Duits tegenwoordige tijd

Deze flashcards zijn gericht op de Duitse tegenwoordige tijd, met een focus op alledaagse woorden en uitdrukkingen. Ze zijn bedoeld voor leerlingen in de bovenbouw die de basis van de Duitse grammatica willen beheersen.

OwlJulia3·27 tarjetas·13 preguntas·2 vistas
bovenbouwlanguagesgerman
0
Lo sé
1 / 27
0
Aprendiendo
Frente

essen

Toca para voltear
Reverso

eten

Toca para voltear
Lo sé
Aprendiendo

Quiz(13 preguntas)

Pregunta 1 de 13

1. Wat betekent 'essen'?

Términos en este set(27)

essen

eten

gehen

gaan

sehen

zien

machen

doen

schreiben

schrijven

ich

ik

du

jij

er

hij

sie

zij

es

het

wir

wij

ihr

jullie

sie (meervoud)

zij (meervoud)

haben

hebben

sein

zijn

mögen

houden van

können

kunnen

wollen

willen

müssen

moeten

spielen

spelen

lernen

leren

arbeiten

werken

fahren

rijden

laufen

lopen

lesen

lezen

denken

denken

fühlen

voelen

Preguntas en este set(13)

1. Wat betekent 'essen'?

A.eten
B.schrijven
C.zien
D.doen

2. Welk woord betekent 'gaan'?

A.gehen
B.sehen
C.denken
D.spielen

3. Wat betekent 'sehen'?

A.zien
B.voelen
C.rijden
D.werken

4. Welk woord betekent 'willen'?

A.mögen
B.wollen
C.müssen
D.können

5. Wat betekent 'schreiben'?

A.schrijven
B.leren
C.doen
D.spelen

6. Welk woord betekent 'hebben'?

A.sein
B.haben
C.zien
D.denken

7. Wat betekent 'wir'?

A.zij (meervoud)
B.jullie
C.wij
D.ik

8. Welk woord betekent 'zij (meervoud)'?

A.sie (meervoud)
B.du
C.er
D.ich

9. Wat betekent 'fahren'?

A.lopen
B.rijden
C.schrijven
D.zien

10. Welk woord betekent 'voelen'?

A.denken
B.fühlen
C.essen
D.gehen

11. Wat betekent 'müssen'?

A.moeten
B.kunnen
C.willen
D.houden van

12. Welk woord betekent 'jullie'?

A.wir
B.ihr
C.sie
D.du

13. Wat betekent 'spielen'?

A.spelen
B.leren
C.werken
D.zien

Sets relacionados

Crea tu propio set de estudio

Sube un PDF, pega tus notas o describe un tema – la IA genera tarjetas, quizzes y más en segundos.