Voltooide tijd flashcards

Flashcards over de voltooide tijd met alledaagse voorbeelden zoals euro's, kilometers en graden Celsius.

Otter53·15 Karteikarten·12 Fragen·1 Aufrufe
bovenbouwlanguage_artsgrammar
0
Gewusst
1 / 15
0
Lerne noch
Vorderseite

Wat is de voltooide tijd?

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

De voltooide tijd geeft aan dat een actie in het verleden is afgerond.

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(12 Fragen)

Frage 1 von 12

1. Wat is de voltooide tijd van 'fietsen'?

Begriffe in diesem Lernset(15)

Wat is de voltooide tijd?

De voltooide tijd geeft aan dat een actie in het verleden is afgerond.

Voorbeeld van voltooide tijd.

Ik heb 20 euro gespaard voor een nieuwe fiets.

Hoe maak je een zin in voltooide tijd?

Gebruik 'hebben' of 'zijn' + voltooid deelwoord, bijvoorbeeld: 'Ik heb gewerkt.'

Wat is het voltooid deelwoord van 'lopen'?

'Lopen' wordt 'gelopen' in de voltooide tijd.

Vul in: Ik _____ (doen) mijn huiswerk.

Ik heb mijn huiswerk gedaan.

Waar gebruik je 'zijn' in de voltooide tijd?

'Zijn' gebruik je bij beweging: 'Ik ben naar school gegaan.'

Wat is de voltooide tijd van 'eten'?

'Eten' wordt 'gegeten' in de voltooide tijd.

Is deze zin juist? 'Hij heeft gezwommen.'

Ja, deze zin is correct in de voltooide tijd.

Vul in: Wij _____ (spelen) buiten.

Wij hebben buiten gespeeld.

Wanneer gebruik je de voltooide tijd?

Als je wilt aangeven dat iets in het verleden is gebeurd.

Vergelijk: 'Ik loop' vs. 'Ik heb gelopen'.

'Ik loop' is de tegenwoordige tijd, 'Ik heb gelopen' is de voltooide tijd.

Wat is het voltooid deelwoord van 'schrijven'?

'Schrijven' wordt 'geschreven' in de voltooide tijd.

Waar staat de voltooide tijd voor?

Het staat voor een afgeronde handeling in het verleden.

Is deze zin juist? 'Zij zijn gegaan naar het feest.'

Ja, dat is correct in de voltooide tijd.

Wat is de voltooide tijd van 'leiden'?

'Leiden' wordt 'geleid' in de voltooide tijd.

Fragen in diesem Lernset(12)

1. Wat is de voltooide tijd van 'fietsen'?

A.Gefietst
B.Fietste
C.Fiets
D.Fietsen

2. Wanneer gebruik je 'hebben'?

A.Bij beweging
B.Bij actie
C.Bij verandering
D.Bij plaats

3. Wat is de voltooide tijd van 'werken'?

A.Werkt
B.Gewerkt
C.Werkte
D.Werken

4. Is deze zin correct? 'Wij hebben gelopen.'

A.Ja
B.Nee
C.Misschien
D.Onzeker

5. Wat betekent voltooide tijd?

A.Actie in de toekomst
B.Onvoltooide actie
C.Afgeronde actie
D.Actie in het heden

6. Wat is het voltooid deelwoord van 'leiden'?

A.Leidt
B.Geleid
C.Leiden
D.Leidde

7. Vul in: 'Hij heeft _____ (zwemmen).'

A.Gezwommen
B.Zwem
C.Zwemmen
D.Zwemden

8. Is deze zin juist? 'Zij heeft gegeten.'

A.Ja
B.Nee
C.Onjuist
D.Misschien

9. Wat is de voltooide tijd van 'hebben'?

A.Had
B.Gegeven
C.Gehad
D.Hebben

10. Vul in: 'Wij zijn _____ (gaan) naar de winkel.'

A.Gingen
B.Geweest
C.Gegaan
D.Ga

11. Wat is de voltooide tijd van 'kijken'?

A.Gekeken
B.Kijkte
C.Kijk
D.Kijken

12. Is deze zin juist? 'Hij heeft gelezen.'

A.Ja
B.Nee
C.Misschien
D.Onzeker

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.