Engels modals must should can

Deze set bevat belangrijke modale werkwoorden in het Engels: 'must', 'should', en 'can'. Deze woorden zijn essentieel voor het formuleren van verplichtingen, aanbevelingen en mogelijkheden. De flashcards helpen bij het begrijpen en onthouden van deze woorden en hun vertalingen.

LucasVanDijke1·27 schede·13 domande·1 visualizzazioni
bovenbouwlanguagesenglish
0
Lo so
1 / 27
0
Sto imparando
Fronte

must

Tocca per girare
Retro

moeten

Tocca per girare
Lo so
Sto imparando

Quiz(13 domande)

Domanda 1 di 13

1. Wat betekent 'must'?

Termini in questo set(27)

must

moeten

should

zou moeten

can

kunnen

have to

moeten (verplicht)

might

misschien

would

zou

could

kon (mogelijk)

need to

moeten (noodzakelijk)

shall

zal

may

mogen

be able to

in staat zijn om

ought to

zou moeten

would like to

zou graag willen

used to

vroeger

supposed to

verondersteld te zijn

had better

kan beter

souldn't

niet zouden moeten

can't

niet kunnen

mustn't

niet mogen

might not

misschien niet

won't

zal niet

is supposed to

is verondersteld te zijn

was supposed to

was verondersteld te zijn

are allowed to

mogen

was allowed to

mocht

had to

moest

will be able to

zal kunnen

Domande in questo set(13)

1. Wat betekent 'must'?

A.moeten
B.zou moeten
C.kunnen
D.mag

2. Welk woord betekent 'zou moeten'?

A.must
B.should
C.can
D.might

3. Wat betekent 'can'?

A.moet
B.kunnen
C.zou moeten
D.mag

4. Welk woord betekent 'verondersteld te zijn'?

A.must
B.have to
C.supposed to
D.might

5. Wat betekent 'might'?

A.moet
B.zou moeten
C.misschien
D.kunnen

6. Welk woord betekent 'kan beter'?

A.had better
B.should
C.must
D.may

7. Wat betekent 'could'?

A.kan
B.kon
C.zou
D.moet

8. Welk woord betekent 'niet mogen'?

A.mustn't
B.can't
C.shouldn't
D.wouldn't

9. Wat betekent 'shouldn't'?

A.moet niet
B.kan niet
C.zou niet moeten
D.mag niet

10. Welk woord betekent 'zal niet'?

A.will
B.won't
C.shall
D.may

11. Wat betekent 'may'?

A.mogen
B.moeten
C.zou moeten
D.kunnen

12. Welk woord betekent 'in staat zijn om'?

A.be able to
B.can
C.must
D.should

13. Wat betekent 'is verondersteld te zijn'?

A.is supposed to
B.was supposed to
C.had to
D.might

Set correlati

Crea il tuo set di studio

Carica un PDF, incolla le tue note o descrivi un argomento – l'IA genera schede, quiz e altro in pochi secondi.