Eindexamen stamboom

Studie materiaal over de stamboom in de genetica, gericht op het eindexamen in Nederland.

FinnOttergf·19 schede·14 domande·1 visualizzazioni
eindexamenbiologygenetics
0
Lo so
1 / 19
0
Sto imparando
Fronte

Wat is een stamboom?

Tocca per girare
Retro

Een stamboom is een diagram dat de afstamming en relaties tussen individuen in een familie toont.

Tocca per girare
Lo so
Sto imparando

Quiz(14 domande)

Domanda 1 di 14

1. Wat geeft een stamboom weer?

Termini in questo set(19)

Wat is een stamboom?

Een stamboom is een diagram dat de afstamming en relaties tussen individuen in een familie toont.

Verschil tussen gen en allel?

Een gen is een segment van DNA dat codeert voor een eiwit, terwijl een allel eenvariant is van dat gen.

Wat is een fenotype?

Het fenotype is de observeerbare eigenschap van een individu, zoals haar kleur of hoogte.

Wat is een genotype?

Het genotype is de genetische samenstelling van een individu, inclusief alle allelen.

Wat betekent homozygoot?

Homozygoot betekent dat een individu twee identieke allelen voor een bepaald gen heeft.

Wat betekent heterozygoot?

Heterozygoot betekent dat een individu twee verschillende allelen voor een bepaald gen heeft.

Wat is een autosomaal gen?

Een autosomaal gen bevindt zich op een autosome chromosoom, dus niet op een geslachtschromosoom.

Wat zijn geslachtsgebonden genen?

Geslachtsgebonden genen zijn genen die zich bevinden op de geslachtschromosomen (X of Y).

Wat is een recessief gen?

Een recessief gen is een gen waarvan de eigenschap alleen tot uiting komt als het in homozygote toestand aanwezig is.

Voorbeeld van een dominante eigenschap?

Een voorbeeld van een dominante eigenschap is bruin haar, dat kan overerven op een recessief gen voor blond haar.

Wat is een punnetvierkant?

Een punnetvierkant is een grafische methode om de erfelijkheid van een eigenschap te voorspellen.

Wat betekent penetrantie?

Penetrantie is de mate waarin een genotype tot een fenotype leidt in een populatie.

Wat is expressie van een gen?

Genexpressie is het proces waarbij de informatie in een gen wordt omgezet in een functioneel eiwit.

Wat zijn genmutaties?

Genmutaties zijn veranderingen in de nucleotidenvolgorde van een gen, die de functie kunnen beïnvloeden.

Wat is een monogene aandoening?

Een monogene aandoening is een ziekte die wordt veroorzaakt door een mutatie in één enkel gen.

Wat is een polygenetische eigenschap?

Een polygenetische eigenschap is een eigenschap die wordt beïnvloed door meerdere genen.

Wat is inbreeding?

Inbreeding is het fokken van verwante individuen, wat het risico op recessieve aandoeningen verhoogt.

Wat zijn stambomen?

Stambomen worden gebruikt om erfelijke aandoeningen en de overerving ervan in families te traceren.

Wat zijn populatiestructuren?

Populatiestructuren verwijzen naar de genetische samenstelling en distributie van genen binnen een populatie.

Domande in questo set(14)

1. Wat geeft een stamboom weer?

A.Familierelaties
B.Locaties
C.Ecosystemen
D.Ziektebeelden

2. Wat is een recessief gen?

A.Altijd zichtbaar
B.Soms zichtbaar
C.Nooit zichtbaar
D.Alleen in mannen

3. Wat betekent homozygoot?

A.Twee verschillende allelen
B.Twee identieke allelen
C.Geen allelen
D.Een allel

4. Wat typeert een monogene aandoening?

A.Meerdere genen
B.Een enkel gen
C.Omgevingsfactoren
D.Levensstijl

5. Wat is een fenotype?

A.Genetische samenstelling
B.Observeerbare eigenschap
C.Mutatie
D.Erfelijk materiaal

6. Penetrantie verwijst naar:

A.Genetische variatie
B.Mate van uiting van een gen
C.Ziektefrequentie
D.Omgevingsinvloeden

7. Wat is genexpressie?

A.De structuur van DNA
B.De omzetting van DNA naar eiwit
C.De verandering van genen
D.De overdracht van genen

8. Wat zijn polygenetische eigenschappen?

A.Afhankelijk van één gen
B.Afhankelijk van meerdere genen
C.Altijd dominant
D.Altijd recessief

9. Inbreeding verhoogt het risico van:

A.Genetische diversiteit
B.Recessieve aandoeningen
C.Dominante genen
D.Mutaties

10. Wat is een punnetvierkant?

A.Een diagram voor erfelijkheid
B.Een type gen
C.Een chromosoom
D.Een mutatie

11. Is het belangrijk om stambomen te analyseren?

A.Ja, voor erfelijke ziekten
B.Nee, niet relevant
C.Alleen voor dieren
D.Slechts bij ongeval

12. Genmutaties kunnen leiden tot:

A.Veranderingen in fenotype
B.Stabiele genen
C.Geen effect
D.Alleen voordelen

13. Wat zijn geslachtsgebonden genen?

A.Op autosomen
B.Op geslachtschromosomen
C.Op mitochondriaal DNA
D.Geen specifieke locatie

14. Recessieve genen zijn altijd dominant.

A.Waar
B.Niet waar
C.Alleen in sommige gevallen
D.Onbekend

Set correlati

Crea il tuo set di studio

Carica un PDF, incolla le tue note o descrivi un argomento – l'IA genera schede, quiz e altro in pochi secondi.