Eindexamen: Eindexamen geheugen

Eindexamenherhaling over geheugen in de psychologie. Focus op belangrijke termen en concepten die vaak op examens worden gevraagd.

LeviDeJongfd·17 flashcards·15 questions·1 views
eindexamenpsychologycognitive
0
Known
1 / 17
0
Learning
Front

Wat is het kortetermijngeheugen?

Tap to flip
Back

Het kortetermijngeheugen kan informatie voor een korte periode vasthouden, meestal tot 30 seconden.

Tap to flip
Got it
Still learning

Quiz(15 questions)

Question 1 of 15

1. Wat is het kortetermijngeheugen?

Terms in this Study Set(17)

Wat is het kortetermijngeheugen?

Het kortetermijngeheugen kan informatie voor een korte periode vasthouden, meestal tot 30 seconden.

Wat is het langetermijngeheugen?

Het langetermijngeheugen slaat informatie voor langere tijd op, soms levenslang.

Vul de lege ruimte in: De capaciteit van het kortetermijngeheugen is ongeveer ____ items.

De capaciteit van het kortetermijngeheugen is ongeveer 7 items.

Wat is de functie van het werkgeheugen?

Het werkgeheugen houdt informatie tijdelijk vast en verwerkt deze voor complexe taken.

Wat is een synoniem voor expliciet geheugen?

Een synoniem voor expliciet geheugen is declaratief geheugen.

Wat is het verschil tussen episodisch en semantisch geheugen?

Episodisch geheugen betreft persoonlijke ervaringen; semantisch geheugen betreft feiten en kennis.

Wat is een geheugensteun?

Een geheugensteun is een hulpmiddel om informatie beter te onthouden, zoals ezelsbruggen.

Wat betekent 'consolideren' in de context van geheugen?

Consolideren betekent dat informatie wordt gestabiliseerd in het langetermijngeheugen.

Wat is de invloed van herhaling op geheugen?

Herhaling versterkt de verbindingen tussen neuronen en verbetert het onthouden van informatie.

Wat is een voorbeeld van impliciet geheugen?

Een voorbeeld van impliciet geheugen is het leren van fietsen: je onthoudt het zonder erover na te denken.

Vul de lege ruimte in: Het vergeten kan worden verklaard door het ____ model.

Het vergeten kan worden verklaard door het vervagingsmodel.

Wat is het primacy-effect?

Het primacy-effect houdt in dat we de eerste items in een reeks beter onthouden.

Wat is het recency-effect?

Het recency-effect houdt in dat we de laatste items in een reeks beter onthouden.

Wat is de rol van de hippocampus?

De hippocampus speelt een cruciale rol in het vormen van nieuwe herinneringen.

Wat is retroactieve interferentie?

Retroactieve interferentie is wanneer nieuwe informatie het onthouden van oude informatie verstoort.

Wat is proactieve interferentie?

Proactieve interferentie is wanneer oude informatie het onthouden van nieuwe informatie verstoort.

Wat is het doel van het geheugen?

Het doel van het geheugen is om informatie op te slaan, op te halen en te gebruiken in ons dagelijks leven.

Questions in this Study Set(15)

1. Wat is het kortetermijngeheugen?

A.Een geheugen voor lange tijd.
B.Een geheugen voor korte tijd.
C.Een geheugen voor motorische vaardigheden.
D.Een geheugen voor zintuiglijke waarnemingen.

2. Wat is het primacy-effect?

A.We vergeten de eerste items.
B.We onthouden de laatste items beter.
C.We onthouden de eerste items beter.
D.We onthouden items in willekeurige volgorde.

3. Is impliciet geheugen hetzelfde als expliciet geheugen?

A.Ja, ze zijn hetzelfde.
B.Nee, ze zijn verschillend.
C.Ze zijn identiek.
D.Ze hebben geen invloed op elkaar.

4. Wat is retroactieve interferentie?

A.Oude informatie beïnvloedt nieuwe informatie.
B.Nieuwe informatie beïnvloedt oude informatie.
C.Geen van beide.
D.Beide informatie zijn gelijk.

5. Wat is de rol van de hippocampus in het geheugen?

A.Het beïnvloedt emotionele reacties.
B.Het helpt bij het vormen van nieuwe herinneringen.
C.Het is verantwoordelijk voor motorische vaardigheden.
D.Het heeft geen invloed op geheugen.

6. Wat is het verschil tussen episodisch en semantisch geheugen?

A.Episodisch geheugen is feiten, semantisch is persoonlijke ervaringen.
B.Episodisch geheugen is persoonlijke ervaringen, semantisch is feiten.
C.Ze zijn hetzelfde.
D.Episodisch geheugen betreft vaardigheden.

7. Wat is de capaciteit van het kortetermijngeheugen?

A.Onbeperkt.
B.5-9 items.
C.1-3 items.
D.10-15 items.

8. Wat is een geheugensteun?

A.Een soort herinnering.
B.Een hulpmiddel om informatie te onthouden.
C.Een psychologische stoornis.
D.Een type geheugen.

9. Wat is de invloed van herhaling op geheugen?

A.Versterkt de verbindingen tussen neuronen.
B.Heeft geen invloed.
C.Verstoort het onthouden.
D.Vermindert de capaciteit.

10. Wat is het recency-effect?

A.We onthouden de eerste items het beste.
B.We vergeten alles.
C.We onthouden de laatste items het beste.
D.We onthouden items gelijk.

11. Is vergeten een normaal onderdeel van geheugen?

A.Ja, het is normaal.
B.Nee, het is ongewoon.
C.Het gebeurt nooit.
D.Alleen bij ouderen.

12. Wat betekent 'consolideren' in geheugen?

A.Informatie verwijderen.
B.Informatie stabiliseren.
C.Informatie vergeten.
D.Informatie verwarren.

13. Wat is een voorbeeld van impliciet geheugen?

A.Het onthouden van je naam.
B.Het leren van fietsen.
C.Het herinneren van een les.
D.Het opschrijven van feiten.

14. Wat is het belang van het geheugen?

A.Het helpt ons overleven.
B.Het is onbelangrijk.
C.Het heeft geen invloed op ons leven.
D.Het is alleen voor studie doeleinden.

15. Wat is een belangrijke oorzaak van vergeten?

A.Te veel herhaling.
B.Vervaging van herinneringen.
C.Voldoende slaap.
D.Actieve herinnering.

Related Study Sets

Create Your Own Study Set

Upload a PDF, paste your notes, or describe a topic – AI generates flashcards, quizzes and more in seconds.