Engels eindexamen leesvaardigheid

Deze set bevat handige Engelse woorden en zinnen die vaak voorkomen in het eindexamen leesvaardigheid. Gebruik deze flashcards om je vocabulaire te vergroten en je voor te bereiden op het examen.

DaanDeBoer·27 flashcards·27 questions·1 views
eindexamenlanguagesenglish
0
Known
1 / 27
0
Learning
Front

assess

Tap to flip
Back

beoordelen

Tap to flip
Got it
Still learning

Quiz(27 questions)

Question 1 of 27

1. Wat betekent 'assess'?

Terms in this Study Set(27)

assess

beoordelen

impact

impact

interpret

interpreteren

conclude

concluderen

analyze

analyseren

persuade

overtuigen

contrast

contrast

summary

samenvatting

context

context

evaluate

evalueren

relevant

relevant

demonstrate

demonstreren

significant

significant

hypothesis

hypothese

justify

rechtvaardigen

theory

theorie

compare

vergelijken

evidence

bewijs

concept

concept

assumption

veronderstelling

consequence

gevolg

argument

argument

define

definiëren

perspective

perspectief

influence

invloed

explore

verkennen

approach

benadering

Questions in this Study Set(27)

1. Wat betekent 'assess'?

A.beoordelen
B.evalueren
C.vergelijken
D.concluderen

2. Welk woord betekent 'impact'?

A.invloed
B.hypothese
C.argument
D.theorie

3. Wat betekent 'interpret'?

A.interpreteren
B.verkennen
C.rechtvaardigen
D.definiëren

4. Welk woord betekent 'conclude'?

A.concluderen
B.evalueren
C.beoordelen
D.vergelijken

5. Wat betekent 'analyze'?

A.analyseren
B.beoordelen
C.hypothese
D.concept

6. Welk woord betekent 'persuade'?

A.overtuigen
B.interpreteren
C.evalueren
D.rechtvaardigen

7. Wat betekent 'contrast'?

A.contrast
B.influence
C.concept
D.evidence

8. Welk woord betekent 'summary'?

A.samenvatting
B.conclusie
C.hypothese
D.evaluatie

9. Wat betekent 'context'?

A.context
B.aanname
C.hypothese
D.concept

10. Welk woord betekent 'evaluate'?

A.evalueren
B.beoordelen
C.vergelijken
D.onderzoeken

11. Wat betekent 'relevant'?

A.relevant
B.significant
C.hypothese
D.concept

12. Welk woord betekent 'demonstrate'?

A.demonstreren
B.interpreteren
C.vergelijken
D.analyse

13. Wat betekent 'significant'?

A.significant
B.beoordelen
C.rechtvaardigen
D.hypothese

14. Welk woord betekent 'hypothesis'?

A.hypothese
B.theorie
C.concept
D.bewijs

15. Wat betekent 'justify'?

A.rechtvaardigen
B.beoordelen
C.evalueren
D.analyse

16. Welk woord betekent 'theory'?

A.theorie
B.concept
C.hypothese
D.argument

17. Wat betekent 'compare'?

A.vergelijken
B.contrasteren
C.evalueren
D.interpreteren

18. Welk woord betekent 'evidence'?

A.bewijs
B.veronderstelling
C.hypothese
D.concept

19. Wat betekent 'concept'?

A.concept
B.theorie
C.hypothese
D.argument

20. Welk woord betekent 'assumption'?

A.veronderstelling
B.hypothese
C.evaluatie
D.argument

21. Wat betekent 'consequence'?

A.gevolg
B.effect
C.impact
D.resultaat

22. Welk woord betekent 'argument'?

A.argument
B.bewijs
C.hypothese
D.concept

23. Wat betekent 'define'?

A.definiëren
B.interpreteren
C.evalueren
D.beoordelen

24. Welk woord betekent 'perspective'?

A.perspectief
B.standpunt
C.visie
D.concept

25. Wat betekent 'influence'?

A.invloed
B.effect
C.impact
D.verandering

26. Welk woord betekent 'explore'?

A.verkennen
B.onderzoeken
C.evalueren
D.beoordelen

27. Wat betekent 'approach'?

A.benadering
B.aanpak
C.methode
D.strategie

Related Study Sets

Create Your Own Study Set

Upload a PDF, paste your notes, or describe a topic – AI generates flashcards, quizzes and more in seconds.