Duits boodschappen doen woordjes
Deze flashcards zijn bedoeld voor leerlingen in de bovenbouw die Duits leren, met een focus op alledaagse boodschappen doen.
Quiz(17 questions)
1. Wat betekent 'der Preis'?
Termes dans ce set(21)
der Supermarkt
de supermarkt
kaufen
kopen
die Rechnung
de rekening
das Gemüse
de groente
das Obst
het fruit
der Preis
de prijs
die Tüte
de tas
verkaufen
verkopen
billig
goedkoop
teuer
duur
die Kasse
de kassa
die Milch
de melk
das Brot
het brood
der Rabatt
de korting
frisch
vers
die Flasche
de fles
alles zusammen
alles bij elkaar
die Zutaten
de ingrediënten
das Fleisch
het vlees
die Wurst
de worst
der Einkauf
de aankoop
Questions dans ce set(17)
1. Wat betekent 'der Preis'?
2. Wat betekent 'billig'?
3. Wat betekent 'verkaufen'?
4. Wat betekent 'die Tüte'?
5. Wat betekent 'frisch'?
6. Wat betekent 'die Wurst'?
7. Wat betekent 'der Rabatt'?
8. Wat betekent 'das Gemüse'?
9. Wat betekent 'kaufen'?
10. Wat betekent 'der Supermarkt'?
11. Wat betekent 'die Milch'?
12. Wat betekent 'das Brot'?
13. Wat betekent 'die Zutaten'?
14. Wat betekent 'das Fleisch'?
15. Wat betekent 'alles zusammen'?
16. Wat betekent 'teuer'?
17. Wat betekent 'die Kasse'?
Sets associés
Mots : Allemand négation
Allemand sein et haben fiches
Allemand articles vocabulaire
Allemand ville fiches
Allemand accusatif fiches
Allemand nourriture fiches
Vocabulaire : Allemand séparables
Allemand famille fiches
Créez votre propre set d'étude
Téléchargez un PDF, collez vos notes ou décrivez un sujet – l'IA génère des fiches, des quiz et plus en quelques secondes.

