Frans tegenwoordige tijd flashcards

Deze flashcards zijn ontworpen om leerlingen in de bovenbouw te helpen met het leren van de Franse tegenwoordige tijd. De kaarten bevatten een mix van zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en nuttige zinnen die vaak in alledaagse situaties worden gebruikt.

LuukKoala·26 tarjetas·13 preguntas·2 vistas
bovenbouwlanguagesfrench
0
Lo sé
1 / 26
0
Aprendiendo
Frente

manger

Toca para voltear
Reverso

eten

Toca para voltear
Lo sé
Aprendiendo

Quiz(13 preguntas)

Pregunta 1 de 13

1. Wat betekent 'manger'?

Términos en este set(26)

manger

eten

aller

gaan

parler

praten

beau

mooi

grand

groot

petit

klein

voiture

auto

maison

huis

jour

dag

nuit

nacht

chaud

heet

froid

koud

heure

uur

minute

minuut

deux

twee

cinq

vijf

dix

tien

bien

goed

mal

slecht

vite

snel

lent

langzaam

lire

lezen

écrire

schrijven

écouter

luisteren

regarder

kijken

jouer

spelen

Preguntas en este set(13)

1. Wat betekent 'manger'?

A.eten
B.koken
C.drinken
D.snacken

2. Welk woord betekent 'mooi'?

A.beau
B.grand
C.chaud
D.bien

3. Wat betekent 'aller'?

A.gaan
B.komen
C.blijven
D.zien

4. Welk woord betekent 'auto'?

A.vélo
B.voiture
C.bus
D.train

5. Wat betekent 'chaud'?

A.koud
B.warm
C.zacht
D.hard

6. Welk woord betekent 'klein'?

A.grand
B.petit
C.beau
D.vieux

7. Wat betekent 'regarder'?

A.kijken
B.zien
C.luisteren
D.lezen

8. Welk woord betekent 'dag'?

A.nuit
B.jour
C.semaine
D.année

9. Wat betekent 'froid'?

A.heet
B.koud
C.warm
D.zacht

10. Welk woord betekent 'lezen'?

A.écrire
B.parler
C.lire
D.écouter

11. Wat betekent 'bien'?

A.slecht
B.goed
C.mooi
D.groot

12. Welk woord betekent 'spelen'?

A.jouer
B.regarder
C.écouter
D.parler

13. Wat betekent 'mal'?

A.goed
B.slecht
C.mooi
D.groot

Sets relacionados

Crea tu propio set de estudio

Sube un PDF, pega tus notas o describe un tema – la IA genera tarjetas, quizzes y más en segundos.