New Public Management tentamenvragen

Tentamenvragen en uitleg over New Public Management voor studenten politieke wetenschappen in Nederland.

Nora28·48 Karteikarten·48 Fragen
wopolitical_sciencepublic_policy
0
Gewusst
1 / 48
0
Lerne noch
Vorderseite

Wat is New Public Management (NPM)?

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

Een managementfilosofie die gericht is op efficiëntie en effectiviteit in de publieke sector.

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(48 Fragen)

Frage 1 von 48

1. Wat is een belangrijk doel van New Public Management?

Begriffe in diesem Lernset(48)

Basisprincipes van New Public Management(12)

Wat is New Public Management (NPM)?

Een managementfilosofie die gericht is op efficiëntie en effectiviteit in de publieke sector.

Noem een kernprincipe van NPM.

- Marktwerking - Resultaatgerichtheid - Decentralisatie

NPM bevordert...

meer concurrentie in de publieke sector, wat leidt tot verbeterde dienstverlening.

Waarvoor staat de afkorting NPM?

New Public Management.

Wat is een kritiek op NPM?

Kan leiden tot een focus op kwantiteit boven kwaliteit in dienstverlening.

Fill in the blank: NPM wordt vaak vergeleken met _______.

traditioneel publiek management.

Wat is resultaatgerichtheid?

Een focus op het behalen van meetbare resultaten in plaats van op processen.

Waar ligt de nadruk bij NPM?

Op efficiëntie, klantgerichtheid en prestatiemanagement.

Is NPM altijd succesvol?

Nee, niet altijd; het heeft zowel voordelen als nadelen.

Geef een voorbeeld van een NPM-principe.

Outsourcing van publieke diensten aan private bedrijven.

NPM en technologie: hoe beïnvloeden ze elkaar?

NPM stimuleert het gebruik van technologie voor efficiëntieverbetering.

Wat is decentralisatie?

Het delegeren van verantwoordelijkheden naar lagere bestuursniveaus.

Instrumenten en Technieken(12)

Wat zijn output indicators?

Maatstaven die prestaties meten aan de hand van resultaten. Voorbeelden zijn: - Aantal geleverde diensten - Tevredenheid van burgers

Wat is benchmarking?

Het vergelijken van prestaties van organisaties. Doel: leren van best practices en verbeteren van efficiëntie.

Waar staat de term 'managerialisme' voor?

De nadruk op managementtechnieken in publieke organisaties. - Doelgerichtheid - Resultaatgerichtheid

Vul de lege plek in: New Public Management stelt dat _______ belangrijk is.

efficiëntie. Dit leidt tot kostenbesparing en betere dienstverlening.

Wat zijn performance contracts?

Contracten waarin prestaties en resultaten zijn vastgelegd. - Verantwoordelijkheid - Transparantie

Waarvoor dient klanttevredenheidsonderzoek?

Om de ervaringen van inwoners te meten en de dienstverlening te verbeteren.

Waaruit bestaat de balanced scorecard?

Een strategisch managementinstrument. Het omvat: - Financiële perspectieven - Klantperspectieven - Interne processen - Leer- en groeiperspectief

Waar heeft privatisering invloed op?

De rol van de overheid en de efficiëntie van diensten. - Concurrentie - Kostenbesparing

Wat is de functie van audits in NPM?

Het evalueren van de prestaties van organisaties. - Transparantie - Verantwoordingsplicht

Waar leidt decentralisatie toe?

Meer autonomie voor lokale overheden. Dit kan zorgen voor: - Betere afstemming op lokale behoeften - Snellere besluitvorming

Wat is het effect van digitalisering binnen NPM?

Verbeterde efficiëntie en toegankelijkheid van diensten. - Online platforms - Snellere communicatie

Waarvoor dienen KPI's?

Key Performance Indicators meten de voortgang naar doelstellingen. Voorbeeld: aantal klanten per maand.

