Criminologische theorieën samenvatting

Een overzicht van criminologische theorieën met kernconcepten en belangrijke vragen die studenten moeten begrijpen voor hun studie sociologie en criminologie.

Newt73·52 Karteikarten·52 Fragen·3 Aufrufe
wosociologycrime_deviance
0
Gewusst
1 / 52
0
Lerne noch
Vorderseite

Wat is de rationele keuze theorie?

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

Deze theorie stelt dat criminelen rationele beslissingen maken. Ze wegen voordelen af tegen de nadelen van hun acties.

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(52 Fragen)

Frage 1 von 52

1. Wat beschrijft de rationele keuze theorie het beste?

Begriffe in diesem Lernset(52)

Basiscriminologische theorieën(16)

Wat is de rationele keuze theorie?

Deze theorie stelt dat criminelen rationele beslissingen maken. Ze wegen voordelen af tegen de nadelen van hun acties.

Wat zijn de belangrijke concepten van de sociale leertheorie?

Crimineel gedrag wordt aangeleerd via observatie en interactie. Belangrijke concepten zijn imitatie en bekrachtiging.

Vergelijk de anomietheorie met de subcultuurtheorie.

Anomietheorie: afwijking door gebrek aan middelen. Subcultuurtheorie: afwijking binnen specifieke groepen met eigen normen.

Waar staat de afschrikkingstheorie voor?

Criminaliteit kan worden voorkomen door het verhogen van de kosten en risico's van crimineel gedrag.

Wat zijn de types van deviant gedrag volgens Merton?

Conformiteit, innovatie, ritualisme, terugtrekking en rebellie.

Wat is het hoofdpunt van de labelingstheorie?

Crimineel gedrag ontstaat door labels die aan individuen worden toegekend, wat hun identiteit beïnvloedt.

Hoe beïnvloedt sociale controle criminaliteit?

Sterke sociale controle vermindert de kans op crimineel gedrag. Dit kan effectiever zijn dan formele sancties.

Wat is de impact van armoede op criminaliteit?

Armoede kan leiden tot hogere criminaliteitscijfers. Mensen hebben vaak minder kansen en middelen beschikbaar.

Waarvoor dient de routine activiteiten theorie?

Deze theorie legt uit dat criminaliteit toeneemt wanneer drie elementen aanwezig zijn: geschikte doelen, afwezigheid van toezicht, en motiverende daders.

True or False: Biologische factoren zijn de enige oorzaak van criminaliteit.

False. Biologische factoren spelen een rol, maar ook sociale en omgevingsfactoren zijn cruciaal.

Wat zijn de drie elementen van de routine activiteiten theorie?

1. Geschikte doelen 2. Afwezigheid van bewaking 3. Motiverende daders

Wat houdt de sociale verschillen theorie in?

Deze theorie stelt dat criminaliteit voorkomt uit ongelijkheden binnen de samenleving, zoals inkomen en onderwijs.

Vul de lege plek in: De __________ theorie benadrukt de invloed van groepsnormen op criminaliteit.

subcultuur

Wat is het basisidee van de conflicttheorie?

Macht en ongelijkheid leiden tot criminaliteit. De wet is een middel voor dominante groepen om andere groepen te controleren.

Hoe beïnvloeden peers crimineel gedrag?

Peer-pressure kan individuen aanzetten tot crimineel gedrag, vooral bij jongeren die willen voldoen aan groepsnormen.

Wat houdt de strain-theorie in?

De strain-theorie legt de nadruk op de spanning die ontstaat door de kloof tussen maatschappelijke doelen en de middelen om deze te bereiken. - Merton's aanpassingen: conformisme, innovatie, ritualisme, terugtrekking, rebellie.

Sociale controle en deviant gedrag(12)

Wat is sociale controle?

Sociale controle verwijst naar de mechanismen die de normen en waarden binnen een samenleving handhaven. Dit kan zowel formeel zijn (wetten) als informeel (sociale druk).

Verschil formele en informele controle?

