Frans klokkijken flashcards

Frans klokkijken flashcards voor de bovenbouw. Dit is een verzameling van woorden en zinnen om je Franse vocabulaire te verbeteren en te oefenen met vertalingen naar het Nederlands.

Sophie48·26 Karteikarten·20 Fragen
bovenbouwlanguagesfrench
0
Gewusst
1 / 26
0
Lerne noch
Vorderseite

une heure

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

een uur

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(20 Fragen)

Frage 1 von 20

1. Wat betekent 'une heure'?

Begriffe in diesem Lernset(26)

une heure

een uur

le temps

de tijd

cinq minutes

vijf minuten

demi

half

quand

wanneer

à quelle heure

op welk uur

le matin

de ochtend

l'après-midi

de middag

le soir

de avond

un agenda

een agenda

un horloge

een klok

jours

dagen

semaines

weken

mois

maanden

année

jaar

aujourd'hui

vandaag

demain

morgen

hier

gisteren

maintenant

nu

bientôt

binnenkort

tôt

vroeg

tard

laat

presque

bijna

exactement

exact

sans doute

zonder twijfel

certainement

zeker

Fragen in diesem Lernset(20)

1. Wat betekent 'une heure'?

A.een uur
B.de tijd
C.vijf minuten
D.de avond

2. Wat betekent 'le temps'?

A.de tijd
B.de ochtend
C.een klok
D.een agenda

3. Wat betekent 'cinq minutes'?

A.vijf minuten
B.half
C.bijna
D.morgen

4. Wat betekent 'demi'?

A.half
B.tard
C.exact
D.de middag

5. Wat betekent 'à quelle heure'?

A.op welk uur
B.vandaag
C.juist
D.zonder twijfel

6. Wat betekent 'le matin'?

A.de ochtend
B.de avond
C.gisteren
D.binnenkort

7. Wat betekent 'l'après-midi'?

A.de middag
B.vandaag
C.een uur
D.de tijd

8. Wat betekent 'le soir'?

A.de avond
B.de klok
C.half
D.vroeg

9. Wat betekent 'un horloge'?

A.een klok
B.een agenda
C.een uur
D.de tijd

10. Wat betekent 'aujourd'hui'?

A.vandaag
B.morgen
C.de middag
D.exact

11. Wat betekent 'demain'?

A.morgen
B.gisteren
C.binnenkort
D.presque

12. Wat betekent 'hier'?

A.gisteren
B.nu
C.bijna
D.de tijd

13. Wat betekent 'maintenant'?

A.nu
B.tard
C.exactement
D.half

14. Wat betekent 'bientôt'?

A.binnenkort
B.late
C.precies
D.de klok

15. Wat betekent 'tôt'?

A.vroeg
B.tard
C.bijna
D.de avond

16. Wat betekent 'tard'?

A.laat
B.morgen
C.de middag
D.de klok

17. Wat betekent 'presque'?

A.bijna
B.exact
C.zonder twijfel
D.een uur

18. Wat betekent 'exactement'?

A.exact
B.de tijd
C.de klok
D.gisteren

19. Wat betekent 'sans doute'?

A.zonder twijfel
B.half
C.de middag
D.tard

20. Wat betekent 'certainement'?

A.zeker
B.de avond
C.mooi
D.nu

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.