Vocabulaire: Frans eindexamen mening

Deze woordenlijst bevat belangrijke Franse vocabulaire die relevant is voor het eindexamen. De woorden zijn geselecteerd voor hun gebruik in alledaagse situaties en zijn nuttig voor leerlingen in Nederland.

Dragon13·33 fiches·29 questions
eindexamenlanguagesfrench
0
Je sais
1 / 33
0
J'apprends
Recto

l'école

Appuyez pour retourner
Verso

de school

Appuyez pour retourner
Je sais
J'apprends

Quiz(29 questions)

Question 1 sur 29

1. Wat betekent l'école?

Termes dans ce set(33)

l'école

de school

apprendre

leren

important

belangrijk

lire

lezen

écrire

schrijven

un livre

een boek

le professeur

de leraar

réussir

slagen

la note

het cijfer

étudier

studeren

difficulté

moeilijkheid

un examen

een examen

la réponse

het antwoord

le temps

de tijd

travailler

werken

la question

de vraag

comprendre

begrijpen

préparer

voorbereiden

la classe

de klas

un cahier

een schrift

se concentrer

zich concentreren

la matière

het vak

l'avenir

de toekomst

l'ordinateur

de computer

la technologie

de technologie

un projet

een project

discuter

discussiëren

le devoir

het huiswerk

la présentation

de presentatie

s'améliorer

verbeteren

le collège

de middelbare school

la recherche

het onderzoek

le succès

het succes

Questions dans ce set(29)

1. Wat betekent l'école?

A.de school
B.de klas
C.de leraar
D.het huiswerk

2. Wat betekent apprendre?

A.leren
B.werken
C.lezen
D.schrijven

3. Wat betekent important?

A.belangrijk
B.moeilijk
C.interessant
D.nuttig

4. Wat betekent un livre?

A.een boek
B.een schrift
C.een leraar
D.een examen

5. Wat betekent réussir?

A.slagen
B.studeren
C.werken
D.begrijpen

6. Wat betekent la note?

A.het cijfer
B.de vraag
C.de tijd
D.de klas

7. Wat betekent étudier?

A.studeren
B.werken
C.prepareren
D.onderwijzen

8. Wat betekent difficulté?

A.moeilijkheid
B.gemak
C.onderwijs
D.vertrouwen

9. Wat betekent un examen?

A.een examen
B.een vraag
C.een antwoord
D.de leraar

10. Wat betekent le temps?

A.de tijd
B.het weer
C.de school
D.de klas

11. Wat betekent travailler?

A.werken
B.onderwijzen
C.leren
D.studeren

12. Wat betekent la question?

A.de vraag
B.het antwoord
C.de tijd
D.het vak

13. Wat betekent comprendre?

A.begrijpen
B.lezen
C.studeren
D.werken

14. Wat betekent préparer?

A.voorbereiden
B.studeren
C.werken
D.lijden

15. Wat betekent la classe?

A.de klas
B.de leraar
C.de tijd
D.het vak

16. Wat betekent un cahier?

A.een schrift
B.een boek
C.een examen
D.een vraag

17. Wat betekent se concentrer?

A.zich concentreren
B.leren
C.werken
D.studeren

18. Wat betekent la matière?

A.het vak
B.de klas
C.de leerling
D.de leraar

19. Wat betekent l'avenir?

A.de toekomst
B.de tijd
C.het verleden
D.de klas

20. Wat betekent l'ordinateur?

A.de computer
B.de tablet
C.de telefoon
D.de leraar

21. Wat betekent la technologie?

A.de technologie
B.de wetenschap
C.het onderwijs
D.de leraar

22. Wat betekent un projet?

A.een project
B.een plan
C.een vak
D.een vraag

23. Wat betekent discuter?

A.discussiëren
B.studeren
C.werken
D.schrijven

24. Wat betekent le devoir?

A.het huiswerk
B.de vraag
C.de klas
D.de tijd

25. Wat betekent la présentation?

A.de presentatie
B.de vraag
C.de les
D.het examen

26. Wat betekent s'améliorer?

A.verbeteren
B.studeren
C.werken
D.leren

27. Wat betekent le collège?

A.de middelbare school
B.de basisschool
C.de universiteit
D.het examen

28. Wat betekent la recherche?

A.het onderzoek
B.de vraag
C.de tijd
D.de klas

29. Wat betekent le succès?

A.het succes
B.de moeite
C.de tijd
D.het examen

Sets associés

Créez votre propre set d'étude

Téléchargez un PDF, collez vos notes ou décrivez un sujet – l'IA génère des fiches, des quiz et plus en quelques secondes.

Mis en avant sur