Eindexamen: Eindexamen d t

Eindexamen d t: Oefen met spelling en grammaticaregels voor het eindexamen.

JesseHendriksdt·20 Karteikarten·17 Fragen·1 Aufrufe
eindexamenlanguage_artsorthography
0
Gewusst
1 / 20
0
Lerne noch
Vorderseite

Wat is de regel voor d of t?

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

Bij de vervoeging van werkwoorden in de verleden tijd. Gebruik 'd' na een stemloze medeklinker en 't' na een stemhebbende.

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(17 Fragen)

Frage 1 von 17

1. Wat is de juiste spelling: 'gebroken' of 'gebroke'?

Begriffe in diesem Lernset(20)

Wat is de regel voor d of t?

Bij de vervoeging van werkwoorden in de verleden tijd. Gebruik 'd' na een stemloze medeklinker en 't' na een stemhebbende.

Wanneer schrijf je -dt?

Bij de vervoeging van de tweede en derde persoon enkelvoud van werkwoorden in de tegenwoordige tijd.

Vervoeg 'lopen' in de verleden tijd.

'Lopen' wordt 'liep' in de verleden tijd.

Schrijf de verleden tijd van 'werken'.

'Werken' wordt 'werkte' in de verleden tijd.

Vul in: Hij __________ (werken) hard.

Hij werkt hard.

Vul in: Zij __________ (wandelen) elke dag.

Zij wandelt elke dag.

Wat is de juiste spelling: 'gebroken' of 'gebroke'?

'Gebroken' is de juiste spelling.

Waar gebruik je een t in 'hij __________ (belonen)'?

Hij beloonde.

Schrijf het meervoud van 'kind'.

Het meervoud van 'kind' is 'kinderen'.

True of False: 'Jij speelt' is correct.

True, 'jij speelt' is correct.

Vul in: Zij __________ (fietsen) naar school.

Zij fietst naar school.

Hoe schrijf je de verleden tijd van 'kijken'?

'Kijken' wordt 'keek' in de verleden tijd.

Wat is de regel voor het gebiedende wijs?

Bij de gebiedende wijs schrijf je vaak de stam van het werkwoord.

Vervoeg 'leiden' in de derde persoon enkelvoud.

'Leiden' wordt 'leidt' in de derde persoon enkelvoud.

Vul in: Hij __________ (vergeten) zijn huiswerk.

Hij vergat zijn huiswerk.

Wat is de verleden tijd van 'blijven'?

'Blijven' wordt 'bleef' in de verleden tijd.

True of False: 'Jij hebt' is juist.

True, 'jij hebt' is juist.

Wat gebeurt er bij een klankwisseling?

Bij een klankwisseling verandert de klinker in de stam van het werkwoord.

Vul in: Wij __________ (komen) vanavond.

Wij komen vanavond.

Vul in: Hij __________ (studeren) hard.

Hij studeert hard.

Fragen in diesem Lernset(17)

1. Wat is de juiste spelling: 'gebroken' of 'gebroke'?

A.gebroken
B.gebroke
C.gebroke'n
D.gebrok

2. Hoe schrijf je de verleden tijd van 'koken'?

A.koken
B.kookt
C.kookte
D.gekookt

3. Vul in: Hij __________ (verliezen) de wedstrijd.

A.verliezen
B.verloor
C.verliezend
D.verliest

4. True of False: 'Ik heb gewandeld' is juist.

A.True
B.False
C.Onbekend
D.Afhankelijk van context

5. Wat is de verleden tijd van 'leiden'?

A.leidde
B.leiding
C.leidend
D.leid

6. Schrijf de juiste vorm: 'Jij __________ (gaan) naar school.'

A.gaat
B.ging
C.gaan
D.ganger

7. Vul in: Wij __________ (werken) aan ons project.

A.werkte
B.werkt
C.werken
D.werk

8. True of False: 'Zij heeft' is correct.

A.True
B.False
C.Afhankelijk van context
D.Te vaag

9. Wat is de juiste spelling voor de verleden tijd van 'fietsen'?

A.fietste
B.fietst
C.fietste(n)
D.fiet

10. Wat is de juiste spelling: 'komt' of 'komt'?

A.komt
B.kom
C.kwam
D.komte

11. Vul in: Hij __________ (vergeten) zijn boek.

A.vergeten
B.vergat
C.vergeet
D.vergete

12. Wat is de verleden tijd van 'zwemmen'?

A.zwem
B.zwom
C.zwemden
D.zwemde

13. True of False: 'Zij speelt' is juist.

A.True
B.False
C.Afhankelijk van context
D.Onbekend

14. Vul in: Jij __________ (kijken) te veel televisie.

A.kijk
B.kijkt
C.keek
D.kijkte

15. Wat is de juiste vorm: 'geworden' of 'geword'?

A.geworden
B.geword
C.werd
D.wordt

16. Wat is de verleden tijd van 'verliezen'?

A.verloor
B.verliest
C.verliezende
D.verliezen

17. Wat schrijf je als de gebiedende wijs van 'komen'?

A.kom
B.komt
C.kom maar
D.komt maar

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.