Formele controle: wetten, regels. Informele controle: sociale druk, verwachtingen. Beide beïnvloeden deviant gedrag.

Hoe beïnvloedt sociale controle deviant gedrag?

Sterke sociale controle vermindert deviant gedrag door het creëren van normen. Gebrek aan controle kan leiden tot meer afwijkend gedrag.

Wat zijn voorbeelden van formele sociale controle?

- Politie - Rechtssystemen - Wetgeving - Werkgeversregels

Invloed van peer pressure op gedrag?

Peer pressure kan leiden tot conformiteit of deviantie. Groepsnormen kunnen individuen aanzetten tot afwijkend gedrag.

Wat is de sociale controle theorie?

De sociale controle theorie stelt dat mensen van nature crimineel zijn, maar sociale bindingen hen weerhouden van deviant gedrag.

Is deviant gedrag altijd negatief?

Niet altijd. Soms leidt het tot positieve veranderingen in de maatschappij of het uitdagen van onrechtvaardigheid.

Wat zijn de vier elementen van sociale binding?

- Hechting - Betrokkenheid - Verbondenheid - Overtuiging

Wat is het effect van zwakke sociale controle?

Zwakke sociale controle leidt vaak tot een hogere criminaliteitsrate, omdat individuen zich minder aan normen houden.

Vul de lege plek in: Sociale controle vermindert ___ gedrag.

deviant

Wat is het verschil tussen sociale controle en sociale binding?

Sociale controle is het handhaven van normen; sociale binding verwijst naar de verbinding tussen individuen en de maatschappij.

Voorbeeld van een situatie met sterke sociale controle?

In een gemeenschap met actieve buurtwachten en strikte regels is de kans op deviant gedrag minimaal.

Situational Crime Prevention(12)

Wat is Situational Crime Prevention?

Een strategie om criminaliteit te verminderen door omgevingsfactoren te beïnvloeden.

Voorbeeld van Situational Crime Prevention?

- Verbeterde straatverlichting - Toegangscontrole bij gebouwen

Wat zijn de drie hoofdprincipes?

- Verminderen van kansen voor criminaliteit - Verhogen van risico's voor criminelen - Verlagen van de beloningen voor criminaliteit.

Vul de lege ruimte in: "Situational Crime Prevention richt zich op ___."

de omgeving waar criminaliteit plaatsvindt.

True or False: Situational Crime Prevention vermindert de motivatie van criminelen.

False. Het richt zich op kansen, niet motivatie.

Wat is het doel van 'target hardening'?

Het moeilijker maken voor criminelen om een doelwit te bereiken.

Vergelijk 'natural surveillance' en 'formal surveillance'.

Natural surveillance: zichtbare ruimtes zonder obstakels. Formal surveillance: gebruik van camera's en beveiligingspersoneel.

Geef een voorbeeld van 'access control'.

Beveiligde toegang via sleutels of pasjes.

Wat is de rol van sociale cohesie in deze theorie?

Hogere sociale cohesie leidt tot meer toezicht en minder criminaliteit.

Leg uit: 'crime prevention through environmental design' (CPTED).

Een benadering die het ontwerp van de omgeving gebruikt om criminaliteit te voorkomen.

Wat is 'defensible space'?

Een concept dat ruimte ontwerpt zodat bewoners zich verantwoordelijk voelen voor hun omgeving.

Cause → Effect: Wat is het effect van goede verlichting?

Minder criminaliteit door verhoogde zichtbaarheid.

Biologische en psychologische theorieën(12)

Biologische theorieën → definitie?

Deze theorieën stellen dat genetische en fysiologische factoren invloed hebben op crimineel gedrag.

Wat is de rol van neurotransmitters?

Neurotransmitters zoals dopamine beïnvloeden stemming en impulsiviteit, wat kan leiden tot crimineel gedrag.

Waarvoor staat de term 'genetische predispositie'?

Dit verwijst naar de aanleg van individuen om crimineel gedrag te vertonen, beïnvloed door erfelijke factoren.

Waar of niet waar: Psychopathie is volledig biologisch bepaald.

