Vocabulaire: Engels used to
Deze set van flashcards is gericht op het gebruik van 'used to' in het Engels. Dit omvat veelgebruikte woorden en zinnen die leerlingen helpen om deze constructie beter te begrijpen.
Quiz(15 Fragen)
1. Wat betekent 'used to'?
Begriffe in diesem Lernset(16)
used to
vroeger
I used to play
ik speelde vroeger
they used to live
zij woonden vroeger
she used to work
zij werkte vroeger
we used to go
wij gingen vroeger
always
altijd
often
vaak
sometimes
soms
never
nooit
to enjoy
genieten
to remember
herinneren
to forget
vergeten
to like
leuk vinden
childhood
kindertijd
hobby
hobby
friend
vriend
Fragen in diesem Lernset(15)
1. Wat betekent 'used to'?
2. Welk woord betekent 'to enjoy'?
3. Wat betekent 'I used to play'?
4. Welk woord betekent 'hobby'?
5. Wat betekent 'we used to go'?
6. Welk woord betekent 'friend'?
7. Wat betekent 'they used to live'?
8. Welk woord betekent 'never'?
9. Wat betekent 'to remember'?
10. Wat betekent 'she used to work'?
11. Wat betekent 'to forget'?
12. Welk woord betekent 'always'?
13. Wat betekent 'sometimes'?
14. Wat betekent 'to like'?
15. Wat betekent 'childhood'?
Ähnliche Lernsets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Wörter: Englisch if-Sätze Typ 2
Englisch Abitur Mediation
Englisch reported speech
Wörter: Englisch some any much many
Englisch Relativsätze Karteikarten
Englisch Passiv Vokabeln
Englisch unregelmäßige Verben Karteikarten
Eigenes Lernset erstellen
Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.

