Woordjes: Frans stad

Deze flashcards helpen je bij het leren van Franse woorden en zinnen die je in de stad kunt tegenkomen. Ze zijn speciaal ontworpen voor bovenbouwleerlingen en bevatten zowel zelfstandige naamwoorden als werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.

BramM8·30 Karteikarten·19 Fragen·1 Aufrufe
bovenbouwlanguagesfrench
0
Gewusst
1 / 30
0
Lerne noch
Vorderseite

la ville

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

de stad

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(19 Fragen)

Frage 1 von 19

1. Wat betekent 'le musée'?

Begriffe in diesem Lernset(30)

la ville

de stad

le musée

het museum

le parc

het park

le magasin

de winkel

la rue

de straat

traverser

oversteken

visiter

bezoeken

se promener

wandelen

le café

het café

le restaurant

het restaurant

la bibliothèque

de bibliotheek

le cinéma

de bioscoop

la banque

de bank

le théâtre

het theater

faire du shopping

winkelen

demander

vragen

acheter

kopen

chercher

zoeken

aller

gaan

arriver

aankomen

partir

vertrekken

l'entrée

de ingang

le billet

het kaartje

la sortie

de uitgang

fermé

gesloten

ouvert

geopend

près de

dichtbij

loin de

ver van

à droite

rechts

à gauche

links

Fragen in diesem Lernset(19)

1. Wat betekent 'le musée'?

A.het museum
B.de straat
C.de bank
D.de winkel

2. Welk woord betekent 'de stad'?

A.la ville
B.le parc
C.le café
D.la rue

3. Wat betekent 'traverser'?

A.oversteken
B.kopen
C.wandelen
D.vragen

4. Welk woord betekent 'het restaurant'?

A.le café
B.le musée
C.le restaurant
D.la bibliothèque

5. Wat betekent 'se promener'?

A.zoeken
B.bezoeken
C.wandelen
D.vragen

6. Welk woord betekent 'de ingang'?

A.l'entrée
B.la sortie
C.le billet
D.le théâtre

7. Wat betekent 'fermé'?

A.geopend
B.gesloten
C.dichtbij
D.ver van

8. Welk woord betekent 'de bioscoop'?

A.le cinéma
B.le théâtre
C.le musée
D.le parc

9. Wat betekent 'à droite'?

A.links
B.rechts
C.dichtbij
D.ver van

10. Welk woord betekent 'kopen'?

A.chercher
B.demander
C.acheter
D.visiter

11. Wat betekent 'près de'?

A.ver van
B.dichtbij
C.rechts
D.links

12. Welk woord betekent 'ver van'?

A.loin de
B.près de
C.à droite
D.à gauche

13. Wat betekent 'demander'?

A.vragen
B.zoeken
C.oversteken
D.wandelen

14. Welk woord betekent 'de bank'?

A.la bibliothèque
B.la banque
C.le café
D.le magasin

15. Wat betekent 'aller'?

A.gaan
B.kopen
C.zoeken
D.vragen

16. Welk woord betekent 'de winkel'?

A.le parc
B.le magasin
C.la rue
D.le théâtre

17. Wat betekent 'ouvert'?

A.dichtbij
B.gesloten
C.geopend
D.ver van

18. Welk woord betekent 'de uitgang'?

A.la sortie
B.l'entrée
C.le théâtre
D.le musée

19. Wat betekent 'partir'?

A.aankomen
B.wandelen
C.vertrekken
D.zoeken

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.