Niet waar. Psychopathie is een combinatie van biologische en omgevingsfactoren.

Invloed van opvoeding op crimineel gedrag?

Een negatieve opvoeding kan leiden tot gedragsproblemen en verhoogde kans op criminaliteit.

Biologische factoren vs. psychologische factoren?

- Biologische: genetica, hersenstructuur - Psychologisch: persoonlijkheid, mentale gezondheid

Wat is de 'frustratie-agressie theorie'?

Deze theorie stelt dat frustratie leidt tot agressie, wat kan resulteren in crimineel gedrag.

Invloed van trauma op criminaliteit?

Ervaringen van trauma in de kindertijd kunnen leiden tot gedragsproblemen en criminaliteit.

Vul in: Hoog IQ ______ crimineel gedrag.

verlaagt vaak de kans op crimineel gedrag, maar niet altijd.

Wat zijn psychische stoornissen?

Psychische stoornissen kunnen de remming van impulsief gedrag verminderen, wat criminaliteit bevordert.

Voorbeeld van biologische theorie?

De theorie van Lombroso, die stelt dat criminelen fysieke kenmerken vertonen.

Wat is de invloed van alcohol op gedrag?

Alcohol vermindert remming en kan leiden tot agressief en crimineel gedrag.

Fragen in diesem Lernset(52)

1. Wat beschrijft de rationele keuze theorie het beste?

A.Criminelen maken rationele beslissingen gebaseerd op kosten-batenanalyse.
B.Criminaliteit is uitsluitend het resultaat van biologische factoren.
C.Afwijkend gedrag wordt aangeleerd door sociale interactie.
D.Criminaliteit is een gevolg van structurele ongelijkheden.

2. Wat verwijst de term sociale controle naar?

A.Mechanismen die normen en waarden handhaven.
B.De neiging van individuen om zich aan regels te houden.
C.De invloed van media op gedrag.
D.De manier waarop criminaliteit wordt gemeten.

3. Wat is het primaire doel van Situational Crime Prevention?

A.Het verminderen van de kansen voor criminaliteit.
B.Het verlagen van de misdaadmotieven.
C.Het straffen van criminelen.
D.Het verhogen van de sociale cohesie.

4. Wat stelt de biologische theorie over crimineel gedrag?

A.Genetische en fysiologische factoren beïnvloeden crimineel gedrag.
B.Crimineel gedrag wordt uitsluitend door omgevingsfactoren bepaald.
C.Alle criminaliteit is te verklaren door sociale ongelijkheid.
D.Psychische stoornissen zijn de enige oorzaak van criminaliteit.

5. Wat zijn de belangrijkste elementen van de sociale leertheorie?

A.Imitatie, bekrachtiging en observatie.
B.Ongelijkheid, macht en controle.
C.Kansen, middelen en motivatie.
D.Afwijking, conformiteit en rebellie.

6. Wat is een voorbeeld van informele sociale controle?

A.Familiewaarden.
B.Politiepatrouilles.
C.Rechtbankprocedures.
D.Wetgeving.

7. Wat is een voorbeeld van 'target hardening'?

A.Verbeterde sloten op deuren.
B.Wettelijke straffen voor misdaad.
C.Educatie over criminaliteit.
D.Sociale bijeenkomsten in de buurt.

8. Wat is de functie van dopamine in relatie tot crimineel gedrag?

A.Het verhoogt impulsiviteit en beïnvloedt de stemming.
B.Het vermindert agressieve neigingen.
C.Het heeft geen invloed op gedrag.
D.Het beheert alleen lichamelijke functies.

9. Welke theorie benadrukt de invloed van groepsnormen op criminaliteit?

A.Subcultuurtheorie.
B.Strain-theorie.
C.Routine activiteiten theorie.
D.Rationele keuze theorie.

10. Hoe kan sterke sociale controle deviant gedrag beïnvloeden?

A.Het vermindert de kans op deviantie.
B.Het verhoogt de criminaliteit.
C.Het heeft geen invloed op gedrag.
D.Het maakt mensen minder verantwoordelijk.

