Herhaling: Eindexamen Mendel

Eindexamen herhaling voor Mendel's genetica. Belangrijke concepten en begrippen over erfelijkheid.

DaanDeBoerep·17 Karteikarten·15 Fragen·1 Aufrufe
eindexamenbiologygenetics
0
Gewusst
1 / 17
0
Lerne noch
Vorderseite

Wat is een gen?

Tippen zum Umdrehen
Rückseite

Een gen is een segment van DNA dat de instructies bevat voor het maken van eiwitten.

Tippen zum Umdrehen
Gewusst
Lerne noch

Quiz(15 Fragen)

Frage 1 von 15

1. Wat is de verwachting van het fenotype in een monohybride kruising?

Begriffe in diesem Lernset(17)

Wat is een gen?

Een gen is een segment van DNA dat de instructies bevat voor het maken van eiwitten.

Wat is een allel?

Een allel is een variant van een gen. Bijvoorbeeld, het gen voor bloemkleur kan een allel voor rood of een voor wit zijn.

Definieer homozygoot.

Homozygoot betekent dat een individu twee identieke allelen voor een bepaald gen heeft.

Definieer heterozygoot.

Heterozygoot betekent dat een individu twee verschillende allelen voor een bepaald gen heeft.

Wat is de fenotype?

Het fenotype is de observeerbare eigenschap of het uiterlijk van een individu, zoals haar kleur.

Wat is de genotype?

Het genotype is de genetische samenstelling van een individu, bijvoorbeeld AA, Aa, of aa.

Wat ontdekte Mendel?

Mendel ontdekte de basisprincipes van erfelijkheid door experimenten met erwtenplanten.

Wat is segregatie?

Segregatie is het proces waarbij de twee allelen voor een gen van elkaar scheiden tijdens de gametenvorming.

Wat is onafhankelijke assortiment?

Onafhankelijke assortiment houdt in dat verschillende genen onafhankelijk van elkaar worden doorgegeven aan de nakomelingen.

Wat zijn dominante en recessieve allelen?

Een dominant allel is sterker en verbergt de effecten van een recessief allel in het fenotype.

Geef een voorbeeld van een monohybride kruising.

Een monohybride kruising is een kruising tussen twee individuen die verschillen in één kenmerk, zoals bloemkleur.

Wat is een Punnett vierkant?

Een Punnett vierkant is een diagram dat gebruikt wordt om de genotypen van nakomelingen bij een kruising te voorspellen.

Wat betekent het als een fenotype is 'uniform'?

Uniform fenotype betekent dat alle nakomelingen dezelfde kenmerken vertonen, afkomstig van homozygote ouders.

Wat zijn de F1 en F2 generaties?

F1 is de eerste generatie nakomelingen, terwijl F2 het resultaat is van het kruisen van F1-individuen.

Wat is een testkruising?

Een testkruising is een kruising tussen een ongekende genotype en een homozygoot recessief individu.

Is het waar dat allelen op chromosomen liggen?

Ja, allelen bevinden zich op specifieke loci op chromosomen.

Wat is de rol van DNA in erfelijkheid?

DNA bevat de genetische instructies die de ontwikkeling en functie van organismen bepalen.

Fragen in diesem Lernset(15)

1. Wat is de verwachting van het fenotype in een monohybride kruising?

A.1:2:1
B.3:1
C.9:3:3:1
D.1:1

2. Zijn recessieve allelen altijd verbor­gen?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

3. Wat betekent het als een gen 'polygeen' is?

A.Het heeft één allel
B.Het heeft meerdere genen die bijdragen
C.Het is dominant
D.Het is recessief

4. Wat is een fenotypische ratio?

A.Een getal dat genotypen beschrijft
B.De verhouding van verschillende fenotypen
C.De hoeveelheid DNA in cellen
D.De overgang van genen

5. Is de F1 generatie altijd homogeen?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Afhankelijk van de ouders

6. Wat gebeurt er tijdens de meiose?

A.DNA verdubbelt
B.Allelen worden gescheiden
C.Fenotypes veranderen
D.Cellen delen

7. Wat is het resultaat van een dihybride kruising?

A.1:1 ratio
B.9:3:3:1 ratio
C.3:1 ratio
D.Allelen assorteren niet

8. Is dit waar: Alle genen zijn dominant?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Alleen in homozygoten

9. Zorgt onafhankelijke assortiment voor genetische variatie?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Alleen in F1 generatie

10. Wat is een voorbeeld van een dominant allel?

A.Kleur van ogen
B.Bloedgroep A
C.Bloemkleur
D.Algemeen

11. Wat is de belangrijkste conclusie van Mendel?

A.Alles is erfelijk
B.Allelen assorteren onafhankelijk
C.Alleen dominante allelen zijn belangrijk
D.Erfelijkheid is willekeurig

12. Kan een individu homozygoot dominant zijn voor een recessief fenotype?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Alleen met mutaties

13. Wat is een voorbeeld van incomplete dominantie?

A.Rode en witte bloemen
B.Roze bloemen
C.Groene ogen
D.Blauwe ogen

14. Is een testkruising nuttig voor het bepalen van genotypes?

A.Ja
B.Nee
C.Soms
D.Altijd

15. Wat is een locus?

A.Plaats op het chromosoom
B.Een type gen
C.Een fenotype
D.Een eiwit

Ähnliche Lernsets

Eigenes Lernset erstellen

Lade ein PDF hoch, füge Notizen ein oder beschreibe ein Thema – KI erstellt Karteikarten, Quizze und mehr in Sekunden.