Eindexamen redox flashcards

Eindexamen redox flashcards voor herhaling van de chemische concepten rondom oxidatie en reductie.

Jesse2003·20 fiches·17 questions
eindexamenchemistrygeneral_chemistry
0
Je sais
1 / 20
0
J'apprends
Recto

Wat is oxidatie?

Appuyez pour retourner
Verso

Oxidatie is het proces waarbij een stof elektronen verliest.

Appuyez pour retourner
Je sais
J'apprends

Quiz(17 questions)

Question 1 sur 17

1. Wat vormt de basis van een redoxreactie?

Termes dans ce set(20)

Wat is oxidatie?

Oxidatie is het proces waarbij een stof elektronen verliest.

Wat is reductie?

Reductie is het proces waarbij een stof elektronen wint.

Geef een voorbeeld van een redoxreactie.

Een voorbeeld is de reactie tussen zink en koper(II)ionen.

Wat zijn oxidatoren?

Oxidatoren zijn stoffen die elektronen accepteren en andere stoffen oxideren.

Wat zijn reductoren?

Reductoren zijn stoffen die elektronen afstaan en andere stoffen reduceren.

Wat is de oxidatietoestand?

De oxidatietoestand geeft het aantal elektronen aan dat een atoom verliest of wint.

Vul in: Fe²⁺ + 2e⁻ → ____.

Fe, dit toont de reductie van ijzer(II)ionen.

Wat is de functie van een elektrolyt in een redoxreactie?

Een elektrolyt geleidt de elektrische stroom door de ionen in oplossing.

True or False: Alle redoxreacties zijn exotherm.

False. Niet alle redoxreacties zijn exotherm, sommige zijn endotherm.

Hoe bereken je de verandering in oxidatietoestand?

Kijk naar het aantal elektronen dat verloren of gewonnen is.

Wat is een galvanische cel?

Een galvanische cel zet chemische energie om in elektrische energie via een redoxreactie.

Wat is de rol van een zoutbrug?

Een zoutbrug voorkomt de ophoping van lading in de galvanische cel.

Wat gebeurt er bij de anode?

Bij de anode vindt oxidatie plaats.

Wat gebeurt er bij de kathode?

Bij de kathode vindt reductie plaats.

Geef de halfreactie van de oxidatie van magnesium.

Mg → Mg²⁺ + 2e⁻.

Wat zijn de standaardpotentiaalwaarden?

Standaardpotentiaalwaarden zijn de spanningen van halfreacties onder standaardomstandigheden.

Hoe verhoudt de oxidatietoestand van chloor in NaCl?

Chloor heeft een oxidatietoestand van -1 in natriumchloride.

Vul in: H₂ + Cl₂ → 2HCl, wat is de oxidator?

Cl₂ is de oxidator, omdat het elektronen accepteert.

Wat is de wet van behoud van massa?

De wet stelt dat massa niet verloren gaat, alleen omgezet wordt.

Wat is een redoxreactie in het dagelijks leven?

Roesten van ijzer is een voorbeeld van een redoxreactie.

Questions dans ce set(17)

1. Wat vormt de basis van een redoxreactie?

A.Oxidatie en reductie
B.Neutralisatie
C.Verbranding
D.Hydratatie

2. Wat is de rol van elektronen in een oxidatieproces?

A.Ze worden gewonnen
B.Ze worden verloren
C.Ze blijven gelijk
D.Ze worden omgezet

3. Wat is een voorbeeld van een oxidator?

A.Zink
B.Koper(II)sulfaat
C.Zilver
D.Natriumchloride

4. Bij welke cel vindt oxidatie plaats?

A.Anode
B.Kathode
C.Elektrolyt
D.Zoutbrug

5. Wat gebeurt er met de oxidatietoestand van een stof die wordt gereduceerd?

A.Hij neemt toe
B.Hij neemt af
C.Hij blijft gelijk
D.Hij varieert

6. Wat is een galvanische cel?

A.Een soort accu
B.Een chemische reactor
C.Een zoutoplossing
D.Een type elektrode

7. Wat is de functie van een zoutbrug?

A.Voorkomt ionenbeweging
B.Bevordert oxidatie
C.Voorkomt ladingopbouw
D.Messt spanning

8. Wat is de standaardpotentiaal van een halfreactie?

A.De spanning onder standaardomstandigheden
B.De temperatuur van de reactie
C.De massa van de stoffen
D.De snelheid van de reactie

9. Wat gebeurt er bij de kathode in een galvanische cel?

A.Oxidatie vindt plaats
B.Reductie vindt plaats
C.Er stroomt geen stroom
D.De cel stopt

10. Wat is de oxidatietoestand van ijzer in Fe₂O₃?

A.+3
B.+2
C.-3
D.0

11. Wat is de uitkomst van een redoxreactie?

A.Energie wordt opgeslagen
B.Energie wordt gecreëerd
C.Energie wordt omgezet
D.Energie gaat verloren

12. Wat is de reactie van zink met zuurstof?

A.Zink oxideert
B.Zink reduceert
C.Zink blijft gelijk
D.Zink verbrandt

13. Wat gebeurt er met een stof die oxidatie ondergaat?

A.Verliest elektronen
B.Wint elektronen
C.Blijft gelijk
D.Verandert van fase

14. Vul in: 2H₂ + O₂ → 2H₂O, wat is de oxidator?

A.H₂
B.O₂
C.H₂O
D.Geen van bovenstaande

15. Wat is de oxidatietoestand van natrium in NaCl?

A.+1
B.+2
C.0
D.-1

16. Wat is een voorbeeld van een reductieproces?

A.Zink naar zinkion
B.Koperion naar koper
C.Zuurstof naar water
D.Koolstof naar CO₂

17. Wat ontstaat er bij de reactie van zwavelzuur met zink?

A.Zinkionen
B.Zinkchloride
C.Waterstofgas
D.Zinkoxide

Sets associés

Créez votre propre set d'étude

Téléchargez un PDF, collez vos notes ou décrivez un sujet – l'IA génère des fiches, des quiz et plus en quelques secondes.

Mis en avant sur