11. Welke van de volgende opties is GEEN voorbeeld van Situational Crime Prevention?

A.Het installeren van beveiligingscamera's.
B.Het verhogen van de straffen voor diefstal.
C.Het verbeteren van straatverlichting.
D.Het plaatsen van toegangspoorten.

12. Wat betekent 'genetische predispositie'?

A.De aanleg om crimineel gedrag te vertonen door erfelijke factoren.
B.Een aangeleerd gedrag vanuit de omgeving.
C.Een tijdelijke psychische stoornis.
D.Een culturele invloed op gedrag.

13. Wat is een gevolg van sterke sociale controle volgens criminologische theorieën?

A.Verhoogde kans op crimineel gedrag.
B.Verminderde kans op crimineel gedrag.
C.Geen invloed op criminaliteit.
D.Ongelijke kansen voor individuen.

14. Wat zijn de gevolgen van zwakke sociale controle?

A.Lagere criminaliteitscijfers.
B.Hogere kans op deviant gedrag.
C.Sterkere sociale binding.
D.Meer sociale cohesie.

15. Wat betekent 'natural surveillance'?

A.Toezicht door beveiligingspersoneel.
B.Verbeterde zichtbaarheid in de openbare ruimte.
C.Gebruik van technologie voor bewaking.
D.Toezicht door buurtbewoners.

16. Waar of niet waar: Psychopathie is volledig biologisch bepaald.

A.Niet waar.
B.Waar.
C.Alleen waar bij mannen.
D.Alleen waar zonder enige therapie.

17. Wat wordt bedoeld met anomie?

A.Een staat van normloosheid die leidt tot afwijkend gedrag.
B.Een type sociale controle.
C.Een vorm van sociale ongelijkheid.
D.Een theorie over biologische factoren.

18. Wat is een voorbeeld van formele sociale controle?

A.Een buurman die zijn buren aanmoedigt.
B.De politie die boetes uitdeelt.
C.Vrienden die elkaar steunen.
D.Een ouder die zijn kind opvoedt.

19. Wat is een kernprincipe van Situational Crime Prevention?

A.Verminderen van de sociale ongelijkheid.
B.Verhogen van de risico's voor criminelen.
C.Verhogen van de straffen voor criminaliteit.
D.Verbeteren van de sociale diensten.

20. Hoe beïnvloedt een negatieve opvoeding crimineel gedrag?

A.Het kan leiden tot gedragsproblemen en verhoogde kans op criminaliteit.
B.Het heeft geen invloed op het gedrag van kinderen.
C.Het bevordert alleen positieve sociale interacties.
D.Het maakt geen verschil in volwassenheid.

21. Wat zijn de types van deviant gedrag volgens Merton?

A.Conformiteit, innovatie, ritualisme, terugtrekking en rebellie.
B.Afwijking, conformiteit, sociale controle.
C.Subcultuur, anomie, routine-activiteiten.
D.Labeling, sociale ongelijkheid, peer-pressure.

22. Wat zijn de vier elementen van sociale binding volgens de sociale controle theorie?

A.Hechting, betrokkenheid, verbondenheid, overtuiging.
B.Normen, waarden, wetten, verwachtingen.
C.Familie, gemeenschap, vrienden, werk.
D.Geld, status, macht, invloed.

23. Geef een voorbeeld van 'access control'.

A.Zichtbare beveiligingscamera's.
B.Sleutels of toegangspassen voor gebouwen.
C.Extra politiepatrouilles.
D.Buren die elkaar aanspreken.

24. Wat is het verschil tussen biologische en psychologische factoren?

A.Biologische factoren omvatten genetica en hersenstructuur, psychologische factoren omvatten persoonlijkheid.
B.Psychologische factoren zijn altijd erfelijk, biologische niet.
C.Biologische factoren zijn alleen zichtbaar bij misdaad.
D.Psychologische factoren zijn nooit van invloed op criminaliteit.

