Toets: Conditioneren

Studie materiaal over conditioneren in de psychologie, gericht op bovenbouwleerlingen in Nederland.

HeronJulia1·18 Karteikarten·16 Fragen·1 Aufrufe
bovenbouwpsychologygeneral
0
Gewusst
1 / 18
0
Lerne noch
Vorderseite

Wat is conditioneren?

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

Conditioneren is een leerproces waarbij gedrag wordt aangeleerd door associaties te maken tussen stimuli.

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(16 Fragen)

Frage 1 von 16

1. Klassieke conditionering is afhankelijk van beloningen.

Begriffe in diesem Lernset(18)

Wat is conditioneren?

Conditioneren is een leerproces waarbij gedrag wordt aangeleerd door associaties te maken tussen stimuli.

Wat is klassieke conditionering?

Klassieke conditionering is een vorm van leren waarbij een neutrale stimulus wordt gekoppeld aan een onvoorwaardelijke stimulus, wat leidt tot een geconditioneerde respons.

Voorbeeld van klassieke conditionering

Een bekend voorbeeld is de experimenten van Pavlov, waarin honden leerden te kwijlen bij het horen van een bel.

Wat is operante conditionering?

Operante conditionering is een leerproces waarbij gedrag wordt versterkt of verzwakt door beloningen of straffen.

Wat zijn positieve bekrachtiging?

Positieve bekrachtiging is het toevoegen van een aangename stimulus om de kans op gewenst gedrag te vergroten.

Wat zijn negatieve bekrachtiging?

Negatieve bekrachtiging is het wegnemen van een onaangename stimulus om de kans op gewenst gedrag te vergroten.

Wat is een onvoorwaardelijke stimulus?

Een onvoorwaardelijke stimulus is een stimulus die automatisch een respons oproept zonder eerdere training.

Wat is een geconditioneerde stimulus?

Een geconditioneerde stimulus is oorspronkelijk neutraal, maar veroorzaakt na conditionering een geconditioneerde respons.

Wat is extinction?

Extinctie is het proces waarbij een geconditioneerde respons afneemt wanneer de geconditioneerde stimulus niet meer samen met de onvoorwaardelijke stimulus wordt aangeboden.

Wat is spontane herstel?

Spontaan herstel is het fenomeen waarbij een geconditioneerde respons na een periode van extinctie onverwacht terugkeert.

Wat is generalisatie?

Generalisatie is het fenomeen waarbij een geconditioneerde respons ook voorkomt bij stimuli die lijken op de geconditioneerde stimulus.

Wat is discriminatie?

Discriminatie is het vermogen om onderscheid te maken tussen verschillende stimuli en alleen te reageren op specifieke stimuli.

Wat is de rol van beloningen?

Beloningen in operante conditionering zijn cruciaal voor het versterken van gedrag dat gewenst is.

Wat zijn strafmethoden?

Strafmethoden zijn technieken die worden gebruikt om ongewenst gedrag te verminderen door onaangename gevolgen toe te passen.

Wat is een voorbeeld van negatieve bekrachtiging?

Een voorbeeld van negatieve bekrachtiging is het afschaffen van een vervelende taak wanneer een leerling zijn huiswerk maakt.

Wat is een voorbeeld van positieve bekrachtiging?

Een voorbeeld van positieve bekrachtiging is het geven van complimenten wanneer een leerling goed presteert.

Invloed van omgeving op conditioneren

De omgeving speelt een belangrijke rol in het conditioneren, omdat stimuli in de omgeving het gedrag kunnen beïnvloeden.

Wat is sociale conditionering?

Sociale conditionering verwijst naar het aanleren van gedrag door sociale interacties en observatie van anderen.

Fragen in diesem Lernset(16)

1. Klassieke conditionering is afhankelijk van beloningen.

A.Waar
B.Onwaar
C.Soms
D.Altijd

2. Wat is geen voorbeeld van negatieve bekrachtiging?

A.Taken afschaffen
B.Zonder huiswerk gaan
C.Een straf verminderen
D.Een beloning geven

3. Generalisatie vindt plaats wanneer een respons optreedt bij verschillende stimuli.

A.Waar
B.Onwaar
C.Alleen bij klassieke conditionering
D.Alleen bij operante conditionering

4. Wat is een geconditioneerde stimulus?

A.Een onaangename stimulus
B.Een neutrale stimulus
C.Een spontane respons
D.Een beloning

5. Extinctie is het proces waarbij gedrag toeneemt.

A.Waar
B.Onwaar
C.Alleen bij positieve bekrachtiging
D.Altijd

6. Wat is een voorbeeld van klassieke conditionering?

A.Hond die voor zijn eten gaat zitten
B.Hond die kwijlt bij het horen van een bel
C.Leerling die zijn huiswerk maakt
D.Verjaardagsfeest met cadeaus

7. Discriminatie houdt in dat je geen onderscheid maakt tussen stimuli.

A.Waar
B.Onwaar
C.Soms
D.Bij operante conditionering

8. Wat gebeurt er tijdens spontane herstel?

A.Een nieuwe stimulus wordt aangeleerd
B.Een oude respons verschijnt opnieuw
C.Een respons wordt uitgeblust
D.Er is geen effect

9. Wat is de functie van positieve bekrachtiging?

A.Gedrag afnemen
B.Gedrag versterken
C.Gedrag negeren
D.Gedrag straffen

10. Sociale conditionering gebeurt uitsluitend door observatie.

A.Waar
B.Onwaar
C.Bij alle soorten leren
D.Altijd

11. Wat is een onvoorwaardelijke stimulus?

A.Een stimulus die geen respons oproept
B.Een stimulus die altijd een respons oproept
C.Een leerproces
D.Een geconditioneerde respons

12. Conditioneren kan alleen plaatsvinden met dieren.

A.Waar
B.Onwaar
C.Alleen bij zoogdieren
D.Bij alle levende wezens

13. Wat is de rol van de omgeving in conditioneren?

A.Geen invloed
B.Beïnvloedt gedrag
C.Alleen stimuli
D.Versterkt alleen negatieve reacties

14. Klassieke conditionering kan leiden tot emotionele reacties.

A.Waar
B.Onwaar
C.Soms
D.Bij operante conditionering

15. Wat is een voorbeeld van discriminatie?

A.Reageren op één specifieke beltoon
B.Reageren op alle geluiden
C.Geen respons geven
D.Altijd reageren

16. Wat is de uitkomst van een positieve bekrachtiging?

A.Afname van gedrag
B.Toename van gedrag
C.Geen effect op gedrag
D.Verandering van stimulus

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.