Vocabulaire: Engels present simple

Deze set van flashcards is gericht op de Engelse tegenwoordige tijd (present simple) en bevat alledaagse woorden en zinnen die nuttig zijn voor leerlingen in de onderbouw. De quizvragen zijn ontworpen om het begrip van deze woorden te testen.

FinnOttergf·15 tarjetas·10 preguntas·1 vistas
onderbouwlanguagesenglish
0
Lo sé
1 / 15
0
Aprendiendo
Frente

to eat

Toca para voltear
Reverso

eten

Toca para voltear
Lo sé
Aprendiendo

Quiz(10 preguntas)

Pregunta 1 de 10

1. Wat betekent 'to eat'?

Términos en este set(15)

to eat

eten

to go

gaan

he runs

hij rent

she speaks

zij spreekt

they play

zij spelen

I like

ik hou van

to read

lezen

the book

het boek

a car

een auto

happy

blij

sad

verdrietig

fast

snel

slow

langzaam

to write

schrijven

the house

het huis

Preguntas en este set(10)

1. Wat betekent 'to eat'?

A.eten
B.lezen
C.schrijven
D.gaan

2. Welk woord betekent 'zij spreekt'?

A.she speaks
B.he runs
C.to go
D.happy

3. Wat betekent 'a car'?

A.een huis
B.een auto
C.het boek
D.eten

4. Welk woord betekent 'blij'?

A.sad
B.happy
C.snel
D.langzaam

5. Wat betekent 'to go'?

A.gaan
B.rennen
C.spelen
D.leiden

6. Welk woord betekent 'zij spelen'?

A.they play
B.he runs
C.to eat
D.to write

7. Wat betekent 'to read'?

A.schrijven
B.eten
C.lezen
D.gaan

8. Welk woord betekent 'verdrietig'?

A.snel
B.happy
C.sad
D.langzaam

9. Wat betekent 'he runs'?

A.hij loopt
B.zij speelt
C.we gaan
D.ik hou van

10. Welk woord betekent 'het boek'?

A.een auto
B.de krant
C.het boek
D.de school

Sets relacionados

Crea tu propio set de estudio

Sube un PDF, pega tus notas o describe un tema – la IA genera tarjetas, quizzes y más en segundos.