25. Wat houdt de afschrikkingstheorie in?

A.Het verhogen van risico's om criminaliteit te ontmoedigen.
B.Het aanleren van crimineel gedrag.
C.Het benadrukken van sociale ongelijkheid.
D.Het uitleggen van crimineel gedrag als een biologische eigenschap.

26. Wat is een gevolg van peer pressure?

A.Het verhoogt altijd deviant gedrag.
B.Het kan leiden tot conformiteit of deviantie.
C.Het heeft geen effect op individuen.
D.Het versterkt sociale controle.

27. Wat is de relatie tussen sociale cohesie en criminaliteit?

A.Hogere sociale cohesie leidt tot minder toezicht.
B.Hogere sociale cohesie leidt tot meer toezicht op de omgeving.
C.Sociale cohesie heeft geen invloed op criminaliteit.
D.Hogere sociale cohesie verhoogt de criminaliteit.

28. Wat houdt de frustratie-agressie theorie in?

A.Frustratie kan leiden tot agressie en mogelijk crimineel gedrag.
B.Agressie is altijd het gevolg van biologische oorzaken.
C.Frustratie heeft geen link met crimineel gedrag.
D.Alleen stress leidt tot agressief gedrag.

29. Welke van de volgende uitspraken is ONJUIST over de labelingstheorie?

A.Het labelen van individuen kan hun zelfbeeld beïnvloeden.
B.Labeling heeft geen effect op crimineel gedrag.
C.Labels kunnen leiden tot verdere criminaliteit.
D.Individuen kunnen zich identificeren met hun label.

30. Wat is de sociale controle theorie?

A.Een theorie die criminelen bestudeert.
B.De theorie dat sociale bindingen criminaliteit voorkomen.
C.Een verklaring voor gewelddadigheid in samenlevingen.
D.Een theorie over groepsgedrag.

31. Wat houdt 'crime prevention through environmental design' (CPTED) in?

A.Het verbeteren van de strafrechtelijke systemen.
B.Het optimaliseren van de omgeving om criminaliteit te verminderen.
C.Het verhogen van de sociale cohesie.
D.Het trainen van politieagenten.

32. Hoe kan trauma in de kindertijd criminaliteit beïnvloeden?

A.Het kan leiden tot gedragsproblemen en verhoogde kans op criminaliteit.
B.Het heeft alleen invloed op fysiologische ontwikkeling.
C.Het voorkomt criminaliteit door veerkracht.
D.Het heeft geen invloed op volwassen gedrag.

33. Wat beschrijft de strain-theorie het beste?

A.Spanning door het verschil tussen maatschappelijke doelen en middelen.
B.De invloed van peers op crimineel gedrag.
C.De rol van biologische factoren in criminaliteit.
D.De afwezigheid van toezicht in bepaalde situaties.

34. Wat is een voorbeeld van een situatie met sterke sociale controle?

A.Een buurt waar mensen elkaar controleren.
B.Een stad zonder politie.
C.Een groep vrienden die elkaar negeren.
D.Een gemeenschap met weinig regels.

35. Wat is het effect van goede verlichting in een buurt?

A.Meer sociale interactie.
B.Verhoogde zichtbaarheid en minder criminaliteit.
C.Hogere criminaliteit door meer mensen buiten.
D.Minder behoefte aan politiepatrouilles.

36. Vul in: Hoog IQ ______ crimineel gedrag.

A.verlaagt vaak de kans op crimineel gedrag, maar niet altijd.
B.verhoogt altijd de kans op criminaliteit.
C.heeft geen enkel effect op criminaliteit.
D.is uitsluitend te wijten aan sociale factoren.

37. Welke theorie legt de nadruk op sociale ongelijkheid als oorzaak van criminaliteit?

A.Sociale verschillen theorie.
B.Routine activiteiten theorie.
C.Subcultuurtheorie.
D.Rationele keuze theorie.

38. Welk van de volgende is GEEN voorbeeld van sociale controle?

A.Wetten.
B.Familiebanden.
C.Een belastingaangifte.
D.Vrienden die elkaar aanmoedigen.

