Woordjes: Engels eens en oneens

Deze set bevat Engelse woorden en uitdrukkingen over het thema eens en oneens. Ideaal voor bovenbouw leerlingen die hun vocabulaire willen uitbreiden.

BramM8·26 fiches·16 questions·1 vues
bovenbouwlanguagesenglish
0
Je sais
1 / 26
0
J'apprends
Recto

agree

Appuyez pour retourner
Verso

het eens zijn

Appuyez pour retourner
Je sais
J'apprends

Quiz(16 questions)

Question 1 sur 16

1. Wat betekent 'agree'?

Termes dans ce set(26)

agree

het eens zijn

disagree

het oneens zijn

opinion

mening

suggest

suggereren

debate

debat

persuade

overtuigen

accept

accepteren

reject

afwijzen

argument

argument

belief

geloof

support

ondersteunen

counterargument

tegenargument

discussion

discussie

viewpoint

standpunt

convince

overtuigen

in favor of

voor

against

tegen

perspective

perspectief

dispute

twist

consensus

consensus

compromise

compromis

valid

geldend

invalid

ongeldig

contradict

tegenspreken

clarify

verduidelijken

stance

houding

Questions dans ce set(16)

1. Wat betekent 'agree'?

A.het eens zijn
B.afwijzen
C.mening
D.discussie

2. Welk woord betekent 'afwijzen'?

A.accept
B.reject
C.debate
D.support

3. Wat betekent 'debate'?

A.discussie
B.mening
C.standpunt
D.verduidelijken

4. Welk woord betekent 'overtuigen'?

A.persuade
B.convince
C.reject
D.dispute

5. Wat betekent 'mening'?

A.opinion
B.belief
C.argument
D.perspective

6. Welk woord betekent 'tegen'?

A.in favor of
B.against
C.support
D.accept

7. Wat betekent 'argument'?

A.standpunt
B.argument
C.discussie
D.consensus

8. Welk woord betekent 'consensus'?

A.compromise
B.consensus
C.dispute
D.clarify

9. Wat betekent 'compromise'?

A.twist
B.compromis
C.overtuigen
D.negeren

10. Welk woord betekent 'geldend'?

A.valid
B.invalid
C.support
D.perspective

11. Wat betekent 'discussie'?

A.discussion
B.debate
C.viewpoint
D.argument

12. Welk woord betekent 'tegenspreken'?

A.dispute
B.contradict
C.overtuigen
D.afwijzen

13. Wat betekent 'standpunt'?

A.viewpoint
B.perspective
C.belief
D.accept

14. Welk woord betekent 'verduidelijken'?

A.clarify
B.persuade
C.explain
D.suggest

15. Wat betekent 'twist'?

A.dispute
B.argument
C.discussie
D.perspective

16. Welk woord betekent 'voor'?

A.support
B.in favor of
C.accept
D.disagree

Sets associés

Créez votre propre set d'étude

Téléchargez un PDF, collez vos notes ou décrivez un sujet – l'IA génère des fiches, des quiz et plus en quelques secondes.

Mis en avant sur