Woordjes: Duits routine
Woordenlijst Duits voor de bovenbouw, met alledaagse onderwerpen. Deze kaarten helpen je om de basiswoordenschat in het Duits te leren, waaronder zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en nuttige zinnen.
Quiz(13 Fragen)
1. Wat betekent der Apfel?
Begriffe in diesem Lernset(26)
der Apfel
de appel
die Banane
de banaan
das Wasser
het water
essen
eten
trinken
drinken
laufen
lopen
schön
mooi
groß
groot
klein
klein
schnell
snel
langsam
langzaam
die Schule
de school
das Buch
het boek
der Stuhl
de stoel
der Tisch
de tafel
lernen
leren
sprechen
spreken
die Freunde
de vrienden
das Haus
het huis
die Familie
de familie
der Lehrer
de leraar
die Schülerin
de leerling
der Computer
de computer
die Stadt
de stad
der Weg
de weg
fahren
rijden
Fragen in diesem Lernset(13)
1. Wat betekent der Apfel?
2. Welk woord betekent de school?
3. Wat betekent lernen?
4. Welk woord betekent het water?
5. Wat betekent schnell?
6. Welk woord betekent de vrienden?
7. Wat betekent der Tisch?
8. Welk woord betekent het huis?
9. Wat betekent der Stuhl?
10. Wat betekent klein?
11. Welk woord betekent rijden?
12. Wat betekent die Stadt?
13. Welk woord betekent spreken?
Ähnliche Lernsets
Mots : Allemand négation
Allemand sein et haben fiches
Allemand articles vocabulaire
Allemand ville fiches
Allemand accusatif fiches
Allemand nourriture fiches
Vocabulaire : Allemand séparables
Allemand famille fiches
Eigenes Lernset erstellen
Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.