39. Wat is 'defensible space'?

A.Een concept waarin bewoners zich verantwoordelijk voelen voor hun omgeving.
B.Een juridische term voor zelfverdediging.
C.Een type beveiligingscamera.
D.Een systeem voor buurtpreventie.

40. Wat zijn psychische stoornissen in deze context?

A.Ze kunnen de remming van impulsief gedrag verminderen.
B.Ze hebben geen invloed op crimineel gedrag.
C.Ze zijn alleen erfelijk.
D.Ze zijn enkel te behandelen met medicijnen.

41. Wat zijn de drie elementen van de routine activiteiten theorie?

A.Geschikte doelen, afwezigheid van bewaking en motiverende daders.
B.Biologische factoren, sociale controle en groepsnormen.
C.Ongelijkheid, spanning en labeling.
D.Innovatie, conformiteit en rebellie.

42. Wat is het effect van sociale binding op deviant gedrag?

A.Het verhoogt deviant gedrag.
B.Het heeft geen effect.
C.Het vermindert deviant gedrag.
D.Het leidt tot meer criminaliteit.

43. Welke van de volgende maatregelen verhoogt de risico's voor criminelen?

A.Verbeterde toegangspoorten.
B.Lagere sociale cohesie.
C.Onvoldoende verlichting.
D.Afwezigheid van toezicht.

44. Wat is een voorbeeld van een biologische theorie?

A.De theorie van Lombroso, die fysieke kenmerken bij criminelen bestudeert.
B.De sociale leertheorie, die gedrag aanleert.
C.De labelingtheorie, die de invloed van labels op gedrag onderzoekt.
D.De structurele theorie, die sociale structuren analyseert.

45. Wat is een belangrijke factor volgens de sociale leertheorie?

A.Sociale interactie en observatie.
B.Biologische predisposities.
C.Strain door maatschappelijke doelen.
D.Ongelijkheid in de samenleving.

46. Wat is het belangrijkste verschil tussen sociale controle en sociale binding?

A.Sociale controle is normhandhaving; sociale binding is verbinding.
B.Sociale binding is normhandhaving; sociale controle is verbinding.
C.Er is geen verschil.
D.Beide termen betekenen hetzelfde.

47. Wat is een directe uitkomst van 'formal surveillance'?

A.Verhoogde kans dat criminelen worden gepakt.
B.Minder sociale interactie.
C.Lagere criminaliteit door sociale cohesie.
D.Minder behoefte aan straatverlichting.

48. Wat is de invloed van alcohol op gedrag?

A.Alcohol vermindert remming en kan leiden tot agressief gedrag.
B.Alcohol heeft geen invloed op gedrag.
C.Alcohol maakt altijd agressief.
D.Alcohol zorgt voor betere besluitvorming.

49. Welke bewering over de conflicttheorie is waar?

A.De wet is een middel voor dominante groepen om andere groepen te controleren.
B.Criminaliteit is altijd het gevolg van individuele keuzes.
C.Biologische factoren zijn de belangrijkste oorzaak van criminaliteit.
D.Sociale controle is altijd effectief tegen criminaliteit.

50. Hoe beïnvloeden peers crimineel gedrag volgens criminologische theorieën?

A.Peer-pressure kan individuen aanzetten tot crimineel gedrag.
B.Peers hebben geen invloed op gedragskeuzes.
C.Individuen kiezen altijd op basis van rationele afwegingen.
D.Crimineel gedrag is altijd individueel bepaald.

51. Wat is een belangrijk kenmerk van de routine activiteiten theorie?

A.De aanwezigheid van een geschikte doel, gebrek aan toezicht, en gemotiveerde dader.
B.Het labelen van individuen door de maatschappij.
C.De invloed van sociale ongelijkheid op crimineel gedrag.
D.De biologische aanleg tot criminaliteit.

52. Wat beschrijft de sociale controle theorie?

A.De invloed van sociale banden op de kans op criminaliteit.
B.De rol van biologische factoren in criminaliteit.
C.De ongelijkheid in de toegang tot middelen.
D.De aanpassing aan sociale normen in subculturen.

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.