Engels question tags woordjes

Deze set bevat Engelse woorden en zinnen met vraagtags, met hun vertalingen in het Nederlands. Deze woorden zijn nuttig voor leerlingen in de bovenbouw.

SemD1·21 Karteikarten·21 Fragen·1 Aufrufe
bovenbouwlanguagesenglish
0
Gewusst
1 / 21
0
Lerne noch
Vorderseite

isn't it?

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

toch wel?

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(21 Fragen)

Frage 1 von 21

1. Wat betekent 'isn't it?'?

Begriffe in diesem Lernset(21)

isn't it?

toch wel?

doesn't she?

doet ze niet?

aren't they?

zijn ze niet?

can't you?

kun je niet?

won't you?

wil je niet?

is he?

is hij?

hasn't she?

heeft ze niet?

are we?

zijn wij?

will they?

zullen ze?

didn't you?

deed je niet?

shouldn't we?

zouden we niet?

could you?

kon je?

may I?

mag ik?

might he?

zou hij kunnen?

is there?

is er?

wasn't it?

was het niet?

hadn't they?

hadden ze niet?

isn't she?

is ze niet?

does John?

doet John?

couldn't they?

konnen ze niet?

aren't we?

zijn we niet?

Fragen in diesem Lernset(21)

1. Wat betekent 'isn't it?'?

A.toch wel?
B.zijn ze niet?
C.doet ze niet?
D.heeft ze niet?

2. Welk woord betekent 'doesn't she?'?

A.doet ze niet?
B.is ze niet?
C.is hij?
D.heeft ze niet?

3. Wat betekent 'aren't they?'?

A.zijn ze niet?
B.zijn wij?
C.zullen ze?
D.doet ze niet?

4. Welk woord betekent 'can't you?'?

A.kon je niet?
B.doet ze niet?
C.is hij?
D.zouden we niet?

5. Wat betekent 'won't you?'?

A.wil je niet?
B.mag ik?
C.is er?
D.doet hij niet?

6. Welk woord betekent 'is he?'?

A.is hij?
B.is ze niet?
C.zijn wij?
D.toch wel?

7. Wat betekent 'hasn't she?'?

A.heeft ze niet?
B.zullen ze?
C.doet John?
D.is het niet?

8. Welk woord betekent 'are we?'?

A.zijn wij?
B.was het niet?
C.zouden we niet?
D.zullen ze?

9. Wat betekent 'will they?'?

A.zullen ze?
B.kunnen ze niet?
C.doet ze niet?
D.is hij?

10. Welk woord betekent 'didn't you?'?

A.deed je niet?
B.was het niet?
C.is ze niet?
D.heeft ze niet?

11. Wat betekent 'shouldn't we?'?

A.zouden we niet?
B.is hij?
C.kun je niet?
D.toch wel?

12. Welk woord betekent 'could you?'?

A.kon je?
B.doen ze?
C.is er?
D.hebben ze niet?

13. Wat betekent 'may I?'?

A.mag ik?
B.zullen ze?
C.is hij?
D.was het niet?

14. Welk woord betekent 'might he?'?

A.zou hij kunnen?
B.is ze niet?
C.heeft ze niet?
D.zijn wij?

15. Wat betekent 'is there?'?

A.is er?
B.zijn ze niet?
C.heeft ze niet?
D.doet ze niet?

16. Welk woord betekent 'wasn't it?'?

A.was het niet?
B.is hij?
C.doet ze niet?
D.zouden we niet?

17. Wat betekent 'hadn't they?'?

A.hadden ze niet?
B.zullen ze?
C.is ze niet?
D.is er?

18. Welk woord betekent 'isn't she?'?

A.is ze niet?
B.heeft ze niet?
C.was het niet?
D.kunnen ze niet?

19. Wat betekent 'does John?'?

A.doet John?
B.is hij?
C.was het niet?
D.was het?

20. Welk woord betekent 'couldn't they?'?

A.konnen ze niet?
B.is ze niet?
C.zouden we niet?
D.is er?

21. Wat betekent 'aren't we?'?

A.zijn we niet?
B.doet ze niet?
C.heeft ze niet?
D.was het?

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.