geeft de substantie aan.
B.Het staat altijd in de verleden tijd.
C.Het beschrijft een actie of toestand.
D.Het is nooit belangrijk.

32. In de zin 'Zij vindt het leuk te schilderen', hoe kun je de accusativus cum infinitivo herkennen?

A.Aan de combinatie van een onderwerp en een infinitief.
B.Aan de combinatie van een lijdend voorwerp en een infinitief.
C.Aan de combinatie van een bijwoord en een infinitief.
D.Aan de combinatie van een werkwoord en een bijvoeglijk naamwoord.

33. Waarbij helpt de accusativus cum infinitivo?

A.Bij het formuleren van indirecte rede.
B.Bij directe rede.
C.Bij het maken van vragen.
D.Bij het geven van bevelen.

34. In welke zin is de subject in de accusativus?

A.Credo te venire.
B.Dico quod tu venis.
C.Cicero dicit se venire.
D.Ego sum.

35. Welke zin is een voorbeeld van accusativus cum infinitivo?

A.Zij gelooft hem te begrijpen.
B.Hij zegt dat hij zal komen.
C.Zij vindt het leuk om te lezen.
D.Hij vraagt waar hij naartoe gaat.

36. Bij welke tijd is de infinitief vaak gebruikt?

A.Huidige of verleden tijd.
B.Toekomstige tijd.
C.Alle tijden zijn gelijk.
D.Alleen verleden tijd.

37. Waar vind je de accusativus in de zin?

A.Voor de infinitief.
B.Na de infinitief.
C.In het midden van de zin.
D.Aan het einde van de zin.

38. Waarvoor staat de afkorting 'c.c.i.'?

A.Cum infinitivo.
B.Cursus cursus imperium.
C.Centrum curiae in.
D.Causa cum imperium.

39. Wat is de juiste volgorde in een zin met accusativus cum infinitivo?

A.Onderwerp (accusativus) + Werkwoord + Infinitief
B.Infinitief + Onderwerp (accusativus) + Werkwoord
C.Werkwoord + Onderwerp (accusativus) + Infinitief
D.Onderwerp (nominatief) + Infinitief + Werkwoord

40. Welke zin illustreert NIET de accusativus cum infinitivo?

A.Dico eum venire.
B.Puto te amare.
C.Scio puellam canere.
D.Vidi puellam.

Set correlati

Crea il tuo set di studio

Carica un PDF, incolla le tue note o descrivi un argomento – l'IA genera schede, quiz e altro in pochi secondi.