Frans passé composé woordjes

Frans passé composé woordjes voor de bovenbouw.

Swift38·19 flashcards·17 questions·1 views
bovenbouwlanguagesfrench
0
Known
1 / 19
0
Learning
Front

avoir

Tap to flip
Back

hebben

Tap to flip
Got it
Still learning

Quiz(17 questions)

Question 1 of 17

1. Wat betekent 'avoir'?

Terms in this Study Set(19)

avoir

hebben

être

zijn

manger

eten

aller

gaan

faire

doen

voir

zien

prendre

nemen

aller au cinéma

naar de bioscoop gaan

jouer

spelen

écouter

luisteren

lire

lezen

parler

spreken

finir

eindigen

demander

vragen

répondre

antwoorden

acheter

kopen

vendre

verkopen

travailler

werken

voyager

reizen

Questions in this Study Set(17)

1. Wat betekent 'avoir'?

A.hebben
B.doen
C.zijn
D.zien

2. Welk woord betekent 'gaan'?

A.aller
B.manger
C.jouer
D.finir

3. Wat betekent 'faire'?

A.doen
B.spelen
C.werken
D.reizen

4. Welk woord betekent 'reizen'?

A.voyager
B.demander
C.répondre
D.acheter

5. Wat betekent 'demander'?

A.vragen
B.verkopen
C.eindigen
D.luisteren

6. Welk woord betekent 'eindigen'?

A.finir
B.parler
C.écouter
D.vendre

7. Wat betekent 'jouer'?

A.spelen
B.zien
C.kopen
D.werken

8. Welk woord betekent 'reizen'?

A.travailler
B.manger
C.voyager
D.parler

9. Wat betekent 'écouter'?

A.luisteren
B.zien
C.doen
D.vragen

10. Welk woord betekent 'zien'?

A.voir
B.finir
C.acheter
D.répondre

11. Wat betekent 'prendre'?

A.nemen
B.verkopen
C.eindigen
D.spelen

12. Welk woord betekent 'verkopen'?

A.vendre
B.manger
C.jouer
D.aller

13. Wat betekent 'lire'?

A.lezen
B.reizen
C.vragen
D.doen

14. Welk woord betekent 'zijn'?

A.être
B.avoir
C.finir
D.jouer

15. Wat betekent 'aller au cinéma'?

A.naar de bioscoop gaan
B.gaan werken
C.gaan spelen
D.gaan vragen

16. Welk woord betekent 'vragen'?

A.demander
B.répondre
C.écouter
D.jouer

17. Wat betekent 'travailler'?

A.werken
B.reizen
C.spelen
D.vragen

Related Study Sets

Create Your Own Study Set

Upload a PDF, paste your notes, or describe a topic – AI generates flashcards, quizzes and more in seconds.