Engels school

Deze set flashcards en quizvragen is ontworpen voor leerlingen in de onderbouw die Engels leren. De woorden zijn alledaags en relevant voor de omgeving van de leerling.

NoahV0·30 Karteikarten·21 Fragen·1 Aufrufe
onderbouwlanguagesenglish
0
Gewusst
1 / 30
0
Lerne noch
Vorderseite

apple

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

appel

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(21 Fragen)

Frage 1 von 21

1. Wat betekent apple?

Begriffe in diesem Lernset(30)

apple

appel

dog

hond

book

boek

happy

blij

school

school

run

rennen

big

groot

small

klein

friend

vriend

car

auto

eat

eten

water

water

cold

koud

hot

heet

family

familie

tree

boom

city

stad

question

vraag

answer

antwoord

play

spelen

dance

dansen

listen

luisteren

learn

leren

goodbye

tot ziens

please

alsjeblieft

thank you

dank je

yes

ja

no

nee

house

huis

street

straat

Fragen in diesem Lernset(21)

1. Wat betekent apple?

A.appel
B.peer
C.banaan
D.sinaasappel

2. Wat betekent happy?

A.blij
B.verdrietig
C.boos
D.verveeld

3. Welk woord betekent hond?

A.cat
B.dog
C.fish
D.bird

4. Wat betekent school?

A.huis
B.school
C.werk
D.stad

5. Wat betekent car?

A.fiets
B.auto
C.bus
D.trein

6. Wat betekent friend?

A.vriend
B.buur
C.kennis
D.familie

7. Welk woord betekent leren?

A.leren
B.spelen
C.leiden
D.luisteren

8. Wat betekent water?

A.sap
B.bier
C.water
D.thee

9. Welk woord betekent koud?

A.warm
B.heet
C.koud
D.fris

10. Wat betekent goodbye?

A.hallo
B.tot ziens
C.goede morgen
D.welkom

11. Wat betekent street?

A.straat
B.weg
C.pad
D.laan

12. Welk woord betekent vraag?

A.antwoord
B.vraag
C.opmerking
D.verzoek

13. Wat betekent play?

A.werken
B.spelen
C.studeren
D.leiden

14. Wat betekent tree?

A.plant
B.boom
C.bloem
D.struik

15. Welk woord betekent familie?

A.familie
B.vrienden
C.buurt
D.klas

16. Wat betekent eat?

A.drinken
B.eten
C.koken
D.snijden

17. Wat betekent listen?

A.zien
B.horen
C.luisteren
D.spreken

18. Welk woord betekent auto?

A.fiets
B.bus
C.auto
D.trein

19. Wat betekent good?

A.goed
B.slecht
C.gemiddeld
D.bijzonder

20. Welk woord betekent dansen?

A.lopen
B.spelen
C.dansen
D.rennen

21. Wat betekent hot?

A.koud
B.warm
C.heet
D.fris

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.