Eindexamen soortvorming examen

Eindexamen soortvorming examen: belangrijke begrippen en feiten over evolutie en soortvorming.

Nora28·17 fiches·15 questions
eindexamenbiologyevolution
0
Je sais
1 / 17
0
J'apprends
Recto

Wat is soortvorming?

Appuyez pour retourner
Verso

Soortvorming is het proces waarbij nieuwe soort(en) ontstaan uit bestaande soorten door evolutie.

Appuyez pour retourner
Je sais
J'apprends

Quiz(15 questions)

Question 1 sur 15

1. Wat is de belangrijkste drijfveer achter evolutie?

Termes dans ce set(17)

Wat is soortvorming?

Soortvorming is het proces waarbij nieuwe soort(en) ontstaan uit bestaande soorten door evolutie.

Noem de twee belangrijkste vormen van soortvorming.

Allopatrische soortvorming en sympatrische soortvorming zijn de twee belangrijkste vormen.

Wat is allopatrische soortvorming?

Allopatrische soortvorming vindt plaats wanneer een populatie gescheiden wordt door een geografische barrières.

Wat is sympatrische soortvorming?

Sympatrische soortvorming gebeurt wanneer nieuwe soorten ontstaan binnen eenzelfde geografisch gebied, vaak door reproductieve isolatie.

Vul in: Het proces van natuurlijke selectie werd beschreven door ______.

Charles Darwin.

Wat zijn de belangrijkste factoren van natuurlijke selectie?

Variatie, erfelijkheid, overlevingsdruk en reproductieve succes zijn de belangrijkste factoren.

Wat is een voorbeeld van een geografische isolatie?

Bergen of rivieren die populaties scheiden.

Waarvoor staat de term 'genetische drift'?

Genetische drift is een willekeurige verandering in allelfrequenties in een populatie.

Waaruit bestaat een soort?

Een soort bestaat uit individuen die zich onderling kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen kunnen produceren.

Wat is een hybride?

Een hybride is een nakomeling van twee verschillende soorten of variëteiten.

Wat is potentieel belang van seksuele selectie?

Seksuele selectie bevordert kenmerken die de kans op voortplanting verhogen.

Vul in: Speciatiestatus kan leiden tot ______.

Biodiversiteit.

Verschil tussen micro-evolutie en macro-evolutie?

Micro-evolutie betreft kleine veranderingen binnen een soort; macro-evolutie betreft grote veranderingen die leiden tot nieuwe soorten.

Kies: Natuurlijke selectie is _____ (natuurlijk/onzeker).

Natuurlijk.

Wat is een isolerende factor?

Een isolerende factor is een eigenschap die voorkomt dat twee populaties zich met elkaar voortplanten.

Wat betekent 'reproductieve isolatie'?

Reproductieve isolatie voorkomt dat twee soorten zich succesvol met elkaar voortplanten.

Vul in: Het begrip 'fitness' verwijst naar ______.

Het reproductieve succes van een individu in vergelijking met anderen.

Questions dans ce set(15)

1. Wat is de belangrijkste drijfveer achter evolutie?

A.Natuurlijke selectie
B.Genetische mutatie
C.Reproductieve isolatie
D.Mestgebruik

2. Sympatrische soortvorming kan optreden door welke van de volgende factoren?

A.Geografische scheiding
B.Ecosysteemverandering
C.Voedselconcurrentie
D.Reproductieve isolatie

3. Wat is een gevolg van genetische drift?

A.Verlies van genetische diversiteit
B.Toename van soortvariatie
C.Verhoging van populatiedichtheid
D.Verspreiding van soorten

4. Hoe beïnvloedt seksuele selectie soortvorming?

A.Het verhoogt de variatie binnen een soort
B.Het bevordert de overleving van de sterkste individuen
C.Het creëert voorkeuren voor bepaalde kenmerken
D.Het is schadelijk voor de soort

5. Wat is het belangrijkste kenmerk van allopatrische soortvorming?

A.Geografische isolatie
B.Ecologische niches
C.Mutaties
D.Kruising

6. Wat wordt verstaan onder 'fitness' in evolutie?

A.De capaciteit van een soort om zich aan te passen
B.Het aantal nakomelingen dat een individu produceert
C.De snelheid van evolutie
D.De genetische variatie binnen een populatie

7. Evolutie vindt altijd plaats door natuurlijke selectie (waar of niet waar)?

A.Waar
B.Niet waar
C.Alleen in soorten met veel variatie
D.Alleen in tropische gebieden

8. Wat is een hybride?

A.Een mengeling van twee soorten
B.Een nieuw ecosysteem
C.Een teken van vervuiling
D.Een soort die is uitgestorven

9. Wat kan een isolerende factor zijn?

A.Geografische barrières
B.Plastic afval
C.Soortgelijkheid
D.Mutaties

10. Micro-evolutie betreft grote veranderingen in een soort (waar of niet waar)?

A.Waar
B.Niet waar
C.Alleen in zeldzame gevallen
D.Altijd waar

11. Wat is een gevolg van reproductieve isolatie?

A.Nieuwe soorten ontstaan
B.Populaties worden groter
C.Genetische variatie neemt af
D.Ecosystemen worden stabieler

12. Wat wordt bedoeld met 'speciatie'?

A.Het proces van soortvorming
B.Een soort die uitsterft
C.De evolutie van een ecosysteem
D.De studie van fossielen

13. Welke van de volgende is GEEN factor van natuurlijke selectie?

A.Variatie
B.Overbevolking
C.Erfelijkheid
D.Genetische drift

14. Wat is het resultaat van seksuele selectie?

A.Verhoogde concurrentie tussen soorten
B.Bepaalde kenmerken worden prominenter
C.Afname van genetische variatie
D.Verlies van biodiversiteit

15. Verschillen tussen micro- en macro-evolutie zijn voornamelijk ______.

A.De tijdspanne
B.De soorten betrokken
C.De mechanismen
D.De omgeving

Sets associés

Créez votre propre set d'étude

Téléchargez un PDF, collez vos notes ou décrivez un sujet – l'IA génère des fiches, des quiz et plus en quelques secondes.

Mis en avant sur