Kritiek en Uitdagingen(12)

Wat is een belangrijke kritiek op NPM?

NPM kan leiden tot een te grote nadruk op kostenbesparing ten koste van kwaliteit en publieke waarde.

Vul de lege plaats in: NPM bevordert _______ als meetinstrument.

efficiëntie

Waar leidt de focus op prestaties toe?

Korte termijn resultaten kunnen belangrijker worden dan duurzame oplossingen.

Waarvoor staat de afkorting NPM?

New Public Management

Waarop is NPM bekritiseerd in relatie tot medewerkers?

Het kan leiden tot een slechte werkcultuur en demotivatie.

Is de burger een klant in NPM?

Waar. Dit kan de publieke verantwoordelijkheid ondermijnen.

Vergelijk: NPM vs. traditioneel bestuur.

NPM: focus op efficiëntie en resultaat. Traditioneel: focus op procedures en regels.

Wat is een uitdaging bij de implementatie van NPM?

De integratie van verschillende belanghebbenden en hun verwachtingen.

Een voorbeeld van NPM kritiek is _______.

de vermindering van democratische controle.

Wat zijn gevolgen van NPM voor publieke diensten?

Mogelijke verschuiving naar privatisering en commerciële belangen.

Vul in: NPM kan leiden tot _______ van publieke waarden.

verwatering

Wat is een probleem van prestatie-indicatoren in NPM?

Ze kunnen manipulatie van data aanmoedigen om beter te lijken dan de werkelijkheid.

Praktijkvoorbeelden(12)

Wat is een voorbeeld van NPM in Nederland?

De privatisering van de Nederlandse Spoorwegen in 1995. - Verbeterde efficiëntie - Concurrentie op het spoor.

Waarmee begon de implementatie van NPM?

Met de landelijke herstructurering van de publieke sector in de jaren '90.

Waar staat de afkorting NPM voor?

New Public Management. - Focus op efficiëntie - Klantgerichtheid.

Wat is een effect van NPM op de zorgsector?

Toegenomen marktwerking. - Meer keuze voor patiënten - Concurrentie tussen zorgaanbieders.

Waar is de 'WMO' een voorbeeld van?

De Wet maatschappelijke ondersteuning. - Overdracht van verantwoordelijkheden naar gemeenten.

Vul de lege plek in: NPM bevordert _______ en _______.

efficiëntie; klantgerichtheid.

Wat is een kritiekpunt op NPM?

Verlies van publieke waarden. - Focus op kostenbesparing - Minder aandacht voor sociale rechtvaardigheid.

Waartoe leidde de invoering van NPM in het onderwijs?

Toegenomen autonomie voor scholen. - Meer vrijheid bij schoolbesturen - Concurrentie tussen scholen.

Wat is een voordeel van NPM?

Verbeterde prestaties door prestatienormen. - Transparantie - Accountability.

Waarbij is NPM toegepast in de gemeentelijke overheid?

Bij het organiseren van afvalinzameling. - Marktwerking - Kosteneffectiviteit.

Waar staat de afkorting 'RWS' voor?

Rijkswaterstaat. - Toegepaste NPM-principes - Efficiëntie in infrastructuurbeheer.

Is NPM altijd succesvol?

Onjuist. - Niet altijd betere uitkomsten - Soms negatieve gevolgen voor kwaliteit.

Fragen in diesem Lernset(48)

1. Wat is een belangrijk doel van New Public Management?

A.Verbetering van de efficiëntie in de publieke sector
B.Verhoogde bureaucratie in overheidsinstellingen
C.Verlies van transparantie in besluitvorming
D.Toename van centrale controle

2. Wat zijn output indicators?

A.Maatstaven die prestaties meten aan de hand van resultaten.
B.Statistieken over personeelskosten.
C.Vergelijkingen tussen verschillende overheidsinstellingen.
D.Documenten die budgetten vastleggen.

