Engels present perfect

Dit is een woordenlijst met Engelse woorden en zinnen in de tegenwoordige voltooide tijd (present perfect). Deze lijst bevat nuttige woorden en voorbeelden die relevant zijn voor een bovenbouw leerling.

Emma77·34 tarjetas·16 preguntas
bovenbouwlanguagesenglish
0
Lo sé
1 / 34
0
Aprendiendo
Frente

I have eaten

Toca para voltear
Reverso

Ik heb gegeten

Toca para voltear
Lo sé
Aprendiendo

Quiz(16 preguntas)

Pregunta 1 de 16

1. Wat betekent 'I have eaten'?

Términos en este set(34)

I have eaten

Ik heb gegeten

She has gone

Zij is gegaan

We have seen

Wij hebben gezien

They have finished

Zij hebben afgemaakt

He has played

Hij heeft gespeeld

I have read

Ik heb gelezen

You have made

Jij hebt gemaakt

We have visited

Wij hebben bezocht

She has written

Zij heeft geschreven

They have worked

Zij hebben gewerkt

He has learned

Hij heeft geleerd

I have traveled

Ik heb gereisd

You have called

Jij hebt gebeld

We have talked

Wij hebben gepraat

She has watched

Zij heeft gekeken

They have tried

Zij hebben geprobeerd

He has bought

Hij heeft gekocht

I have spoken

Ik heb gesproken

You have helped

Jij hebt geholpen

We have chosen

Wij hebben gekozen

She has painted

Zij heeft geschilderd

They have listened

Zij hebben geluisterd

He has taught

Hij heeft lesgegeven

I have given

Ik heb gegeven

You have sent

Jij hebt gestuurd

We have decided

Wij hebben besloten

She has cleaned

Zij heeft schoongemaakt

They have danced

Zij hebben gedanst

He has cooked

Hij heeft gekookt

I have forgotten

Ik ben vergeten

You have met

Jij hebt ontmoet

We have played

Wij hebben gespeeld

She has explained

Zij heeft uitgelegd

They have studied

Zij hebben gestudeerd

Preguntas en este set(16)

1. Wat betekent 'I have eaten'?

A.Ik heb gegeten
B.Ik heb gewerkt
C.Ik heb gereisd
D.Ik heb gekocht

2. Welk woord betekent 'They have finished'?

A.Zij hebben gekookt
B.Zij hebben afgemaakt
C.Zij hebben geleerd
D.Zij hebben gekeken

3. Wat betekent 'We have seen'?

A.Wij hebben gesproken
B.Wij hebben gezien
C.Wij hebben besloten
D.Wij hebben geprobeerd

4. Welk woord betekent 'He has played'?

A.Hij heeft gewerkt
B.Hij heeft gespeeld
C.Hij heeft geleerd
D.Hij heeft gereisd

5. Wat betekent 'You have helped'?

A.Jij hebt geholpen
B.Jij hebt gekocht
C.Jij hebt gezien
D.Jij hebt gelezen

6. Welk woord betekent 'I have traveled'?

A.Ik heb gereisd
B.Ik heb gekookt
C.Ik heb gespeeld
D.Ik heb gezongen

7. Wat betekent 'She has written'?

A.Zij heeft geschreven
B.Zij heeft geleerd
C.Zij heeft gewerkt
D.Zij heeft gekookt

8. Welk woord betekent 'We have talked'?

A.Wij hebben gezongen
B.Wij hebben gepraat
C.Wij hebben gekeken
D.Wij hebben gegeten

9. Wat betekent 'They have danced'?

A.Zij hebben gedanst
B.Zij hebben gespeeld
C.Zij hebben gewerkt
D.Zij hebben geleerd

10. Welk woord betekent 'I have forgotten'?

A.Ik ben vergeten
B.Ik heb geleerd
C.Ik heb gezien
D.Ik heb geprobeerd

11. Wat betekent 'You have sent'?

A.Jij hebt gestuurd
B.Jij hebt gekocht
C.Jij hebt gewerkt
D.Jij hebt geleerd

12. Welk woord betekent 'We have decided'?

A.Wij hebben besloten
B.Wij hebben gespeeld
C.Wij hebben gekeken
D.Wij hebben gegeten

13. Wat betekent 'He has taught'?

A.Hij heeft lesgegeven
B.Hij heeft geleerd
C.Hij heeft gewerkt
D.Hij heeft gekookt

14. Welk woord betekent 'They have listened'?

A.Zij hebben geluisterd
B.Zij hebben gekeken
C.Zij hebben gespeeld
D.Zij hebben gewerkt

15. Wat betekent 'I have spoken'?

A.Ik heb gesproken
B.Ik heb geleerd
C.Ik heb gewerkt
D.Ik heb gereisd

16. Welk woord betekent 'She has explained'?

A.Zij heeft uitgelegd
B.Zij heeft gepraat
C.Zij heeft gekookt
D.Zij heeft geleerd

Sets relacionados

Crea tu propio set de estudio

Sube un PDF, pega tus notas o describe un tema – la IA genera tarjetas, quizzes y más en segundos.