Engels bij de dokter woordjes

Deze flashcards zijn ontworpen voor bovenbouwleerlingen die Engels leren, specifiek in de context van een bezoek aan de dokter. De kaarten bevatten belangrijke woorden en zinnen die nuttig zijn in deze situatie.

Tiger22·28 Karteikarten·17 Fragen·1 Aufrufe
bovenbouwlanguagesenglish
0
Gewusst
1 / 28
0
Lerne noch
Vorderseite

appointment

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

afspraak

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(17 Fragen)

Frage 1 von 17

1. Wat betekent 'appointment'?

Begriffe in diesem Lernset(28)

appointment

afspraak

symptom

symptoom

prescription

recept

pain

pijn

nurse

verpleegkundige

doctor

arts

medicine

geneesmiddel

check-up

controle

diagnosis

diagnose

treatment

behandeling

healthy

gezond

illness

ziekte

fever

koorts

allergy

allergie

hospital

ziekenhuis

emergency

noodgeval

blood test

bloedtest

weight

gewicht

height

lengte

stomach

maag

headache

hoofdpijn

treatment plan

behandelplan

side effects

bijwerkingen

consultation

consult

rehabilitation

revalidatie

vaccination

vaccinatie

health insurance

gezondheidsverzekering

referral

doorverwijzing

Fragen in diesem Lernset(17)

1. Wat betekent 'appointment'?

A.afspraak
B.ziekte
C.arts
D.geneesmiddel

2. Welk woord betekent 'symptom'?

A.symptoom
B.gezond
C.pijn
D.allergie

3. Wat betekent 'nurse'?

A.verpleegkundige
B.behandeling
C.arts
D.recept

4. Welk woord betekent 'prescription'?

A.geneesmiddel
B.recept
C.ziekenhuis
D.diagnose

5. Wat betekent 'treatment'?

A.behandeling
B.consult
C.gewicht
D.koorts

6. Welk woord betekent 'fever'?

A.koorts
B.hoofdpijn
C.symptoom
D.allergie

7. Wat betekent 'hospital'?

A.ziekenhuis
B.afspraak
C.arts
D.geneesmiddel

8. Welk woord betekent 'blood test'?

A.bloedtest
B.consult
C.diagnose
D.behandeling

9. Wat betekent 'weight'?

A.gewicht
B.hoogte
C.gezond
D.pijn

10. Welk woord betekent 'rehabilitation'?

A.revalidatie
B.afspraak
C.noodgeval
D.verzekeringsformulier

11. Wat betekent 'diagnosis'?

A.diagnose
B.recept
C.ziekte
D.geneesmiddel

12. Welk woord betekent 'healthy'?

A.gezond
B.ziek
C.pijn
D.symptoom

13. Wat betekent 'side effects'?

A.bijwerkingen
B.revalidatie
C.geneesmiddel
D.afspraak

14. Welk woord betekent 'consultation'?

A.consult
B.behandeling
C.symptoom
D.koorts

15. Wat betekent 'vaccination'?

A.vaccinatie
B.diagnose
C.arts
D.ziekte

16. Welk woord betekent 'referral'?

A.doorverwijzing
B.afspraak
C.pijn
D.geneesmiddel

17. Wat betekent 'emergency'?

A.noodgeval
B.gezond
C.symptoom
D.alleen

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.