3. Wat is een veelgehoorde kritiek op de focus van NPM?

A.NPM kan leiden tot een te grote nadruk op kostenbesparing.
B.NPM stimuleert samenwerking tussen publieke en private sector.
C.NPM bevordert de democratische controle.
D.NPM verhoogt de transparantie van de overheid.

4. Wat is een praktijkvoorbeeld van NPM in het openbaar vervoer in Nederland?

A.De privatisering van de Nederlandse Spoorwegen in 1995.
B.De uitbreiding van het OV-chipkaart systeem.
C.Het verhogen van de treintarieven.
D.De invoering van gratis openbaar vervoer.

5. Wat betekent het concept 'klantgerichtheid' binnen NPM?

A.De focus op de behoeften van de consument van publieke diensten
B.Het verhogen van de belastinginkomsten
C.Het verminderen van de werkdruk voor ambtenaren
D.De terugkeer naar traditionele managementstructuren

6. Wat is benchmarking?

A.Het vergelijken van prestaties van organisaties.
B.Het vaststellen van de kosten van diensten.
C.Het beoordelen van de klanttevredenheid.
D.Het analyseren van interne processen.

7. Welke van de volgende termen wordt vooral geassocieerd met NPM?

A.Effectiviteit
B.Efficiëntie
C.Wetgeving
D.Participatie

8. Wat was een belangrijke stap in de invoering van NPM in de publieke sector?

A.De decentralisatie van verantwoordelijkheden naar gemeenten.
B.Het vergroten van het aantal ambtenaren.
C.Het verbeteren van de arbeidsomstandigheden.
D.De verhoging van belastingtarieven.

9. Welk van de volgende principes is GEEN kernprincipe van NPM?

A.Marktwerking
B.Resultaatgerichtheid
C.Bureaucratische controle
D.Decentralisatie

10. Waar staat de term 'managerialisme' voor?

A.De nadruk op managementtechnieken in publieke organisaties.
B.De focus op vrijwilligerswerk in de publieke sector.
C.Het verminderen van bureaucratie in overheidsdiensten.
D.Het bevorderen van burgerparticipatie.

11. Wat is een gevolg van de nadruk op prestaties in NPM?

A.Langdurige verbeteringen worden vaak genegeerd.
B.Er is meer ruimte voor burgerparticipatie.
C.De betrokkenheid van medewerkers neemt toe.
D.Kwaliteit van dienstverlening verbetert.

12. Waar staat de afkorting 'NPM' voor?

A.New Public Management.
B.Nationaal Publiek Beleid.
C.Nieuw Publiek Bestuur.
D.Nationale Project Management.

13. Hoe zou NPM de prestaties van overheidsdiensten verbeteren?

A.Door meer concurrentie te introduceren
B.Door minder verantwoording te eisen
C.Door de nadruk te leggen op interne processen
D.Door het verminderen van de klanttevredenheid

14. Vul de lege plek in: New Public Management stelt dat _______ belangrijk is.

A.kwaliteit van dienstverlening.
B.efficiëntie.
C.transparantie van processen.
D.communicatie met burgers.

15. Wat betekent de afkorting NPM?

A.Nationale Publieke Management
B.Nieuw Publiek Management
C.Nederlands Publiek Model
D.Normale Publieke Methoden

16. Wat is een effect van NPM op de onderwijssector?

A.Toegenomen autonomie voor scholen.
B.Minder concurrentie tussen scholen.
C.Verlaging van het aantal leerlingen per klas.
D.Verhoogde uitstroom van docenten.

17. Wat houdt 'prestatiemanagement' in binnen het kader van NPM?

A.Het meten en evalueren van de resultaten van publieke diensten
B.Het verminderen van de rapportageverplichtingen
C.Het centraliseren van besluitvormingsprocessen
D.Het verhogen van het aantal ambtenaren

18. Wat zijn performance contracts?

A.Contracten waarin prestaties en resultaten zijn vastgelegd.
B.Overeenkomsten voor samenwerking tussen gemeenten.
C.Documenten die de budgettering van diensten regelen.
D.Regels voor de beoordeling van personeel.

