Duits woordenschat criminaliteit woordjes
Leer belangrijke Duitse woorden en zinnen over criminaliteit die nuttig zijn voor het eindexamen. Deze woordenlijst helpt je om de terminologie te begrijpen die vaak in juridische en criminele contexten voorkomt.
Quiz(32 spørgsmål)
1. Wat betekent 'die Kriminalität'?
Begreber i dette studiesæt(32)
Basiswoorden over criminaliteit(16)
Die Kriminalität
De criminaliteit
der Verbrecher
de crimineel
das Verbrechen
de misdaad
die Polizei
de politie
festnehmen
arresteren
die Anzeige
de aangifte
der Diebstahl
de diefstal
die Strafe
de straf
überfallen
overvallen
die Festnahme
de arrestatie
der Täter
de dader
die Fahndung
de opsporing
die Bewährung
de proeftijd
das Gefängnis
de gevangenis
schuldig
schuldig
unschuldig
onschuldig
Soorten criminaliteit(16)
Diebstahl
diefstal
Überfall
overval
Betrug
fraude
Raub
beroving
Mord
moord
Erpressung
afpersing
Vandalismus
vandalisme
Fälschung
vervalsing
Drogenschmuggel
drugs-smokkel
Widerstand gegen die Staatsgewalt
verzet tegen de staatsmacht
Sexualdelikt
seksueel delict
Jugendkriminalität
jeugdcriminaliteit
Häusliche Gewalt
huiselijk geweld
Cyberkriminalität
cybercriminaliteit
Raubüberfall
gewapende overval
Wirtschaftskriminalität
economische criminaliteit
Spørgsmål i dette studiesæt(32)
1. Wat betekent 'die Kriminalität'?
2. What does 'Diebstahl' mean?
3. Welk woord betekent 'de crimineel'?
4. Which word means 'overval'?
5. Wat betekent 'das Verbrechen'?
6. What does 'Betrug' mean?
7. Welk woord betekent 'de politie'?
8. Which word means 'beroving'?
9. Wat betekent 'festnehmen'?
10. What does 'Mord' mean?
11. Welk woord betekent 'de aangifte'?
12. Which word means 'afpersing'?
13. Wat betekent 'der Diebstahl'?
14. What does 'Vandalismus' mean?
15. Welk woord betekent 'de straf'?
16. Which word means 'vervalsing'?
17. Wat betekent 'überfallen'?
18. What does 'Drogenschmuggel' mean?
19. Welk woord betekent 'de arrestatie'?
20. Which word means 'verzet tegen de staatsmacht'?
21. Wat betekent 'der Täter'?
22. What does 'Sexualdelikt' mean?
23. Welk woord betekent 'de opsporing'?
24. Which word means 'jeugdcriminaliteit'?
25. Wat betekent 'die Bewährung'?
26. What does 'Häusliche Gewalt' mean?
27. Welk woord betekent 'de gevangenis'?
28. Which word means 'cybercriminaliteit'?
29. Wat betekent 'schuldig'?
30. What does 'Raubüberfall' mean?
31. Welk woord betekent 'onschuldig'?
32. Which word means 'economische criminaliteit'?
Relaterede studiesæt
German 101 travel and train station
German 101 family and home flashcards
Allemand école et formation
Allemand ville fiches
Mots : Allemand négation
Allemand nourriture fiches
Allemand heure
Vocabulary: German 101 university life
Opret dit eget studiesæt
Upload en PDF, indsæt dine noter, eller beskriv et emne – AI genererer flashcards, quizzer og mere på få sekunder.

