Engels present perfect of past simple flashcards

Deze flashcards helpen leerlingen in de bovenbouw met het begrijpen van het Engels, specifiek de present perfect en past simple. De woorden en zinnen zijn alledaags en relevant voor dagelijkse situaties.

LynxTess0·26 tarjetas·19 preguntas
bovenbouwlanguagesenglish
0
Lo sé
1 / 26
0
Aprendiendo
Frente

have eaten

Toca para voltear
Reverso

heb gegeten

Toca para voltear
Lo sé
Aprendiendo

Quiz(19 preguntas)

Pregunta 1 de 19

1. Wat betekent 'have eaten'?

Términos en este set(26)

have eaten

heb gegeten

went

ging

have seen

heb gezien

played

speelde

have been

ben geweest

made

maakte

have done

heb gedaan

wrote

schreef

have gone

ben gegaan

saw

zag

have spoken

heb gesproken

taught

leerde

have worked

heb gewerkt

drank

dronk

have driven

heb gereden

found

vond

have taken

heb genomen

ran

liep

have written

heb geschreven

lost

verloor

have chosen

heb gekozen

built

bouwde

have met

heb ontmoet

came

kwam

have told

heb verteld

read (past)

las

Preguntas en este set(19)

1. Wat betekent 'have eaten'?

A.heb gegeten
B.at
C.heb gewerkt
D.heb gezien

2. Welk woord betekent 'saw'?

A.zag
B.heb gezien
C.gezien
D.zag nooit

3. Wat betekent 'have been'?

A.ben geweest
B.was
C.heb gewerkt
D.heb geslapen

4. Welk woord betekent 'made'?

A.maakte
B.heb gemaakt
C.doen
D.heb gezongen

5. Wat betekent 'have done'?

A.heb gedaan
B.doen
C.heb gespeeld
D.heb gezien

6. Welk woord betekent 'drank'?

A.dronk
B.heb gedronken
C.drinken
D.heb gegeten

7. Wat betekent 'have seen'?

A.heb gezien
B.zag
C.zien
D.heb gehoord

8. Welk woord betekent 'ran'?

A.liep
B.heb gelopen
C.rennen
D.heb gereden

9. Wat betekent 'have spoken'?

A.heb gesproken
B.sprak
C.spreken
D.heb gehoord

10. Welk woord betekent 'built'?

A.bouwde
B.heb gebouwd
C.bouwen
D.heb getekend

11. Wat betekent 'have written'?

A.heb geschreven
B.schreef
C.schrijven
D.heb gelezen

12. Welk woord betekent 'lost'?

A.verloor
B.heb verloren
C.verliezen
D.verliezen nooit

13. Wat betekent 'have taken'?

A.heb genomen
B.nam
C.nemen
D.heb gezien

14. Welk woord betekent 'came'?

A.kwam
B.ben gekomen
C.komen
D.heb gereden

15. Wat betekent 'taught'?

A.leerde
B.heb geleerd
C.leren
D.heb gesproken

16. Welk woord betekent 'wrote'?

A.schreef
B.heb geschreven
C.schrijven
D.las

17. Wat betekent 'have met'?

A.heb ontmoet
B.ontmoeten
C.ontmoette
D.heb gesproken

18. Welk woord betekent 'found'?

A.vond
B.heb gevonden
C.vinden
D.verliezen

19. Wat betekent 'have chosen'?

A.heb gekozen
B.keuze
C.kiest
D.keuzes

Sets relacionados

Crea tu propio set de estudio

Sube un PDF, pega tus notas o describe un tema – la IA genera tarjetas, quizzes y más en segundos.