19. Welke kritiek wordt vaak geuit over de impact van NPM op medewerkers?

A.Het leidt tot een betere werkcultuur.
B.Het bevordert meer autonomie.
C.Het kan demotivatie veroorzaken.
D.Het zorgt voor hogere salarissen.

20. Welk van de volgende is GEEN kritiekpunt op NPM?

A.Verlies van publieke waarden.
B.Focus op kostenbesparing.
C.Verbeterde dienstverlening.
D.Minder aandacht voor sociale rechtvaardigheid.

21. Welke van de volgende situaties is een voorbeeld van decentralisatie?

A.Het delegeren van verantwoordelijkheden naar lokale overheden
B.Het verhogen van de macht van de centrale overheid
C.Het verminderen van samenwerking tussen overheidsinstanties
D.Het handhaven van strikte regelgeving in de publieke sector

22. Waarvoor dient klanttevredenheidsonderzoek?

A.Om de ervaringen van inwoners te meten.
B.Om de kosten van dienstverlening te verlagen.
C.Om de efficiëntie van personeel te testen.
D.Om het aantal klachten te verminderen.

23. Is de burger in het NPM-model beschouwd als een klant?

A.Ja, dit ondermijnt publieke verantwoordelijkheid.
B.Nee, dit heeft geen invloed.
C.Ja, dit versterkt de democratie.
D.Nee, burgers zijn alleen betrokken bij wetgeving.

24. Wat is een voordeel van NPM voor gemeentelijke overheden?

A.Verbeterde efficiëntie in de dienstverlening.
B.Verhoogde bureaucratie.
C.Minder transparantie in besluitvorming.
D.Afname van de burgerparticipatie.

25. Wat is een mogelijke kritiek op New Public Management?

A.Het leidt tot meer transparantie in de publieke sector
B.Het kan resulteren in een verwaarlozing van publieke waarden
C.Het bevordert samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties
D.Het versterkt de rol van de overheid in de economie

26. Waaruit bestaat de balanced scorecard?

A.Een strategisch managementinstrument.
B.Een financieel audit rapport.
C.Een marketingstrategie.
D.Een personeelsbeoordelingssysteem.

27. Hoe verschilt NPM van traditioneel bestuur?

A.NPM focust meer op procedures.
B.Traditioneel bestuur is meer resultaatgericht.
C.NPM verhoogt de bureaucratie.
D.Traditioneel bestuur richt zich op regels.

28. Waarbij wordt NPM vaak toegepast in de zorgsector?

A.Bij de organisatie van concurrentie tussen zorgaanbieders.
B.Bij het verhogen van salarissen van zorgpersoneel.
C.Bij het verminderen van zorgbudgetten.
D.Bij het centraliseren van zorgdiensten.

29. Hoe beïnvloedt technologie New Public Management?

A.Het vermindert de efficiëntie van publieke diensten
B.Het stimuleert het gebruik van digitale middelen voor betere dienstverlening
C.Het bevordert traditionele managementmethodes
D.Het verhoogt de administratieve lasten

30. Waar heeft privatisering invloed op?

A.De rol van de overheid en de efficiëntie van diensten.
B.De beschikbaarheid van subsidies.
C.De hoogte van belastingtarieven.
D.De samenwerking tussen publieke en private sector.

31. Wat is een uitdaging bij de uitvoering van NPM?

A.Het verbeteren van de publieke dienstverlening.
B.De integratie van verschillende belanghebbenden.
C.Het vergroten van de transparantie.
D.De verhoging van budgetten.

32. Wat is de 'WMO' een voorbeeld van?

A.Wet maatschappelijke ondersteuning.
B.Wet op de Milieueffectrapportage.
C.Wet op het Onderwijs.
D.Wet op de Gemeentefinanciën.

