Toets: Persoonsvorm vinden
Leer alles over de persoonsvorm in de Nederlandse grammatica. De persoonsvorm is belangrijk voor het maken van correcte zinnen.
Quiz(15 questions)
1. Wat is de persoonsvorm in de zin 'Hij leest een boek'?
Termes dans ce set(16)
Wat is de persoonsvorm?
De persoonsvorm is het werkwoord dat verandert afhankelijk van het onderwerp in de zin.
Hoe vind je de persoonsvorm?
Zoek het werkwoord dat bij het onderwerp past. Zet de zin in de tegenwoordige of verleden tijd.
Geef een voorbeeld van een persoonsvorm.
In de zin 'Hij loopt naar school' is 'loopt' de persoonsvorm.
In de zin 'Zij speelt piano', wat is de persoonsvorm?
'Speelt' is de persoonsvorm omdat het bij 'zij' hoort.
Wat gebeurt er met de persoonsvorm in de verleden tijd?
De persoonsvorm verandert. Bijvoorbeeld: 'Hij speelt' wordt 'Hij speelde'.
Waar vind je de persoonsvorm in een vraag?
In een vraag komt de persoonsvorm vaak vooraan, zoals in 'Speelt hij piano?'
Vul aan: 'Jij _____ naar school.'
'Jij gaat naar school.' Hier is 'gaat' de persoonsvorm.
Wat is de persoonsvorm in 'Wij hebben een hond'?
'Hebben' is de persoonsvorm, die hoort bij 'wij'.
Is 'zijn' de persoonsvorm in 'Zij zijn blij'?
Ja, 'zijn' is de persoonsvorm die bij 'zij' hoort.
Maak de zin af: 'Jij _____ altijd op tijd.'
'Jij komt altijd op tijd.' 'Komt' is de persoonsvorm.
Wat is de persoonsvorm in een ontkenning?
In 'Hij komt niet' is 'komt' de persoonsvorm.
Bij welke tijdsvorm verandert de persoonsvorm?
De persoonsvorm verandert bij tegenwoordige en verleden tijd.
Wat is de persoonsvorm in 'Zij zijn aan het leren'?
'Zijn' is de persoonsvorm, het werkwoord dat bij 'zij' hoort.
Is de persoonsvorm altijd een werkwoord?
Ja, de persoonsvorm is altijd een werkwoord dat de tijd en persoon aangeeft.
Wat is de persoonsvorm in de zin 'Jij loopt hard'?
'Loopt' is de persoonsvorm die hoort bij 'jij'.
Geef een voorbeeld van een zin met de persoonsvorm.
'Wij fietsen naar het park.' Hier is 'fietsen' de persoonsvorm.
Questions dans ce set(15)
1. Wat is de persoonsvorm in de zin 'Hij leest een boek'?
2. In de zin 'Wij spelen buiten', wat is de persoonsvorm?
3. Is 'zullen' de persoonsvorm in de zin 'Zij zullen morgen komen'?
4. In de vraag 'Kom jij mee?', wat is de persoonsvorm?
5. Wat is de persoonsvorm in de zin 'Zij zijn aan het werk'?
6. Vul in: 'Jij _____ het huis schoon'.
7. Wat is de persoonsvorm in 'Ik heb het boek gelezen'?
8. Is 'zaten' de persoonsvorm in 'Zij zaten in de klas'?
9. In de zin 'Kom jij naar het feest?', wat is de persoonsvorm?
10. Wat is de persoonsvorm in deze zin: 'Jij hebt een idee'?
11. Vul aan: 'Zij _____ met de auto'.
12. In de zin 'Wij lopen snel', wat is de persoonsvorm?
13. Is 'was' de persoonsvorm in 'Hij was ziek'?
14. Wat is de persoonsvorm in 'Ik blijf thuis'?
15. Vul in: 'Zij _____ de school'.
Sets associés
Adjektive steigern Karteikarten
Relativsätze Notizen
Wiederholung: Kausal Final Konzessiv
Konjunktiv II höflich Notizen
Pronomen es das Karteikarten
Partizipialkonstruktion
dass-Sätze Schritt für Schritt
Wiederholung: Modalverben
Créez votre propre set d'étude
Téléchargez un PDF, collez vos notes ou décrivez un sujet – l'IA génère des fiches, des quiz et plus en quelques secondes.

