Toets: Crisis van 1929

Studie materiaal over de Crisis van 1929, inclusief belangrijke begrippen en quizvragen.

Sunny47·18 flashcards·16 questions·1 views
bovenbouwhistoryworld_history
0
Known
1 / 18
0
Learning
Front

Wat is de Grote Depressie?

Tap to flip
Back

De Grote Depressie is een wereldwijde economische crisis die begon in 1929 en duurde tot het midden van de jaren 1930.

Tap to flip
Got it
Still learning

Quiz(16 questions)

Question 1 of 16

1. Wat was een gevolg van de beurskrach van 1929?

Terms in this Study Set(18)

Wat is de Grote Depressie?

De Grote Depressie is een wereldwijde economische crisis die begon in 1929 en duurde tot het midden van de jaren 1930.

Wat gebeurde er op 29 oktober 1929?

Op deze datum vond de beurskrach plaats op Wall Street, wat het begin van de Grote Depressie markeerde.

Wat zijn aandelen?

Aandelen zijn eigendomsbewijzen van een bedrijf. Bij een beurskrach verliezen ze vaak snel in waarde.

Wat is inflatie?

Inflatie is de stijging van de prijzen van goederen en diensten, waardoor de koopkracht van geld afneemt.

Wat is een recessie?

Een recessie is een periode van economische achteruitgang, gekenmerkt door daling van het bruto binnenlands product (bbp).

Wat is werkloosheid?

Werkloosheid verwijst naar de situatie waarin mensen die willen werken geen baan kunnen vinden.

Wat zijn banken?

Banken zijn financiële instellingen die geld beheren, leningen verstrekken en sparen mogelijk maken.

Wat is protektionisme?

Protectieisme is een economische benadering waarbij landen hun eigen industrieën beschermen door importbeperkingen toe te passen.

Wat is de New Deal?

De New Deal was een reeks economische programma's van president Franklin D. Roosevelt om de gevolgen van de Grote Depressie te verlichten.

Wat is een deflatie?

Deflatie is de daling van het algemene prijsniveau van goederen en diensten, wat kan leiden tot een verdere economische achteruitgang.

Wat zijn werkverschaffingsprojecten?

Werkverschaffingsprojecten zijn overheidsinitiatieven die zijn ontworpen om werkgelegenheid te creëren en de economie te stimuleren.

Wat is de beurs?

De beurs is een markt waarin aandelen, obligaties en andere financiële instrumenten worden verhandeld.

Wat is een economische cyclus?

De economische cyclus verwijst naar de fluctuerende groei en krimp van een economie over de tijd.

Wat is de rol van de overheid in een economie?

De overheid speelt een rol in het reguleren van de economie, het bevorderen van groei en het verstrekken van sociale diensten.

Wat is de internationale handel?

Internationale handel is de uitwisseling van goederen en diensten tussen landen.

Wat is het bruto binnenlands product (bbp)?

Het bbp is de totale waarde van alle goederen en diensten die in een land in een jaar worden geproduceerd.

Wat zijn schulden?

Schulden zijn bedragen die geleend zijn en terugbetaald moeten worden, vaak met rente.

Wat is de rol van de Centrale Bank?

De Centrale Bank beheert het geldbeleid van een land, reguleert de geldhoeveelheid en stabiliseert de economie.

Questions in this Study Set(16)

1. Wat was een gevolg van de beurskrach van 1929?

A.Hogere werkgelegenheid
B.Toename van het aantal banken
C.Hogere werkloosheid
D.Groei van de economie

2. De New Deal was gericht op:

A.Het verminderen van belastingen
B.Het creëren van werkgelegenheid
C.Het bevorderen van internationale handel
D.Het verhogen van de rente

3. Is inflatie altijd slecht voor een economie?

A.Ja, altijd
B.Nee, het kan ook goed zijn
C.Ja, maar alleen bij hoge inflatie
D.Nee, het is nooit goed

4. Wat was een populaire reactie op de economische crisis?

A.Verhoogde belastingtarieven
B.Verlies van vertrouwen in banken
C.Meer investeringen in technologie
D.Stijgende lonen

5. Wat is protektionisme?

A.Het stimuleren van internationale handel
B.Het beschermen van binnenlandse industrieën
C.Het verhogen van belastingtarieven
D.Het verlagen van invoerrechten

6. Was de Grote Depressie alleen een probleem voor de Verenigde Staten?

A.Ja, alleen de VS waren betrokken
B.Nee, het had wereldwijde gevolgen
C.Ja, het was een lokale crisis
D.Nee, alleen Europa was betrokken

7. Wat was een effect van deflatie?

A.Stijgende prijzen
B.Daling van de vraag
C.Verhoogde productie
D.Stijgende lonen

8. Wat is de rol van de Centrale Bank tijdens een crisis?

A.Het verhogen van de rente
B.Het verlagen van de rente
C.Het beperken van kredietverstrekking
D.Het nationaliseren van banken

9. Wat zijn werkverschaffingsprojecten?

A.Projecten die werkgelegenheid creëren
B.Projecten die alleen winst maken
C.Projecten die belastingen verhogen
D.Projecten die buitenlandse investeringen aantrekken

10. Wat was een teken van herstel na de Grote Depressie?

A.Hogere werkloosheid
B.Toename van de productie
C.Daling van de lonen
D.Afname van de consumentenbestedingen

11. Wat gebeurde er met de beurs na de krach?

A.De beurs steeg dramatisch
B.De beurs bleef stabiel
C.De beurs daalde sterk
D.De beurs werd gesloten

12. Wat was een belangrijk doel van de New Deal?

A.De belastingtarieven verhogen
B.De economie stimuleren
C.De internationale handel beperken
D.De lonen verlagen

13. Is een recessie hetzelfde als een depressie?

A.Ja, ze zijn identiek
B.Nee, een depressie is ernstiger
C.Nee, een recessie is ernstiger
D.Ja, ze zijn verschillende termen

14. Wat zijn gevolgen van een hoge werkloosheid?

A.Meer belastinginkomsten
B.Stijgende consumentenvraag
C.Minder sociale uitkeringen
D.Minder koopkracht

15. Wat is een kenmerk van de economische cyclus?

A.Altijd een constante groei
B.Fluctuaties in groei en krimp
C.Geen invloed van overheidsbeleid
D.Altijd een hoge werkgelegenheid

16. Wat is een gevolg van protektionisme?

A.Toegenomen internationale samenwerking
B.Verhoogde prijzen voor consumenten
C.Lagere werkgelegenheid
D.Minder steun voor lokale bedrijven

Related Study Sets

Create Your Own Study Set

Upload a PDF, paste your notes, or describe a topic – AI generates flashcards, quizzes and more in seconds.