Engels gerund of infinitief woordjes
Deze set bevat woorden die te maken hebben met het gebruik van gerunds en infinitieven in het Engels. Deze woorden zijn belangrijk voor het begrijpen van Engelse grammatica en het verbeteren van je schrijf- en spreekvaardigheid.
Quiz(19 domande)
1. Wat betekent 'to run'?
Termini in questo set(20)
to run
rennen
swimming
zwemmen
to eat
eten
writing
schrijven
to think
denken
running
hardlopen
to play
spelen
reading
lezen
to study
studeren
traveling
reizen
to work
werken
listening
luisteren
to laugh
lachen
cooking
koken
to help
helpen
cleaning
schoonmaken
to drive
rijden
shopping
winkelen
to teach
onderwijzen
playing
spelen
Domande in questo set(19)
1. Wat betekent 'to run'?
2. Welk woord betekent 'zwemmen'?
3. Wat betekent 'writing'?
4. Welk woord betekent 'helpen'?
5. Wat betekent 'listening'?
6. Welk woord betekent 'reizen'?
7. Wat betekent 'to play'?
8. Welk woord betekent 'hardlopen'?
9. Wat betekent 'koken'?
10. Welk woord betekent 'studeren'?
11. Wat betekent 'spelen'?
12. Welk woord betekent 'leiden'?
13. Wat betekent 'winkelen'?
14. Welk woord betekent 'hardlopen'?
15. Wat betekent 'lachen'?
16. Welk woord betekent 'lezen'?
17. Wat betekent 'studeren'?
18. Welk woord betekent 'helpen'?
19. Wat betekent 'reizen'?
Set correlati
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Englisch Relativsätze Karteikarten
Englisch Abitur analysis verbs Karteikarten
Vokabeln: Englisch Adjektivsteigerung
Englisch technology words Karteikarten
Wörter: Englisch household chores
Englisch Abitur Mediation
Wörter: Englisch some any much many
Crea il tuo set di studio
Carica un PDF, incolla le tue note o descrivi un argomento – l'IA genera schede, quiz e altro in pochi secondi.

