Engels huishouden
Deze set van flashcards en quizvragen richt zich op woorden en zinnen die gerelateerd zijn aan 'Engels huishouden'. Deze zijn nuttig voor leerlingen in de bovenbouw die hun Engels willen verbeteren.
Quiz(15 Fragen)
1. Wat betekent 'household'?
Begriffe in diesem Lernset(16)
household
huishouden
vacuum cleaner
stofzuiger
laundry
was
dishes
afwas
groceries
boodschappen
clean
schoonmaken
cook
koken
tidy
opruimen
garden
tuin
furniture
meubels
repair
repareren
organize
organiseren
budget
budget
chores
huishoudelijke taken
cleaning supplies
schoonmaakmiddelen
family
familie
Fragen in diesem Lernset(15)
1. Wat betekent 'household'?
2. Welk woord betekent 'stofzuiger'?
3. Wat betekent 'laundry'?
4. Welk woord betekent 'boodschappen'?
5. Wat betekent 'cleaning supplies'?
6. Welk woord betekent 'koken'?
7. Wat betekent 'budget'?
8. Welk woord betekent 'huishoudelijke taken'?
9. Wat betekent 'repair'?
10. Welk woord betekent 'tuin'?
11. Wat betekent 'schoonmaken'?
12. Welk woord betekent 'familie'?
13. Wat betekent 'furniture'?
14. Welk woord betekent 'afwas'?
15. Wat betekent 'opruimen'?
Ähnliche Lernsets
Angielski A2 – Słówka: dom i rodzina
Englisch Relativsätze Karteikarten
Englisch Abitur analysis verbs Karteikarten
Vokabeln: Englisch Adjektivsteigerung
Englisch technology words Karteikarten
Wörter: Englisch household chores
Englisch Abitur Mediation
Wörter: Englisch some any much many
Eigenes Lernset erstellen
Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.