33. Wat wordt bedoeld met 'outourcing' in de context van NPM?

A.Het uitbesteden van publieke diensten aan private bedrijven
B.Het verhogen van interne productiecapaciteit
C.Het behouden van alle diensten binnen de overheid
D.Het verminderen van de samenwerking met de particuliere sector

34. Wat is de functie van audits in NPM?

A.Het evalueren van de prestaties van organisaties.
B.Het opstellen van beleidsplannen.
C.Het verminderen van bureaucratische processen.
D.Het verhogen van de klanttevredenheid.

35. Een voorbeeld van kritiek op NPM is _______.

A.de vermindering van democratische controle.
B.de verhoging van publieke participatie.
C.de verbetering van dienstverlening.
D.de versterking van de overheid.

36. Welke term beschrijft de klantgerichtheid in NPM het beste?

A.Klanttevredenheid.
B.Klantverlies.
C.Klantbinding.
D.Klantfeedback.

37. Welke van de volgende uitspraken over NPM is waar?

A.NPM is altijd succesvol in het verbeteren van overheidsdiensten
B.NPM kan leiden tot zowel positieve als negatieve uitkomsten
C.NPM eliminate de noodzaak voor evaluatie van beleid
D.NPM negeert de rol van burgerparticipatie

38. Waar leidt decentralisatie toe?

A.Meer autonomie voor lokale overheden.
B.Betere centrale controle over diensten.
C.Hogere belastingtarieven.
D.Minder participatie van burgers.

39. Wat zijn mogelijke gevolgen van NPM voor publieke diensten?

A.Verhoogde privatisering en commerciële belangen.
B.Betere samenwerking tussen publieke en private sector.
C.Verhoogde transparantie in beleid.
D.Meer focus op langetermijnoplossingen.

40. Wat is een gevolg van NPM in de publieke sector?

A.Verhoogde transparantie in processen.
B.Verminderde verantwoording.
C.Toegenomen bureaucratische procedures.
D.Minder focus op innovatie.

41. Wat is de rol van 'resultaatgerichtheid' in NPM?

A.Focus op het behalen van vooraf gedefinieerde resultaten
B.Vermijden van het meten van prestaties
C.Nadruk op processen boven uitkomsten
D.Beperken van de verantwoordelijkheden van managers

42. Wat is het effect van digitalisering binnen NPM?

A.Verbeterde efficiëntie en toegankelijkheid van diensten.
B.Verhoogde bureaucratische processen.
C.Minder transparantie in de overheid.
D.Hogere kosten voor dienstverlening.

43. Vul in: NPM kan leiden tot _______ van publieke waarden.

A.verwatering
B.versterking
C.toename
D.verandering

44. Waar staat de afkorting 'RWS' voor?

A.Rijkswaterstaat.
B.Regionale Watermaatschappij.
C.Rijkswegmanagementsysteem.
D.Recreatieve Waterweg Stichting.

45. Hoe verschilt NPM van traditioneel publiek management?

A.NPM is minder gericht op bureaucratie en meer op flexibiliteit
B.NPM vereist meer bureaucratische controles
C.NPM bevordert centralisatie van besluitvorming
D.NPM negeert de behoeften van burgers

46. Waarvoor dienen KPI's?

A.Om de voortgang naar doelstellingen te meten.
B.Om financiële audits uit te voeren.
C.Om de tevredenheid van personeel te meten.
D.Om de kosten van projecten te analyseren.

47. Wat is een probleem van prestatie-indicatoren in NPM?

A.Ze stimuleren transparantie.
B.Ze kunnen manipulatie van data aanmoedigen.
C.Ze bevorderen samenwerking.
D.Ze zijn altijd objectief.

48. Is NPM altijd succesvol in het verbeteren van publieke diensten?

A.Onjuist.
B.Juist.
C.Soms.
D.Altijd.

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.